De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”

Quintus Ligarius

Zomaar een Romein, dus niet per se Quintus Ligarius (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik introduceer mijn stukjes over de laatste jaren van Julius Caesar meestal met het omrekenen van de republikeinse datum naar onze kalender. Vandaag sla ik die gimmick over. Evengoed gaan we het hebben over Caesar. Of beter, over een tijdgenoot: Quintus Ligarius, over wiens lot de rechtbank 2069 jaar geleden besliste.

Hij diende al jaren in het huidige Tunesië: in 50 v.Chr. als assistent van gouverneur Gaius Considius Longus; later als diens plaatsvervanger; weer later als adjudant van Pompeius’ bondgenoot Publius Attius Varus. Ligarius nam deel aan de slag bij Thapsus en werd na afloop gevangen genomen in Hadrumetum. Caesar liet hem in leven maar stond hem niet toe terug te reizen naar Italië.

Lees verder “Quintus Ligarius”

Curtius Rufus

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten het eens hebben over Quintus Curtius Rufus. Een Romeinse officier waarvan er dertien in een dozijn gingen, maar wel een Romeinse officier die wordt vermeld door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Hier is het citaat, dat begint met een schitterende insinuatie.

Over de afkomst van Curtius Rufus, die volgens sommigen de zoon was van een gladiator, wil ik geen onjuistheden beweren, terwijl ik me er tegelijk voor schaam de waarheid uit de doeken te doen. Eenmaal volwassen werd hij lid van de staf van een quaestor die Africa als standplaats had gekregen. Toen hij zich in de stad Hadrumetum in een zuilengalerij bevond waar hij op dat moment – het was midden op de dag – helemaal alleen was, was er een vrouwelijke gedaante van bovenmenselijke afmetingen aan hem verschenen en hoorde hij haar zeggen: “Jij, Rufus, jij bent de man die als gouverneur naar deze provincie zal komen.”noot Tacitus, Annalen 11.2-21; vert. Marinus Wes.

Lees verder “Curtius Rufus”

Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie”

Sanchouniathon

Stèle met de naam “Sanchouniathon” uit Sousse

Misschien herinnert u zich dat ik een tijdje geleden bezig was met Filon van Byblos. Dat is een Grieks schrijvende auteur uit de Romeinse tijd die schreef over de mythen van het oude Fenicië. Zijn driedubbele identiteit is al interessant, net als de Fenicische verhalen. Die documenteren enerzijds een godsdienst die naast het Jodendom heeft bestaan, en anderzijds een tussenschakel was tussen het oude Nabije Oosten en Griekenland. Maar het meest boeiend is hoe die informatie tot ons is gekomen.

Bestond Sanchouniathon?

De zeven fragmenten van Filon van Byblos, die leefde rond 130 na Chr., zijn overgeleverd door de christelijke auteur Eusebios, twee eeuwen later. Misschien heeft die Filon niet zelf gelezen en citeert hij een uittreksel door de filosoof Porfyrios, maar dat laat ik even rusten. Filon claimt nergens dat hij zelf de Fenicische mythen heeft gelezen: hij vertelt alleen maar na wat hij las bij een zekere Sanchouniathon. Die zou hebben geleefd in de tijd van de Trojaanse Oorlog, dus zeg maar rond 1200 v.Chr., en op zijn beurt weer ene Taäutos navertellen.

Lees verder “Sanchouniathon”

Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht”

Na de slag bij Thapsus

Victoria (Museo Nazionale, Rome)

Het was de dag na de slag bij Thapsus. De overwinnaar, Julius Caesar, was met Marcus Aemilius Lepidus consul en het was 7 april. Wij zouden zeggen dat het 8 februari 46 v.Chr. was. En we zeggen ook dat we zijn beland in een nieuwe aflevering in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Offers bij Thapsus

Hij besloot zijn soldaten, ook al hadden ze verslagen tegenstanders gedood, te prijzen. De reden was heel simpel dat Gaius Vergilius, de garnizoenscommandant van Thapsus, zich nog niet had overgegeven. Een demonstratie met de buitgemaakte olifanten na de slag had niet geholpen. Dus koos Caesar voor een tweede demonstratie om de belegerden diets te maken dat de oorlog voor hen was afgelopen.

Caesar bracht offers en riep de soldaten bijeen in het zicht van de stadsbewoners. Hij prees ze uitbundig, beloonde het hele veteranenleger en deelde voor zijn podium onderscheidingen uit voor opvallende moed en verdiensten. Meteen daarna vertrok hij, liet Gaius Caninius Rebilus met drie legioenen achter bij Thapsus en Gnaeus Domitius Calvinus met twee bij Thysdrus, om die steden te belegeren, en ging snel op weg naar Utica, waarheen hij Marcus Valerius Messalla al met de ruiterij vooruit had gestuurd. (Afrikaanse Oorlog 86; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Na de slag bij Thapsus”

Een foeragecampagne

De provincie Africa was spreekwoordelijk vruchtbaar: op deze munt uit het museum in Pamukkale wordt ze gepersonifieerd door een vrouw met in haar ene hand een graanhalm en in de andere een hoorn des overvloeds.

Het was alweer de zeventiende maart van in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 18 januari 46 v.Chr. op onze kalender. U weet: dit is een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

En u kunt het stukje van vandaag eigenlijk overslaan, want aan het einde zijn we terug bij het begin. Het is de stilte voor de storm, want met het volgende blogje komt het einde van de Afrikaanse campagne in zicht. Caesar had de laatste weken alle versterkingen ontvangen die hij nodig had, Metellus Scipio durfde de beslissende slag niet aan: alles was klaar voor de laatste confrontatie – behalve dat Caesar inmiddels beschikte over te veel mensen om nog te voeden. Eerst moest de foerage op orde zijn.

Lees verder “Een foeragecampagne”

Over vissen, vissers en visserij

Vissers op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Omdat het vandaag de Internationale Dag van de Visserij is, even een stukje over vis, vissers en vistechnieken. En ook over mozaïeken. Meer precies, een groot mozaïek dat ik enkele keren heb gezien in het museum van de Tunesische stad Sousse, het antieke Hadrumetum. Het museum identificeert het als funerary mosaic maar ik heb geen idee waarom. Wat ik weer wel weet is dat het dateert uit het laatste kwart van de tweede eeuw na Chr. en dat er diverse vistechnieken zijn afgebeeld.

Hierboven twee vissers die een sleepnet binnenhalen. Hieronder twee mannen die hengelen. (“Het heng’len is een schone zaak en geeft het mensdom veel vermaak.”)

Hengelaars op een mozaïek uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Lees verder “Over vissen, vissers en visserij”

Caesar op de vlucht

Munt van Caesar, voor de derde keer consul (Metropolitan Museum, New York)

Als ik u zeg dat het jaar was aangebroken waaraan Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus én als consuls én als dictator en meester der ruiterij hun namen hadden gegeven, en als ik dat omreken naar medio oktober 47 v.Chr., dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was, zoals we vorige keer zagen, in de laatste dagen van het voorafgaande jaar met 3000 legionairs, merendeels rekruiten, en 150 ruiters aan land gegaan bij Hadrumetum, het huidige Sousse in Tunesië. Als Caesar had gehoopt de stad te kunnen innemen, dan was hij bedrogen uitgekomen: ze werd verdedigd door Gaius Considius Longinus, die volgens de auteur van De Afrikaanse Oorlog beschikte over ongeveer 8000 man. Vanaf Kaap Bon waren bovendien 3000 Numidische ruiters onderweg naar Hadrumetum. Omdat die de stad versterkten maar geen aanstalten maakten Caesar aan te vallen, sloeg deze zijn kamp op ten zuidoosten van de stad, op het strand, hopend op versterkingen. Achteraf bezien heeft Considius een kans gemist de Tweede Burgeroorlog ten einde te brengen.

Lees verder “Caesar op de vlucht”