Curtius Rufus

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten het eens hebben over Quintus Curtius Rufus. Een Romeinse officier waarvan er dertien in een dozijn gingen, maar wel een Romeinse officier die wordt vermeld door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus. Hier is het citaat, dat begint met een schitterende insinuatie.

Over de afkomst van Curtius Rufus, die volgens sommigen de zoon was van een gladiator, wil ik geen onjuistheden beweren, terwijl ik me er tegelijk voor schaam de waarheid uit de doeken te doen. Eenmaal volwassen werd hij lid van de staf van een quaestor die Africa als standplaats had gekregen. Toen hij zich in de stad Hadrumetum in een zuilengalerij bevond waar hij op dat moment – het was midden op de dag – helemaal alleen was, was er een vrouwelijke gedaante van bovenmenselijke afmetingen aan hem verschenen en hoorde hij haar zeggen: “Jij, Rufus, jij bent de man die als gouverneur naar deze provincie zal komen.”noot Tacitus, Annalen 11.2-21; vert. Marinus Wes.

Lees verder “Curtius Rufus”

De Romeinse keizers van Gallië (2)

Tetricus, de laatste heerser van het Gallisch Keizerrijk (Bodemusem, Berlijn)

Omdat het Gallisch Keizerrijk zo goed was georganiseerd, kon het zijn stichter overleven. Postumus’ einde kwam in 269. Zijn munten waren altijd van hoger gehalte geweest dan die van Gallienus en diens opvolger Claudius II Gothicus, maar in 268 verlaagde de Gallische keizer onverwacht de hoeveelheid zilver in zijn munten. Het lijkt onrustig te zijn geweest en een zekere Laelianus riep zichzelf uit tot keizer, bezette de munt in Keulen en maakte Mainz tot hoofdstad. Postumus onderdrukte de opstand, stond zijn soldaten niet toe Mainz te plunderen en werd daarop door zijn eigen mannen gedood.

Zijn opvolger heette Marius en is een wat schimmige figuur. Hij werd vrijwel meteen vervangen door de commandant van de praetoriaanse garde van het Gallisch Keizerrijk, Victorinus. Ook die is een beetje kleurloos, al schijnt zijn huis in Trier te zijn geïdentificeerd. We weten alleen dat hij in 266 of 267 het consulaat deelde met Postumus en we mogen daarom aannemen dat hij de rechterhand van Postumus was. Hij lijkt de stad Autun te hebben moeten belegeren, maar in 270 was hij de situatie voldoende meester en het zegt veel over de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk dat de Germaanse stammen zich in deze crisis rustig hielden.

Lees verder “De Romeinse keizers van Gallië (2)”

Quirinius

Portret van een Romein, ongeveer 20 na Chr. (Glyptothek, Munchen)

Je zou Publius Sulpicius Quirinius een van de bekendste Romeinen aller tijden kunnen noemen. Hij wordt namelijk genoemd in het kerstverhaal, dat christenen over de hele wereld elk jaar weer aan elkaar vertellen. Hier is de vermelding bij Lukas die vanavond in menige kerk zal worden voorgelezen: “In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was.” (Lukas 2.1-2)

We weten veel meer over deze Quirinius. Hij werd geboren in de buurt van Lanuvium, een stadje in de buurt van Rome; zijn familie was vermogend, maar kon zich er niet op beroemen dat haar leden hoge ambten hadden bekleed. Die waren gereserveerd voor een beperkt aantal families. De staatsgreep van keizer Augustus bood echter ruimte aan de provinciale elite, die nu kon doorstromen naar de hoogste bestuursfuncties.

Lees verder “Quirinius”

Tyrannenmoord (3)

Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik liet u achter met de dood van Commodus die, door gif verzwakt, door een atleet werd gedood. Er waren nu vier mensen op de hoogte van wat was gebeurd in de keizerlijke privévertrekken: om te beginnen zijn maîtresse Marcia; dan de praetoriaanse prefect Laetus; de kamerheer Eclectus; en de atleet, Narcissus. Lang zouden ze het niet stil kunnen houden, want op nieuwjaarsdag zou de keizer de nieuwe consuls moeten verwelkomen.

Het was nu zaak heel snel – een kwestie van uren – een aanvaardbare keizer te zoeken die op 1 januari door iedereen kon worden erkend. “Iedereen”: dat wilde op de zeer korte termijn zeggen dat de nieuwe heerser de steun moest krijgen van de keizerlijke garde in de stad, van de andere veiligheidstroepen en van de Senaat. Het moest dus iemand zijn die én in Rome was én geloofwaardig kon beloven dat de garde haar geld en de senatoren het hun verschuldigde respect zouden krijgen. Op de middellange termijn moest het gaan om iemand die zou kunnen rekenen op de sympathie van de legers. Dit betekende dat het een competente generaal moest zijn, wat voor de lange termijn vanzelfsprekend ook wel praktisch was: graag een keizer die daadwerkelijk iets kón.

Lees verder “Tyrannenmoord (3)”

Tyrannenmoord (2)

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Zolang Commodus een praetoriaanse prefect had gehad die als bliksemafleider kon dienen, was het conflict met de Senaat beheersbaar geweest. Nu hij veel nadrukkelijker het rijk bestuurde en zijn prefect wat op de achtergrond was komen staan, konden de senatoren niet langer denken dat het slechts ’s keizers adjudant was geweest die hen negeerde en betrekkelijke buitenstaanders promoveerde naar mooie posities. Nu was onloochenbaar dat dit het beleid was van de keizer zelf en dat daarin geen verandering zou komen. Dat was onaanvaardbaar en het conflict tussen Senaat en Commodus werd onbeheersbaar.

De keizer realiseerde zich het gevaar en zocht bondgenoten: bij het leger, bij de bevolking. Het laatste betekende, heel simpel, brood en spelen; het eerste betekende dat er iets stoers moest worden gedaan, het liefst een oorlog. (Een van zijn voorgangers, Claudius, had hetzelfde gedaan: de Senaat had overwogen de republiek te herstellen, dus Claudius had steun nodig van het leger en veroverde daarom Brittannië.) Voor Commodus was deze optie niet zo aantrekkelijk omdat hij dan zijn hoofdstad moest verlaten, zodat hij niet kon verhinderen dat de Senaat zonder zijn medeweten zou beraadslagen. Dus koos hij ervoor zichzelf te presenteren als gladiator en als de halfgod Hercules. Zie het plaatje hierboven en de toelichting daar. En het plaatje hieronder.

Lees verder “Tyrannenmoord (2)”

Tyrannenmoord (1)

Commodus (Museum Selçuk)
Commodus (Museum Selçuk)

Geschiedenis is 365 dagen per jaar leuk. Eens in de vier jaar mag je er zelfs nog een dag langer van genieten. Daarom houd ik er, zoals ik wel eens vaker heb verteld, niet zo van om een bepaalde datum aan te grijpen om in te gaan op een gebeurtenis die dan [[vul hier een rond nummer in]] jaar geleden heeft plaatsgevonden. Daarmee doe je het verleden en jezelf tekort. Vandaag is er echter een meerwaarde. Het is oudjaar en ook al leest u dit misschien op uw werk, het is in feite de hele dag door al een beetje een feest. Er worden oliebollen gebakken, er wordt al wat vuurwerk afgestoken en de politieagent die u zonder licht ziet fietsen, kijkt de andere kant op omdat hij vandaag geen zin heeft de boeman uit te hangen.

Zo ook in Rome, zo ook op 31 december 192.Vanouds waren de laatste dagen van het jaar gewijd aan de god Saturnus, een vrolijk feest waarbij de mensen elkaar cadeautjes gaven, die soms iets te maken hadden met het feit dat dit de donkere tijd van het jaar was. Wie rijk was, deelde kaarsen uit, gemaakt van peperdure bijenwas. De hele stad had een feestmuts op, zoals Seneca het ergens typeert. Op oudejaarsdag losten mensen hun schulden af en werden schuldbekentenissen verbrand. Slaven en andere bedienden mochten het rustig aandoen. Soldaten droegen bij aan een ontspannen sfeer door geen wapens te dragen. 31 december was, kortom, de ideale dag om een keizer te vermoorden.

Lees verder “Tyrannenmoord (1)”

Synesios (3): Huwelijk

Een laat-antieke dame van stand (Qasr Libya, niet ver van Kyrene)

[Dit is de derde van vijf blogposts over Synesios van Kyrene. De eerste is hier.]

Synesios keerde nu terug naar Afrika. In de winter van 400/401 was hij in Alexandrië, waar hij een christelijke dame ontmoette, met wie hij na een korte verloving trouwde. Hoe zij heette, is onbekend: in zijn brieven heet ze gewoon “mijn vrouw”. Dat hij zich, om met haar te mogen trouwen, bekeerde tot het christendom, vermeldt hij nergens, maar is aannemelijk. Het huwelijk werd namelijk ingezegend door Theofilos, de patriarch van Alexandrië, die er de man niet naar was een huwelijk te sluiten dat niet voldeed aan alle christelijke regels. Synesios zal zich dus hebben laten dopen, al is ook denkbaar dat hij altijd christen is geweest maar er niets mee deed.

Lees verder “Synesios (3): Huwelijk”

Synesios (2): Constantinopel

Arcadius (Archeologisch Museum, Istanbul)

[Dit is de tweede van vijf blogposts over Synesios van Kyrene. De eerste is hier.]

In 397 bracht Synesios in Constantinopel een bezoek aan keizer Arcadius, om deze een gouden kroon ten geschenke te geven. De man uit Kyrene maakte van de gelegenheid gebruik een petitie aan te bieden waarin hij vroeg om lagere belastingen voor zijn geboortestad, die te lijden had van barbaarse invallen.

Lees verder “Synesios (2): Constantinopel”