De invloed van Mommsen

Italische soldaat, vierde eeuw v.Chr. (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Ik geloof dat ik al eens heb verteld dat een van de plannen die ik voor de wat langere termijn heb voor deze blog, een geschiedenis is van Rome in de vierde eeuw v.Chr. Die bestaat in hoofdlijnen uit de boeken zes tot en met tien (“de tweede pentade”, in jargon) van de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius, in combinatie met andere bronnen, zoals Diodoros, en het archeologisch materiaal. In deze periode wist Rome, dat in 387 v.Chr. nog een nederlaag had geleden tegen een schare Gallische krijgers, centraal Italië aan zich te onderwerpen en de rest met verdragen aan zich te binden. In 295 v.Chr. was, met de slag bij Sentinum, een grootmacht ontstaan die het kon opnemen tegen de hellenistische staten in het oosten.

De materie behoort niet tot de “grote” oudheidkundige thema’s, zoals de Atheense democratie, de antieke economie of het keizerschap van Augustus. De Romeinse geschiedenis begint eigenlijk pas met de Tweede Punische Oorlog, terwijl archeologen meer belangstelling hebben voor archaïsch Italië – denk aan de Nederlandse opgravingen in Satricum en Crustumerium. Wat natuurlijk niet betekent dat er nóóit iets wordt opgegraven uit de vierde eeuw, maar ik heb niet de indruk dat er veel gebeurt.

De vierde eeuw, steeds hetzelfde

Dat heeft gevolgen, waarvan ik me bewust werd toen ik mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek schreef. Het viel me toen op dat de presentatie van de vijfde en vierde eeuw v.Chr. door-en-door traditioneel was: een afwisseling van enerzijds Italische conflicten en anderzijds institutionele aanpassingen. Hoe ontstond deze of gene magistratuur, hoe en waarom evolueerde volksvergadering, wie mochten welke ambten bekleden? Steeds stond de wisselwerking tussen krijgsgeschiedenis en institutionele geschiedenis centraal.

De helft van de antwoorden is voor het handboek echter helemaal niet ter zake. Het is bijvoorbeeld irrelevant dat studenten de voorgeschiedenis kennen van het ambt van dictator, want tegen de tijd dat deze functie belangrijk wordt, is het een totaal andere dan de oorspronkelijke.

De Blois en Van der Spek zijn niet de enigen. In zijn Macht zonder grenzen heeft Fik Meijer een vergelijkbare presentatie en in SPQR doet Mary Beard hetzelfde. Bij andere oudheidkundige thema’s is meer variatie.

Theodor Mommsen

Deze vorm van presenteren – oorlog en institutionele ontwikkeling – gaat terug op de Römische Geschichte van Theodor Mommsen, de grote Duitse oudhistoricus. In zijn tijd, de tweede helft van de negentiende eeuw, was de Duitse wereld volop in beweging. En die beweging bestond onder meer uit een reeks oorlogen die leidden tot de eenwording en institutionele ontwikkeling van Duitsland, culminerend in het keizerschap. Vandaar de door Mommsen gelegde accenten.

Die accenten zijn daar in de historiografische traditie blijven liggen, althans voor de vierde eeuw v.Chr. Het is immers een onderwerp waar oudhistorici en archeologen niet voldoende vaak naar omkijken om te ontdekken dat het ook anders kan. Als Mommsen dan ook nog een van de best schrijvende oudheidkundigen is, wordt het moeilijk je los te maken van zijn invloed.

***

Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.

Deel dit:

7 gedachtes over “De invloed van Mommsen

  1. FrankB

    “De materie behoort niet tot de “grote” oudheidkundige thema’s”
    Dat vind ik merkwaardig. Ik wil weten hoe een onbetekenende stad het tot supermacht schopt. Zo vaak gebeurt dat niet.
    Klakkeloos in een kader blijven hangen van een briljante voorganger is geen manier om hem eer te bewijzen.

    1. “Er zijn te weinig bronnen (alleen Livius en Diodoros) om zinvolle historische discussies mogelijk te maken,” had ik willen schrijven, en dat is ook wel waar. Maar dataschaarste weerhoudt oudhistorici er ook niet van te zoeken naar de Alpenpas van Hannibal.

    2. Het gebeurt heel geregeld dat er in een bepaalde situatie een groot aantal actoren zijn, en dat na verloop van tijd er één of enkele van overblijven. B.v. Facebook, Microsoft, Amazon. Deze winnaars gaan dan uitleggen dat dit door hun voortreffelijke eigenschappen en harde werken kwam, maar er waren een heleboel anderen met ook voortreffelijke eigenschappen, die ook heel hard werkten. Toeval speelt in het begin van zo’n ontwikkeling eengrote, zo niet doorslaggevende rol. Op een gegeven moment is er dan één wat groter dan de rest en daarna kan het heel snel gaan.
      .Het zoeken naar systematische verklaringen dat juist die ene kwam bovendrijven zet de onderzoeker op het verkeerde been. Rome had best de Samnieten-oorlogen kunnen verliezen. Wat niet wegneemt dat je er wel iets over kan zeggen, en dat dat juist voor zo’n beginperiode heel interessasnt is.

      1. Ben Spaans

        Dan nog gebeurt het niet vaak dat één (samengegroeide) nederzetting aan een rivier uitgroeit tot een een groot rijk.

  2. Thusnelda Wetering

    Ik heb het nooit zo bekeken, want ik kijk niet zo vaak naar de vroege republiek. Maar ik vraag me af: geldt dit nu niet ook voor andere thema’s?

    Je hebt regelmatig gewezen op negentiende-eeuwse ideeën en de limes, en de vermeende stadsrechten van Nijmegen. What else?

  3. Over de stelling: “Theodor Mommsen beschreef (A) de vorming van het Romeinse Rijk als een wisselwerking tussen oorlogen en institutionele wijziging omdat (B) hijzelf groot werd in een tijd waarin oorlogen en institutionele wijzigingen hand in hand gingen.” zijn veel bedenkingen mogelijk:

    1) Is B juist?
    2) Is B niet een objectief signaal voor A?
    3) Zou Mommsen A niet gesteld hebben als B niet zo was?
    4) Hebben andere geschiedschrijvers dan Mommsen A geschreven, over Rome of andere samenlevingen?
    5) En was bij die andere geschiedschrijvers B van kracht?

Reacties zijn gesloten.