
Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot
Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap
Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en werd bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Om het plaatje nog complexer te maken, waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, waarvan wel wordt gezegd dat de Baranis binnen de grenzen van het voormalige Romeinse Rijk hadden gewoond en/of sedentair waren, terwijl de Butr buiten het imperium hadden gewoond en/of nomadisch leefden. Er waren natuurlijk Arabieren, verdeeld over degenen met voorouders in Syrië en degenen met voorouders op het Arabische Schiereiland. Rond het midden van de achtste eeuw zouden al deze tegenstellingen een rol spelen bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.
Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik hieronder zal beschrijven vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en nog niet geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Eenheid en versplintering, deel één en twee
Zoals ik het dynastieke deel begrijp, hebben we feitelijk te maken met een cyclus van integratie en desintegratie: steeds is er eerst een sterke dynastie die de hele Maghreb beheerst, en daarna valt het gebied in delen uiteen, waarna de cyclus opnieuw begint. Zo behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad.
Hier eindigde de eerste cyclus. De situatie in de Maghreb was gedurende een halve eeuw instabiel, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen. Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, werd dus rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die door kalief Harun ar-Rashid, werd erkend als emir. Dat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. En zo was er een basis voor nieuwe versnippering, want de Aghlabiden gingen zich steeds zelfstandiger gedragen.

Dat gebeurde ook in het westen. In het noordwesten van het huidige Algerije was een Emiraat van Tlemcen, dat doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, al waren rond 800 de eerste emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw dus steeds meer hun eigen weg.
Eenheid en versplintering, deel drie
De tweede cyclus van desintegratie eindigde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd nadien niet meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze ook El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, aan de rand van de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.
Eenheid en versplintering, deel vier
De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen: de vierde cyclus begon. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het nieuw ingestelde centrale gezag verloor vervolgens weer de controle. Lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun
Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Cyclus numero vijf. En we kennen inmiddels het patroon:
- er is eerst een machtige dynastie die de regio beheerst,
- die delegeert de macht aan lokale heersers
- die worden vervolgens zelfstandig,
- waarna een nieuwe machtige dynastie opstaat en de cyclus opnieuw begint.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.
Zelfde tijdvak
Islamitisch recht (6) de kaliefjuni 16, 2025
Opkomst van de Nasridennovember 14, 2023
Weggepoetste informatie (1)juni 19, 2015

De cyclus waar je mee eindigt is toch universeel bij elke cultuur over de hele wereld te ontdekken?
Vriendelijke groet,
Het is de organische metafoor die we te danken hebben aan Aristoteles: groei, bloei, verval. Maar je kunt ook denken in termen van voortdurende transformatie. Cyclisch denken is niet het enige mogelijke.
Maghreb. De meeste mensen hebben huis,- tuin,- en keukennamen als Groen (Zelensky), Rood, Zwart, van het Veld of van de Straat (Poetin) etc. Ook de arabische woorden zijn i.h.a. niet anders. Zo betekent Ma-ghreb (de plek van) het Westen. De gh is in transcriptie een r met punt erop. De klank zit tussen g en r. Men kan dus ook zeggen Ma-rherb.
De blogjes zijn zeer interessant en helder, maar af en toe bestaat het gevaar tureluurs te worden van al die niet- vertaalde arabische woorden.