1700 jaar Nikaia (5): de besluiten

Nikaia loste niet alle problemen op; er waren meer concilies nodig. In het Rila-klooster zijn ze allemaal afgebeeld.

Het is maar al te begrijpelijk dat de bisschoppen die aanwezig waren op het Concilie van Nikaia meenden dat de Heilige Geest hen in de juiste richting had geleid. Men was het vooraf oneens geweest over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon, over de autonomie van de bisschoppen, over de paasdatum en over nog andere thema’s. De bisschoppen communiceerden in het Grieks, maar we moeten niet onderschatten dat de aanhangers van de twee grote scholen van Bijbeluitleg, de Alexandrijnse en Antiocheense, niet zelden dachten in het Egyptisch (Koptisch) en het Syrisch (Aramees).

Persoonlijke ergernissen speelden een rol. Wellicht waren er mensen die zich stoorden aan de rol van de keizer. We beschikken over een door hem bij een andere gelegenheid gehouden toespraak waaruit blijkt dat hij de theologische finesses niet geheel beheerste. (De auteurs van onze bronnen, die Constantijn positief presenteren, maken overigens geen melding van irritaties over zijn rol.) Ondanks alle moeilijkheden eindigde de vergadering met consensus. De keizer had met de ruziënde bisschoppen een enorm risico genomen, maar kon tevreden beginnen aan het regeringsjubileum, de vicennalia, dat hij kort daarna zou vieren. Zoals gezegd heeft de Kerk de ingreep door het wereldlijk gezag geaccepteerd omdat de Heilige Geest zo evident aanwezig was geweest.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (5): de besluiten”

Het schervengericht

Scherf met de naam Aristeides (Agora-museum, Athene)

In een democratie komt het weleens voor dat iemand spectaculair succesvol is, puur op basis van zijn charisma. Dat is geen misdrijf, maar zulke mensen kunnen het democratische systeem zelf destabiliseren, ook wanneer hun ideeën niet gevaarlijk zijn. Soms vestigen ze een alleenheerschappij. Dat is in Syracuse, een van de belangrijkste democratische stadstaten van de Griekse wereld, enkele keren gebeurd.

Eén tegenmaatregel zou zijn geweest zo iemand te verbannen. Dat gold in de oude wereld echter als een erg harde maatregel, eigenlijk iets dat je pas deed als de gemeenschap als geheel al schade had ondervonden en als hele gemeenschap een straf moest opleggen. (Het recht mensen weg te sturen was, net als de doodstraf, iets waarmee een stadstaat zijn onafhankelijkheid en autonomie toonde.) Er was dus behoefte aan een “ballingschap light”. De procedure daarvoor is in Athene goed gedocumenteerd en staat bekend als het schervengericht of, als u chique wil doen, ostracisme, wat hetzelfde betekent.

Lees verder “Het schervengericht”

Bisschoppen in ballingschap (2)

Romeinse reiskoets (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

In mijn vorige stukje noemde ik drie voorbeelden waar de bestudering van Grieks en Latijnse literaire teksten door de DNA-revolutie zou kunnen veranderen – of beter, waar ze de standaard zou kunnen volgen die bij de bestudering van de allervroegste christelijke literatuur al bestaat. Ik noemde de hellenistische filosofie, Vergilius en Ovidius. Eergisteren realiseerde ik me een nieuw thema, waar ik al een tijdje over loop te denken, namelijk de iets minder vroege christelijke literatuur. Laten we zeggen: de vierde eeuw.

Het probleem

Het historische probleem is dat er rond 400 na Chr. een duidelijke norm is binnen het christendom, die ik gemakshalve even zal aanduiden als orthodox. Hierin zitten twee elementen, namelijk enerzijds dat wie christen is, niet tegelijk een andere religie kan hebben, en anderzijds dat er binnen dit christendom maar één waarheid kan zijn. Beide ideeën klinken momenteel vanzelfsprekend maar waren dat in de antieke wereld niet. Wat ik niet begrijp, is waar die orthodoxie vandaan komt. Binnen het antieke denken is daartoe geen aanleiding. Niemand heeft ooit een dogmatiek opgesteld voor de cultus van Marduk, Maat, Minerva, Mithras, Magusanus of de Muzen.

Lees verder “Bisschoppen in ballingschap (2)”

Bisschoppen in ballingschap (1)

Vergilius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als het goed gaat is het oudheidkundige deelgebied dat het sterkst zal veranderen door de DNA-revolutie de bestudering van de Griekse en Latijnse literatuur. De conclusie daarvan lijkt te zijn dat de mensheid in de voorindustriële tijd mobieler was dan aangenomen, veel mobieler. En waar mensen mobiel zijn, reizen hun ideeën mee. Dat verandert het werk van een classicus. Als hij bezig is met een Latijnse tekst uit Midden-Italië, zal hij voor het begrip van die tekst niet slechts kijken naar Latijnse en Griekse teksten, zoals nu gebeurt, maar meer dan nu het geval is ook naar teksten in andere talen (waarvan het Aramees de grootste is).

Heel nieuw is dit niet. Zeker bij de bestudering van vroegchristelijke teksten is er ook nu al een wijdere wereld van niet-Griekse en niet-Latijnse teksten. De Bijbel is immers geschreven in het Hebreeuws. En het christendom kende vanaf het begin teksten in bijvoorbeeld het Koptisch en Ethiopisch. Je kunt het voor-Constantijnse christendom niet bestuderen zonder een blik in bijvoorbeeld het Ethiopische Boek van Henoch; wie alleen Grieks en Latijn bekijkt, zal kijken naar teksten die een latere, orthodoxe selectie hebben doorstaan en doet de oorspronkelijke veelkleurigheid tekort. De implicatie van de DNA-revolutie is dat deze brede aanpak, die bij de vroegchristelijke literatuur dus al bestaat, veel vaker zal worden toegepast. De netten zullen breder geworpen gaan worden. Anders gezegd: de hermeneutische buitengrens of interpretatiehorizon wordt wijder. Of valt weg. Als ik talent had voor taal en als ik opnieuw kon beginnen, zou ik richting klassieke talen gaan, want dat is de komende tien jaar the place to be.

Lees verder “Bisschoppen in ballingschap (1)”

Schervengericht

Scherf met de naam van Perikles, zoon van Xanthippos (Agoramuseum, Athene)

Een van de oudste teksten over de antieke democratie is een Sumerisch verhaal over koning Gilgamesj, die ten oorlog wil trekken maar door het ene representatieve orgaan wordt tegengehouden en daarom een ander orgaan om toestemming vraagt. Hij komt ermee weg, trekt ten strijde, overwint en lijkt vervolgens geen lastige vragen meer te hebben gehad. Het is een probleem voor elke democratie: de succesvolle of de charismatische leider die de procedures naar zijn hand kan zetten.

Persoonlijke invloed is geen misdrijf maar te veel persoonlijke invloed kan het systeem beschadigen, zelfs als de persoon in kwestie het beste met de mensheid voort heeft. Een goed-functionerende democratie kan daarmee omgaan, maar democratieën functioneren niet altijd goed. Het antieke Syracuse is een voorbeeld van een democratie die verschillende keren plaats maakte voor de alleenheerschappij van een succesvolle generaal.

Lees verder “Schervengericht”