Hellenistisch Lycië

Het Letoön

[Dit is het vierde van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De onafhankelijkheid van Lycië (landkaart) is eigenlijk nooit meer hersteld en de plaatselijke cultuur begon te verdwijnen in de late vierde eeuw. De jongste Lycische inscriptie is geschreven in het laatste kwart van die eeuw. Toen het Perzische Rijk na 338 v.Chr. begon te desintegreren, werden de Lyciërs niet opnieuw zelfstandig, maar onderworpen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die in de winter van 334/333 door het land marcheerde. Er was lokaal verzet, maar Alexanders ondercommandant Nearchos maakte daaraan een einde.

Een lijst van buitenlandse heersers geeft een beeld van de volgende, chaotische fase van de Lycische geschiedenis. Na de dood van Alexander in 323 werd het gebied achtereenvolgens geregeerd door zijn generaal Antigonos, door Ptolemaios I Soter (vanuit Egypte), door een broer van Kassandros van Macedonië, en vanaf 275 door de zoon van Ptolemaios, Ptolemaios II. De Ptolemaiën regeerden bijna een eeuw lang over Lycië, maar in 197, tijdens de Vijfde Syrische Oorlog, nam de Seleukidische koning Antiochos III de Grote de macht over. Die verloor hij echter weer tijdens de Syrische Oorlog tegen de Romeinen, die in 188 de regio toewezen aan hun bondgenoot Rhodos.

Lees verder “Hellenistisch Lycië”

M02 | De Heliodoros-affaire

Qasr al-Abd, het paleis van de Tobiaden

[Tweede blogje in een zestiendelige reeks rond Chanoeka, dat dit jaar valt op 18-26 december. Ik begon de reeks hier.]

Hadden de Ptolemaiën in de derde oorlog tegen de Seleukiden hun vijanden nog op afstand kunnen houden, in de vierde boekte de “koning van Azië” al terreinwinst, en in de vijfde, die duurde van 202 tot 195 v.Chr., veroverde Antiochos III de Grote heel Judea. Daarbij lijkt hogepriester Simon de Rechtvaardige, steun te hebben verleend aan de Seleukiden. Dat verdiende een beloning, en toevallig weten we welke. In JosephusJoodse Oudheden is namelijk de proclamatie opgenomen waarmee Antiochos de macht aanvaardde. Daarin bedankt hij de Joden voor hun hulp, belooft hij steun bij de wederopbouw, zegt hij offers toe, erkent hij de Joodse Wet en verlaagt hij de jaarlijkse belasting, een som van driehonderd talenten, tot tweehonderd. De oorlog was verschrikkelijk geweest, maar het pro-Seleukidische beleid van de hogepriester bespaarde de Joden het allerergste.

Aan goede bedoelingen geen gebrek, maar de relatie tussen de Joden en de nieuwe koning liet te wensen over. Toegegeven, de Tobiade Hyrkanos, die zijn vader Jozef was opgevolgd als hoofdbelastingpachter, trok zich terug in zijn luxe kasteeltje bij het huidige Qasr al-Abd in Jordanië (zie foto hierboven). Hij bleef echter de Ptolemaïsche heersers steunen en hield contact met vrienden in Jeruzalem. In feite zat hij te stoken. De Seleukiden waren nooit helemaal zeker van de loyaliteit van hun nieuwe onderdanen. Incidenten bleven niet uit.

Lees verder “M02 | De Heliodoros-affaire”

Hannibal op zoek naar wraak

[Dit is het laatste van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

De economie van Karthago was geruïneerd en in 196 v.Chr. koos de volksvergadering Hannibal tot suffeet. Hij reorganiseerde de staatsinkomsten en nam maatregelen om de landbouw en de handel te stimuleren. Er gingen echter geruchten dat hij van plan was een bondgenootschap aan te gaan met het Seleukidische Rijk, om samen Rome voor de tweede keer in Italië aan te vallen – als koning Antiochos III de Grote hem maar een leger wilde geven. Het is onbekend of deze beschuldiging op waarheid berustte, maar toen de Romeinen een onderzoekscommissie stuurden, vluchtte Hannibal naar Antiochië, de hoofdstad van het Seleukidische rijk. Hij was minder dan een jaar aan de macht geweest. Zijn huis werd verwoest.

In deze jaren hadden zowel Rome als de Seleukidische koning belangstelling voor Griekenland en Macedonië. Rome versloeg koning Filippos in de Tweede Macedonische Oorlog (200-197) en riep toen onverwacht zijn troepen terug om Griekenland onbeschermd te laten voor een Seleukidische invasie. Antiochos trapte in de val en liet zich naar Griekenland lokken (192), waar Rome het voordeel had van de korte aanvoerlijnen en vertrouwdheid met het terrein. In deze Syrische Oorlog adviseerde Hannibal koning Antiochos om Italië binnen te vallen en het valt makkelijk te raden wie de bevelhebber van dat expeditieleger had moeten worden. In plaats daarvan kreeg Hannibal een ondergeschikt vlootcommando. In een zeeslag ter hoogte van Side werd hij verslagen door Romes bondgenoot Rhodos (190).

Lees verder “Hannibal op zoek naar wraak”