De Paasdatum in Oost en West (1)

De maand januari in het getijdenboek van Karel van Angoulême, met kolomsgewijs het gulden getal, de weekdagletter, de Romeinse dag aanduiding en de heiligendagen. Merk op dat een doorlopende nummering van de dagen zoals wij dat nu gewend zijn toen nog niet gebruikelijk was.

2025 is zo’n zeldzaam jaar waarin Paaszondag in de Gregoriaanse rekening, zoals aangehouden door de westerse kerken, gelijk valt met Paaszondag in de oude (Juliaanse) rekening, zoals aangehouden in de oosterse kerken. Hoe kan dit en hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?

De berekening van de Paasdatum

Zoals bekend is Paaszondag de dag waarop christenen over de hele wereld de herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Ook weet iedereen dat de Paasdatum niet vastligt maar elk jaar anders is. De datum wordt door middel van tabellen (of berekeningen) vastgelegd.

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (1)”

De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden

Hemelschijf van Nebra, reconstructie van de oorspronkelijke vorm (Arche Nebra)

De Hemelschijf van Nebra is, blijkens de analyse van het weinige aan de grafgiften verbonden organisch materiaal, rond 1600 v.Chr. ritueel begraven, maar is 150 tot 200 jaar eerder vervaardigd. Harald Meller is er zeker van dat er maar één schijf is gemaakt en dat dit gebeurde in opdracht van de heersende vorst.

De afbeelding

In zijn oorspronkelijke vorm bestaat de schijf uit de maan (ook te beschouwen als zon), sikkelvormig en vol, een klontering van zeven sterren en vijfentwintig willekeurig  over het vlak geplaatste sterren. In deze vorm heeft het voorwerp enkele generaties gefunctioneerd.

Bijzonder is dat de maansikkel, zoals die is afgebeeld, de schijngestalte heeft van een maan die 4½ dag oud is. Dat is dikker dan de nieuwe maan van 1½ à 2½ dagen oud, die als eerste licht verspreidt. De zeven sterren duiden op de sterrenhoop Plejaden (het Zevengesternte), die in veel oude culturen een belangrijke mythische rol toebedeeld kregen.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden”

Kort Irakees (1): Al-Haytham

Al-Haytham

Ik kan over het reizen in Irak natuurlijk allerlei spannende verhalen vertellen. Over onze bewapende begeleider of over ons escorte. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar de simpele waarheid is dat reizen in Irak zo avontuurlijk niet is. Hotels zijn goed, sanitair functioneert, eten is prima. weer is lekker, mensen zijn vriendelijk. En vooral: de mensen vinden het leuk dat je belangstelling toont voor hun land. Mooi zou ik het vlakke, vervuilde en verstedelijkte gebied tussen Eufraat en Tigris niet willen noemen, boeiend is het echter wel. Ik wil wat stukjes schrijven over alledaagse zaken die me opvielen. Gewoon, om tegenover het vele nare nieuws over Irak eens wat positiefs te zetten.

Al-Haytham

Eerst maar eens iets over het bovenstaande bankbiljet van 10.000 dinar, een kleine zes euro. Daar kun je met z’n tweeën prima van lunchen in de plaatselijke horeca. De afgebeelde persoon is de Irakese geleerde Al-Haytham, die leefde van 965 tot 1039. Op andere bankbiljetten staan beroemde gebouwen en de Wetten van Hammurabi (waarover binnenkort meer). Zoals zoveel landen gebruikt Irak zijn geld om mensen iets te tonen waarop elke ingezetene trots kan zijn. En Al-Haytham, die in West-Europa bekendstaat als Alhazen, verdient de onderscheiding dubbel en dwars. Hij is de grondlegger van de optica. Maar er is meer.

Lees verder “Kort Irakees (1): Al-Haytham”

Ibn al-Haytham

Reconstructie van het laboratorium van Ibn al-Haytham (Deutsches Museum, München)

Zo’n duizend jaar geleden publiceerde de Iraakse onderzoeker Abu Ali al-Hasan Ibn al-Hasan Ibn al-Haytham (965-1039) een boek over het licht. Toen het in het Latijn werd vertaald, werd de naam van de schrijver omgezet in iets handzamers: misschien kent u de auteur als Alhazen.

Ik ga even een stapje terug en nodig u uit in gedachten even een Suske en Wiske-album erbij te nemen. Willy Vandersteen wilde nog wel eens, om aan te geven dat een Lambik of een Jerom ergens naar keek, een pijltje tekenen dat vanuit het oog naar het object liep. Dat is in feite hoe de oude Grieken meenden dat we keken. Zo had de Griekse arts Galenus beweerd dat het menselijk oog een straal uitzond die werd teruggekaatst door het bekeken object. U kent het trouwens ook uit het kerstliedje: “Toen vlamd’ er een straal uit hun ogen en viel op het kindeke teer”.

Dat ons oog stralen uitzendt, is dus hoe de oude Grieken en Romeinen meenden dat we keken. Al-Haytham bewees dat dit onmogelijk waar kon zijn. Als het zo zou zijn, hoe kon het dan immers dat de maan schijngestalten vertoonde? Als de maan alleen lichtstralen uit onze ogen weerkaatste, zou ze altijd rond moeten zijn en zou niet steeds dat deel verlicht zijn dat naar de zon was gericht.

Lees verder “Ibn al-Haytham”