Alexander de Grote, god-koning van Azië

Alexander de Grote op de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)

[Dit is het derde van vier stukjes over Alexander de Grote. Het eerste vindt u hier en een poging de veroveringstocht te contextualiseren vindt u daar.]

Na de dood van koning Darius vonden de Perzen die de strijd met Alexander wilden voortzetten, een nieuwe leider: Bessos. De Macedonische propaganda typeert hem – misschien terecht – als Darius’ moordenaar. In elk geval had hij zijn machtsbasis in Baktrië: het vruchtbare grensgebied van wat nu Afghanistan en Oezbekistan is. Om Bessos aan te pakken, moest Alexander een omweg maken via Kandahar en Kabul en over de Hindu Kush, maar hij slaagde er zo in Baktrië vanuit een onverwachte richting binnen te vallen. Bessos was niet voorbereid en werd gearresteerd door zijn eigen mannen. Die leverden hem uit aan Alexanders vriend Ptolemaios. Alexander liet Bessos kruisigen.

Lees verder “Alexander de Grote, god-koning van Azië”

Alexander in India (2)

Alexander als Zeus, met bliksemschicht in de hand

De twee jaar in Oezbekistan, waarover ik gisteren schreef, veranderden Alexander. In een onbekend land vocht hij tegen een vijand waartegen zijn eigen troepen niets konden uitrichten, terwijl zijn pas in dienst genomen Perzische cavalerie wel successen boekte. Dat leidde tot spanningen en toen Alexander probeerde wijzigingen in het hofprotocol aan te brengen om de Perzen wat meer ter wille te zijn, werd hij door de Macedoniërs tegengewerkt. Toen er versterkingen aankwamen, bleken dat vooral huurlingen uit Griekenland, wat niet op prijs werd gesteld door de Macedoniërs. In een poging de inheemse bevolking voor zich te winnen, trouwde Alexander met de lokale prinses Roxane en bruuskeerde daarmee zijn Perzische maîtresse Barsine en haar familie.

Alexander kon niet alle mensen tegemoet komen en zijn frustratie blijkt uit het radicale karakter van zijn maatregelen. Als Spitamenes werd gesteund door de bevolking, dan moesten die mensen maar worden gedeporteerd. Als er spanningen waren tussen Macedoniërs en Grieken, dan liet hij de laatsten achter als kolonisten. En toen Alexander bij een drinkgelag eens een vriend doodsloeg, was er niets aan de hand, want net als zijn vader Zeus was hij de belichaming van het recht. Het idee was hem aan de hand gedaan door de filosoof Anaxarchos, maar de auteur van een van onze bronnen, Arrianus, plaatste vraagtekens bij het denkbeeld:

Lees verder “Alexander in India (2)”

Alexander de bedrieger (1)

Alexander te paard (Metropolitan Museum of Art, New York)

De soldaten van koning Alexander van Macedonië geloofden al lang niet meer in zijn mooie praatjes. Ze waren in de lente van 334 v.Chr. met hem overgestoken van Europa naar Azië om het Perzische Rijk te bestraffen voor het feit dat het ooit een inval had gedaan in Griekenland. Dat beloofde een lucratieve plundertocht te worden. De koning had er weliswaar niet bij verteld wat hij voldoende bestraffing zou vinden, maar redelijkerwijs kon niet worden aangenomen dat de straf zwaarder zou uitvallen dan de verovering van het gebied dat nu Turkije heet, met als klap op de vuurpijl een vernietigende overwinning op het leger van de Perzische grootvorst Darius.

Maar koning Alexander had Darius’ vredesaanbod afgewezen en had zijn manschappen voorgehouden dat er meer buit te behalen viel. En ze waren hem gevolgd. Ze hadden alle havensteden veroverd tot in Egypte aan toe, hadden aan de Tigris een tweede vijandelijke leger verslagen en alle hoofdsteden van het Perzische Rijk veroverd: Babylon, Sousa, Pasargadai en Persepolis. Nadat ze de laatste stad in brand hadden gestoken, meenden ze dat ze naar huis mochten, maar toen had Alexander geëist dat ze verder zouden gaan om de grootvorst gevangen te nemen. De straf stond nu niet langer in verhouding tot het misdrijf dat ze waren komen wreken, maar ze hadden niet kunnen weigeren: Alexander was hun koning.

Lees verder “Alexander de bedrieger (1)”