Geen tijd (1)

Stoep in Tabriz
Stoep in Tabriz (Iran)

Het is een bekende observatie over de grote steden in het Midden-Oosten: het trottoir – als het er al is – dient niet om over te wandelen. Het is er om stalletjes te zetten voor de verkoop van allerlei dingen. Voetgangers kunnen immers ook over de straat gaan, langs de geparkeerde auto’s. In Nederland zou zoiets natuurlijk ondenkbaar zijn: hier is het trottoir er voor wandelaars.

De verklaring voor dit verschil is, volgens een egyptologe met wie ik het er eens over had, dat in het Midden-Oosten ruimte schaars is, zodat de openbare ruimte wordt ingericht om er zoveel mogelijk activiteiten per vierkante meter te kunnen laten plaatsvinden. In West-Europa is daarentegen tijd hét schaarse goed, en dus wordt de openbare ruimte zó ingericht dat mensen zich snel kunnen verplaatsen. Het klinkt mij overtuigend in de oren. In elk geval: ons besef van ruimte en tijd is betrekkelijk. Je kunt anders denken over tijd en ruimte, je kunt er anders naar handelen.

Lees verder “Geen tijd (1)”

Spreken als Max Havelaar

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Nee, het is geen toeval dat boven dit stukje, dat in de titel toch de naam van heeft van Multatuli’s alter ego, geen plaatje staat van de grote schrijver maar van een Macedonische filosoof. Aristoteles leefde in de vierde eeuw v.Chr. en was arts, politicoloog, logicus, toneelcriticus, bioloog, metafysicus, psycholoog en wijsgeer, en dan sla ik vermoedelijk nog een paar van zijn activiteiten over. Zijn oeuvre is, eerlijk gezegd, niet erg aantrekkelijk maar vrijwel elk traktaat heeft de wetenschap van zijn tijd verder gebracht. Dat het meeste inmiddels achterhaald is, is irrelevant: dit was een van de scherpzinnigste geesten aller tijden.

Enkele delen van zijn oeuvre zijn nog altijd de moeite van het lezen waard: zijn logische geschriften en wat hij schreef over de welsprekendheid. Deze twee delen, logica en retorica, vulden elkaar aan. Als filosoof wilde Aristoteles dat mensen elkaar overtuigden op basis van logische argumenten, maar hij was teveel een realist om erop te vertrouwen dat dit ook werkelijk gebeurde. Daarom onderzocht hij ook hoe mensen elkaar in de praktijk overreedden.

Lees verder “Spreken als Max Havelaar”

Niet-gedane ontdekkingen

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

In 331 v.Chr. arriveerde Alexander de Grote in Babylon. De geleerden in zijn gezelschap vonden wetenschappelijk informatie, die meteen werd vertaald. Al in 330 vond een kalenderhervorming plaats.

Zo’n vier, vijf eeuwen later kwam de Romeinse keizer Trajanus aan in Babylonië. Daar was in de tussentijd een belangrijke ontdekking gedaan: de nul. De Romeinen hadden echter geen belangstelling voor de oosterse wetenschappen en negeerden het. Het blijft onderhoudend te speculeren wat er had kunnen gebeuren als de wetenschap al in de tweede eeuw was bevrijd van de psychologische obstakels die het rekenen met Romeinse cijfers zo lastig maken. Ik sluit niet uit dat al in de achtste eeuw een of andere onderdaan van Karel de Grote de eerste man op de maan zou zijn geweest.

Lees verder “Niet-gedane ontdekkingen”

Renan, Renan, steeds Renan (3)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het derde van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik betoogde dat Renan werkte vanuit een soort sjabloon, waarin de Semitische volken neigden tot mystiek, geweldige poëzie schreven en het monotheïsme hadden uitgevonden, terwijl de Indo-Europees-sprekenden polytheïsten waren die zich uitdrukten via mythen en later de filosofie hadden uitgevonden. Dit was Renans vorm van een al oudere visie dat “Het Despotische Oosten” tegenover “Het Vrije Westen” zou staan.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (3)”

Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed

Echt niet. De Egyptenaren en Mesopotamiërs waren, voor zover we weten, Galenos een millennium of twee voor.

De wetenschappelijke methode, onze vrijheid, de experimentele wetenschap, de democratie, rationaliteit, wiskunde, wijsbegeerte… het wordt allemaal maar toegeschreven aan de oude Grieken en het is bijna allemaal niet waar.

Over het algemeen gaat de drogredenering als volgt: wij hebben X, de Grieken hadden ook X, dus wij hebben het van de Grieken. Dat X ook bij andere volken kan zijn voorgekomen wordt vaak genegeerd (wiskunde is hier een voorbeeld), zoals men ook vaak over het hoofd ziet dat X vergeten kan zijn geraakt en herleefd kan zijn, zonder dat er een direct verband is (democratie).

Lees verder “Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed”

Aristoteles over de E.U.-grondwet (5)

[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]

Conclusie

De welwillende lezer die tot hier is gekomen, kan zich afvragen of het nodig was een dooie Griek uit zijn urn te halen. Veel van wat hierboven staat, voel je op je klompen aan en wist je ook wel zonder Aristoteles. En dat was dan ook de kern van het probleem: de voorstanders van de grondwet maakten in hun campagne zulke elementaire fouten. De ministers begrepen niet dat het publiek niet bang was voor oorlog; ze beledigden de mensen wier stemmen ze wilden krijgen; en ze onderschatten hun impopulariteit. Dat getuigde van gebrek aan inzicht, gebrek aan tact en gebrek aan zelfkennis. Misdrijven waren het niet, maar het waren ook geen aanbevelingen.

Lees verder “Aristoteles over de E.U.-grondwet (5)”

Aristoteles over de E.U.-grondwet (4)

Aristoteles (Archeologisch Museum, Palermo)

[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]

Ethos

Geloofwaardigheid is de basis van het politieke bedrijf, en vanaf het eerste begin heeft de campagne voor de EU-grondwet op dit punt problemen gehad. Het kabinet-Balkenende gold in brede kringen als slopersbedrijf, de minister-president was een brekebeentje, eerdere Europese projecten hadden al geen al te beste reputatie meer. De voorstanders van de grondwet zeiden steeds dat al deze constateringen niet ter zake waren, maar dat getuigde van een te beperkte, te logische kijk op communicatie. Wie eenmaal een oor was aangenaaid bij de invoering van de euro, was minder bereid zich te laten overtuigen van weer een nieuw project.

Ook de geringe populariteit van dit kabinet was wel degelijk relevant. Slechts weinigen konden geloven dat het kabinet tijdens de onderhandelingen over de grondwet voor de sociale rechten in Europa was opgekomen. Zelfs de financiën waren verwaarloosd: minister Zalm had erop gestaan dat de grondwet garanties zou bevatten voor de financiële stabiliteit, maar die ontbraken; een minister die een door hem zelf geformuleerd vitaal Nederlands belang wegonderhandelde, miste geloofwaardigheid. De veelgehoorde grap dat als Balkenende ergens voor was, je maar het beste tegen kon zijn, verried een diep ressentiment. Dat was weliswaar irrationeel, maar een verstandige communicatiestrategie houdt daar rekening mee.

De waarheid gebiedt te zeggen dat de pleitbezorgers van de grondwet zich dit bewust werden. Ze nodigden Wim Kok en Joschka Fischer uit hun visie te geven, mensen die geloofwaardiger werden gevonden dan de Nederlandse minister-president en zijn ministers van Financiën en Buitenlandse zaken. Of Balkenende, Zalm en Bot die totale afgang verdienden is een andere vraag, maar het wantrouwen was een realiteit en hun politieke mandaat bestond na het referndum alleen nog in formele zin.

[wordt vervolgd]