De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking”

Aristoteles over de Nijl

Ergens langs de Nijl

De studenten die in de Late Middeleeuwen aan de Sorbonne filosofie studeerden, kregen een reeks teksten te lezen, waaronder een forse hoeveelheid Aristoteles. Omdat er veel studenten waren, waren er dus ook veel boeken, en zo komt het dat we ruim tachtig kopieën hebben van het traktaatje dat bekendstaat als De overstroming van de Nijl. Tachtig handschriften is heel veel.

Helaas is de Griekse tekst, op een citaat in een fragment op een papyrus uit Oxyrhynchos na, verloren gegaan, maar dat vormt niet het laatste woord. Aan de hand van enkele specifieke vertaalkeuzes is vast te stellen dat de Latijnse vertaling is gemaakt door Willem van Moerbeke (1225-1286), wiens vertaalprincipes bekend zijn: hij wilde niet alleen de inhoud weergeven, maar liefst ook de Griekse zinsopbouw, zelfs als de weergave daarvan slecht Latijn opleverde. Dat betekent dat onbegrijpelijke stukken Latijn weleens begrijpelijker worden als je bedenkt wat er gestaan zou kunnen hebben in het Grieks.

Lees verder “Aristoteles over de Nijl”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Simon Stevin in Delft

De toren van de Nieuwe Kerk in Delft

Onlangs was ik in Delft. Dat kun je zo weleens hebben. En ik maakte van de gelegenheid gebruik om de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk eens te bezoeken, prachtige gebouwen die ik eigenlijk niet kende. Ik geloof dat ik er als kind ben geweest, maar het bezoek aan het Prinsenhof, waar Willem de Zwijger is vermoord, is me beter bij gebleven.

Zware en lichte voorwerpen

In de Nieuwe Kerk is geschiedenis geschreven. Op een dag in 1586 deden Simon Stevin en zijn vriend Jan Cornets de Groot, de burgemeester van Delft, daar een van de belangrijkste wetenschappelijke experimenten die we kennen. Het ging om een belangrijke vraag. Iedereen wist – was het niet uit ervaring dan toch wel op gezag van Aristoteles zelf – dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte. De grote geleerden van de middeleeuwse scholastiek hadden herkend hoe problematisch dat was. Immers, als je een licht voorwerp vastbond aan een zwaar voorwerp, ontstond een heel zwaar voorwerp dat dus nóg sneller zou vallen, terwijl je tegelijk zou verwachten dat het lichte voorwerp het zware voorwerp zou afremmen en het geheel dus langzamer zou vallen.

Lees verder “Simon Stevin in Delft”

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Lees verder “Spanje tussen twee werelden”

Islamitisch recht (6) de kalief

Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)

[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.

De visie van de kalief

Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.

Lees verder “Islamitisch recht (6) de kalief”

Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Lees verder “Echte en onechte brieven van Paulus”

Meer godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ

Voor Ǧibrīl ibn Nūḥ was de bij, dom als die was, een godsbewijs

[Dit is het derde blogje dat Wim Raven schreef over zijn uitgave van Ǧibrīl ibn Nūḥ. Het eerste was hier en Wims eigen blog is daar.]

Vijf soorten godsbewijs

Zulke godsbewijzen zijn door de hele natuur te vinden. Ǧibrīl ibn Nūḥ brengt ze onder in vijf rubrieken:

  • het Universum,
  • de Aarde,
  • Planten,
  • Dieren,
  • de Mens.

Daarbinnen zijn pogingen tot systematiek of volledigheid ver te zoeken.

Lees verder “Meer godsbewijzen van Ǧibrīl ibn Nūḥ”

De Karolingische Renaissance (3)

Misschien wel de beste representatie van de Karolingische Renaissance: geleerden presenteren een nieuw leerboek

[Dit is het derde blogje over de Karolingische Renaissance. Het eerste deel was hier.]

De Karolingische geleerden, die ik in mijn vorige stukje introduceerde, beperkten zich niet tot het toezicht op de monniken. Ze vervaardigden ook nieuwe leermiddelen, stortten zich onbesuisd op de neoplatoonse filosofie en bestudeerden het Latijn.

Leermiddelen

Eerst de leermiddelen van de Karolingische Renaissance. Voor het eerst in ruim twee eeuwen werden die weer vervaardigd. Zo kwamen er bloemlezingen uit het oeuvre van de kerkvaders, waaruit de leerling geacht werd de Latijnse spelling te leren en de juiste wijze om een betoog te ordenen. Als de leerling hiervan kennis had genomen, kon hij zich richten op de argumentatieleer. Daarbij moest hij op vragen antwoorden door passages aan te halen uit erkende autoriteiten als Martianus Capella, Boëthius, Cassiodorus en Isidorus van Sevilla. Alcuinus schreef enkele leerboekjes en verzamelde bovendien vraagstukken om de leerlingen te oefenen in logisch denken, zoals ons raadsel van de wolf, de kool en de geit.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (3)”