Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius

De Romeinse auteur Aulus Gellius (tweede eeuw na Chr.) beschrijft in zijn boek Attische Nachten een interessant gesprek over kleuren tussen twee intellectuelen uit zijn tijd, Favorinus van Arelate en Marcus Cornelius Fronto. Interessant is dat ze werkelijk over de linguïstische betekenissen van bepaalde kleurwoorden spreken en niet over het mengen van pigmenten. Favorinus zegt:

Er is meer verschil in de waarneming van onze ogen dan we in de woorden voor kleuren kunnen uitdrukken. Want om andere tekortkomingen buiten beschouwing te laten: voor de primaire kleuren rood (rufus) en groen (viridis) hebben we weliswaar maar één woord, terwijl er allerlei nuances zijn. Dit gebrek aan woorden zie ik in het Latijn meer dan in het Grieks. Weliswaar is de kleur rufus afgeleid van rubor (roodheid), maar vuur is een ander rood dan bloed, purper, saffraan of goud, en toch benoemt het Latijn deze afzonderlijke tinten rood niet met eigen, aparte woorden, maar vat het ze allemaal samen met die ene uitdrukking rubor – tenzij het een naam ontleent aan de zaak zelf en bijvoorbeeld zegt vurig (igneus), vlammend (flammeus), bloedig (sanguineus), saffraankleurig (croceus), purperen (ostrinus), gouden (aureus). Want de kleuren russus en ruber zijn weliswaar afgeleid van het woord rufus, maar verklaren niet al zijn eigenschappen. Daarentegen lijken ξανθός, ἐρυθρός, πυρρός, κιρρός en φοῖνιξ bepaalde gradaties rood weer te geven, doordat ze het ofwel versterken, verzwakken of door een gemengde nuance afzwakken.noot Aulus Gellius, Attische Nachten 2.26.

Lees verder “Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius”

Hoe lang was Herakles?

Herakles (Archeologisch museum, Korfu)

Het stadion in Olympia was 192,27 meter lang, ofwel één stadion, zoals de Griekse lengtemaat heette. Die werd gedefinieerd als 600 voet ofwel pous. Helaas gebruikten niet alle stadstaten dezelfde voet: bij de Ioniërs in westelijk Turkije was de lengte 29,6 cm (net als bij de Romeinen) en bij de Atheners 31,5 cm. In Olympia ging men uit van de voet van Herakles, die 32,1 cm lang was geweest. Welk gegeven, zo lezen we in Asterix en de Olympische Spelen, ons in staat stelt te bepalen dat de halfgod ongeveer schoenmaat 46 heeft gehad.

Tegenwoordig is dat maat 49. Uderzo en Goscinny maakten deze grap omdat het Europees Comité voor Normalisatie in 1968, toen dit album verscheen, bezig was met de grote harmonisatieslag. Dat leidde in ambachtelijke kringen, zoals bij de schoenmakers, nogal eens tot gemopper. En Asterix is natuurlijk in de eerste plaats altijd commentaar op Frankrijk in de jaren zestig en zeventig. Althans, ik dacht dat het zo zat. Maar de grap blijkt al vijfentwintig eeuwen oud.

Lees verder “Hoe lang was Herakles?”

Land van Latijn

Twee nagebouwde lectrijnen

Franeker telt drie stinsen: de huizen waar ooit de voornaamste Friese families woonden. In een ervan zit tegenwoordig een bakkerij, een tweede wordt verbouwd en in de derde, de van rond 1500 daterende stins van de familie Martena, vindt u het stadsmuseum. Het is drie minuten lopen van het planetarium en bezit een aardige collectie schilderijen, een halve zolder gewijd aan de zeventiende-eeuwse geleerde Anna Maria van Schurman, een zaal met “Franeker verhalen”, een zeventiende-eeuwse keuken, een zaal met achttiende-eeuwse wandschilderingen, een mooie tuin en een halve zolder met mechanische meesterwerken.

Momenteel is in het Martenamuseum de expositie “Land van Latijn”, gewijd aan de Latijnse wereld die ooit in Franeker heeft bestaan, toen de stad nog een universiteit bezat. Opgericht in 1585 was het de op één na oudste van Nederland. Er was een befaamde protestantse theologische opleiding die studenten trok vanuit heel Europa – het filmpje waarmee de tentoonstelling begint noemt bijvoorbeeld de Hongaren. Docenten en studenten spraken onderling Latijn, dat in de zeventiende en vroege achttiende eeuw de positie had die het Frans, het Duits en het Engels daarna zouden bezitten: dé academische voertaal die internationale uitwisseling van ideeën mogelijk maakte.

Lees verder “Land van Latijn”

Leeuwen

Sano di Pietro, Hieronymus en de leeuw
Sano di Pietro, Hieronymus en de leeuw

Eén keer in mijn leven heb ik een leeuw kwaad zien worden. Uiteraard in een dierentuin, want als het in het echt was gebeurd, zou ik dit niet meer hebben kunnen schrijven. Het was overigens, ook met een hek ertussen, voldoende om van schrik te verstijven. Een leeuw is al een groot dier, maar het geweld dat het monster ontketende was werkelijk immens en angstaanjagend. Oerkracht, dat is het enige woord dat ik erbij kan bedenken. Ik begon die middag iets te begrijpen van de bewondering die oude volken hadden voor leeuwenjagers: Herakles, Samsom, de Assyrische koningen.

Ik begon ook iets te snappen van de beroemde legende van de heilige Hiëronymus (Sint-Jeroen). De Kerkvader zou eenmaal zijn geconfronteerd met zo’n brullend ondier, maar hebben begrepen dat het pijn had aan een van zijn poten. Hij trok daar toen een splinter uit, waarna de leeuw Hieronymus’ beste vriend werd.

Lees verder “Leeuwen”