Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Vorige keer hebben we de tekst van de Collatio onder de loep genomen. We weten vrijwel zeker dat die is gestructureerd aan de hand van de Tien Geboden. We weten ook zeker dat het doel van de compilatie is om de overeenkomsten te laten zien tussen de Mozaïsche en de Romeinse wetten. De identiteit van de collator is moeilijk vast te stellen, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij een christen was.

Waar?

Als we op zoek gaan naar waar de Collatio is geschreven, leiden de sporen alle kanten op. De mogelijke verbanden met de  Codex Theodosianus suggereren een oostelijke plaats van oorsprong, maar de overgeleverde handschriften duiken juist op in Italië, Oostenrijk en recent nog Kroatië. Uiteindelijk lijkt Rome zelf de meest waarschijnlijke kandidaat, al is dat eerder een geleerde gok dan een echte vondst.

Lees verder “Collatio Legum (3): Waar, Waarom, Wanneer”

Prokopios (1)

Justinianus (Louvre, Parijs)

Laten we beginnen met twee typeringen van keizer Justinianus.

Justinianus heeft de staat groter en veel stralender gemaakt en haar veel meer glans verleend door de oude kwelgeesten, de barbaren, te verdrijven … Hij heeft de armen grote welstand bezorgd en aan hun benarde positie een einde gemaakt. Dankzij hem is aan de burgers een gelukkig leven ten deel gevallen.noot Prokopios, Gebouwen 1.1.6 en 1.1.10.

Justinianus was onbetrouwbaar als vriend en onverzoenlijk als vijand. Hij deed niets liever dan moorden en roven, en was twistziek en tegendraads. Voor slechte raad was hij ontvankelijk, maar hij luisterde nooit naar een goed advies, gespitst als hij was op het uitbroeden en uitvoeren van boze plannen. Alleen al het horen praten over iets goeds was voor hem onverteerbaar.noot Prokopios, Anekdota.8..26.

Lees verder “Prokopios (1)”

Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

Aan het einde van hun handboek Een kennismaking met de oude wereld bieden De Blois en Van der Spek een korte typering van de regering van keizer Justinianus:

Het Oost-Romeinse (= Byzantijnse) Rijk bleef gedurende de hele Middeleeuwen bestaan. In de zesde eeuw wist de Oost-Romeinse keizer Justinianus (r.527-565) Italië, Noord-Afrika en Zuid-Spanje te heroveren, maar al kort na zijn dood gingen Zuid-Spanje en Noord-Italië weer verloren.

Dit is onhandig geformuleerd. De argeloze lezer kan denken dat Justinianus, net als Trajanus, Marcus Aurelius of Septimius Severus zelf naar het front is gegaan. Hij bleef echter, met zijn keizerin Theodora, in Constantinopel en liet de oorlogvoering over aan zijn vertrouwde generaal Belisarius.

Lees verder “Justinianus”

Romeins Recht (3): Justinianus

Modern standbeeld voor Ulpianus (Tyrus)

In het eerste stukje legde ik uit dat het Romeins Recht uiteenlopende bronnen had en in het tweede stukje toonde ik hoe rechtsgeleerden steeds meer zochten naar systematiek. Rond het midden van de derde eeuw na Chr., toen het Romeinse Rijk door een crisis ging, kwam er een tijdelijk einde aan deze rechtspraktijk. Wat dit in feite betekende, is moeilijk te achterhalen, maar het is opvallend hoe weinig documentatie we hebben uit deze periode. Vermoedelijk dateren de eerste codices, privéverzamelingen voor deze of gene provincie, uit deze tijd. Het was pas keizer Constantijn die zich weer om het Romeins Recht bekommerde en enkele rechtsgeleerden aanwees wier adviezen voortaan rechtskracht hadden. Dit staat bekend als de Citeerwet maar feitelijk was het een constitutie of, zo u wil, een decreet.

De vierde en vijfde eeuw

De tweede helft van de vierde eeuw is wel getypeerd als een renaissance en inderdaad werden allerlei oude teksten gekopieerd. Dat gold ook voor rechtsgeleerde teksten: ze werden, soms als samenvatting en altijd met aanpassingen (bijvoorbeeld aan het vernieuwde muntstelsel), opnieuw gepubliceerd. Sommige compendia hebben we over, zoals de Sententiae (“adviezen”) van Julius Paulus van Emesa en de Epitome (“samenvatting”) van Ulpianus van Tyrus. Deze laatste was overigens juridisch adviseur geweest van de keizers Caracalla (r.211-217) en Severus Alexander (r.222-235). We hebben zijn werk dus over in een vierde-eeuwse vorm. Ongetwijfeld zijn die benut in de rechtsscholen, zoals de beroemde instelling in Beiroet, dat zich tot op de huidige dag presenteert als nutrix legum, “de voedster van de wetten”.

Lees verder “Romeins Recht (3): Justinianus”

Vrouwenrechten

piazza_armerina_eutropia_ab
Een voorname dame en haar gevolg (Piazza Armerina)

Een paar jaar geleden was ik adviseur voor een nooit gemaakte TV-serie over Nederland in de Romeinse tijd. Met een knappe archeoloog schreef ik ten behoeve van de scenaristen een verhaal over allerlei aspecten van het toenmalige leven. Dat werd lastig toen de beoogde programmamaker ons verzocht ook iets te schrijven over de positie van de vrouwen in de genoemde periode. Een simpele vraag, een gerechtvaardigde vraag, maar ook een vraag waarop nauwelijks een antwoord mogelijk is.

Het probleem is, zoals altijd, dat we te weinig informatie hebben. De teksten die we hebben, gaan vrijwel allemaal over de Mediterrane wereld en niet over grensprovincies in het hoge noorden. Frustrerend.

Maar, kan iemand nu tegenwerpen, hebben we niet het enorme corpus van het Romeinse Recht? Staan daar niet allerlei regels in?

Het antwoord is ja. Daar staan allerlei regels in. En wat nog leuker is: we weten dat die regels merendeels niet het resultaat waren van vrijblijvende spielerei – al zijn er uitzonderingen – maar dat er reële vragen aan vooraf zijn gegaan. En toch is het problematisch.

Lees verder “Vrouwenrechten”