Domitianus (11): De DNA-revolutie

De mythe van Io op een muurschildering uit Herculaneum (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Ik vind het sneu voor de mensen die voor het Rijksmuseum van Oudheden de expositie over de Romeinse keizer Domitianus maakten dat er tot 14 januari een lockdown is. Dus blog ik over de tentoongestelde voorwerpen. Mijn sympathie weerhoudt me er echter niet van om zo nu en dan een vraagteken te plaatsen. Zoals vandaag.

Bovenstaande wandschildering is afkomstig uit Herculaneum en doorgaans te zien in het museum in Napels. Het is de mythe van Io. De oppergod Jupiter vond het meisje aantrekkelijk, Zeus’ echtgenote Juno was voorspelbaar jaloers, Jupiter dacht Io te beschermen door haar in een koe te veranderen (wie verzint zo’n mythe?!), Juno kwam er achter en stuurde een horzel, die de arme Io opjoeg tot in Egypte aan toe. Een diepere moraal dan dat de Bosporus sindsdien Bosporus (“Coevorden”) heet, schijnt in het verhaal niet aanwezig te zijn.

Lees verder “Domitianus (11): De DNA-revolutie” →

Domitianus (10): Twee broers

Domitianus en Titus

Ik eindigde mijn stukje van gisteren met de insinuatie dat het voor Domitianus, achttien jaar oud, moeilijk moet zijn geweest dat hij enerzijds enorme verantwoordelijkheden droeg en dat anderzijds iedereen vol bewondering keek naar zijn broer Titus. Dat was een oorlogsheld. Net als zijn vader Vespasianus leidde hij zijn troepen door hen in de strijd voor te gaan, wat ongebruikelijk was. Titus’ moed staat niet ter discussie maar het moet zuur zijn geweest voor Domitianus dat alle aandacht naar zijn broer ging.

Broedertwist?

De door de lockdown vooralsnog verborgen expositie in het RMO besteedt aandacht aan de rivaliteit tussen de broers. Een beschadigd standbeeld van twee worstelende jongens is er met de haren bij gesleept, maar ik zou ook niet weten hoe ik het conflict anders zou verbeelden. Het feitelijke probleem is namelijk niet dát er ruzie was, maar óf er ruzie was.

Lees verder “Domitianus (10): Twee broers” →

Domitianus (9): Rokkenjager

Een jonge Domitianus (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

Domitianus had nogal wat meegemaakt. Hij was dertien toen Rome in brand had gestaan. Keizer Nero had senatoriële samenzweringen ontdekt en Domitianus’ vader Vespasianus was eerst in ongenade gevallen en vervolgens naar het front gestuurd. Nero had plaatsgemaakt voor Galba, de keizerlijke garde was in opstand gekomen, Galba was op het Forum Romanum gelyncht, Vitellius’ troepen hadden de stad bezet, door Vespasianus gezonden troepen hadden Rome ingenomen, Vitellius’ supporters waren uit geweest op Domitianus’ bloed, hij was ternauwernood ontsnapt maar zijn oom was gedood. En begin 70 was hij ineens de voornaamste vertegenwoordiger van zijn vader in Rome. De caesar, zoals zijn titel luidde, was achttien en was gebombardeerd tot praetor urbanus consulari potestate, wat je zou kunnen vertalen als burgemeester van Rome met de bevoegdheden van minister-president. Het constitutionele gedrocht illustreert zijn ongebruikelijke positie.

De jonge prins

Eenmaal zelf keizer zou Domitianus de ontmoeting met zijn vader, die in de zomer van 70 in Italië arriveerde, memoreren met een beroemd reliëf. Het toont een zorgeloze jongeman, maar dat is slechts propaganda. De commandant van Vespasianus’ garnizoen, Antonius Primus, was een losgeslagen kanon en Domitianus had hem moeten uitschakelen. Ook moest hij de herovering van het Rijnland voorbereiden, waar Sabinus en zijn Bataafse bendes de macht uitoefenden. Hoewel de caesar niet verder reisde dan Lyon, schreef hij het later terecht op zijn conduitestaat.

Lees verder “Domitianus (9): Rokkenjager” →

Domitianus (8): Judaea Capta

Judaea Capta

Elke tentoonstelling kent een paar stukken waarvan je de aanwezigheid kunt voorspellen. Niet dat ik er handig in ben, want ik had verwacht dat op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden wel iets verteld zou worden over de Fiscus Judaicus. Daarover wordt niets getoond, dus dat zag ik verkeerd. Maar een andere voorspelling klopte wel: de beroemde munten over de Joodse Oorlog waren er wel. Zoals hierboven. Dit exemplaar uit de collectie in De Nederlandse Bank ligt nu dus ontoegankelijk te wezen in Leiden.

De Joden waren in opstand gekomen tegen Nero, die Vespasianus erop af had gezonden. Dat was een stevige zelfoverwinning geweest van de keizer, want hij had de vooraanstaande senator kort daarvoor van het hof weggestuurd. Vespasianus had het namelijk gewaagd in slaap te vallen tijdens een van Nero’s recitals (of beweerde zulks). Eenmaal in het oosten onderdrukte Vespasianus de opstand, maar vlak voordat hij het beleg voor Jeruzalem kon opslaan, brak de burgeroorlog uit. De Joodse Oorlog werd dus onderbroken en in plaats daarvan greep Vespasianus zelf de macht.

Lees verder “Domitianus (8): Judaea Capta” →

Domitianus (7): Vespasianus keizer

Vespasianus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De bovenstaande buste is interessant. Het is een portret van keizer Vespasianus, maar de afbeelding wijkt een beetje af van wat we gewend zijn. De man was aan de macht gekomen na een burgeroorlog, waarin hij eind 69 keizer Vitellius had uitgeschakeld, die in april Otho tot zelfmoord had gedreven, nadat die in januari Galba had laten lynchen. De laatst overgebleven rivaliserende keizer, Sabinus, werd op de been gehouden door de Bataven en andere rebellen in het noorden. Vespasianus zou in 70 met hen laten afrekenen. Die oorlog werd officieel geleid door Domitianus, die zich zo zou kunnen meten met zijn broer Titus, die in deze tijd Jeruzalem innam.

Terug naar Vespasianus: de eerste weken – laten we zeggen rond oudjaar 69 – waren er nog geen portretten. Het bovenstaande portret moet op dat moment zijn vervaardigd. Een beeldhouwer heeft een buste van de wat pafferige Nero genomen en die zo bewerkt dat het wat magerdere gezicht van Vespasianus eruit kwam.

Lees verder “Domitianus (7): Vespasianus keizer” →

Domitianus (6): Door Isis gered

Priesters van Isis op een muurschildering uit Herculaneum (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

De naargeestige apotheose van het Vierkeizerjaar was de inname van Rome door de troepen van Vespasianus in december 69. Er waren straatgevechten, Vitellius en zijn aanhangers waren gedood, maar niet nadat zij zich hadden vergrepen aan de verwanten en vrienden van Vespasianus. Onder leiding van Vespasianus’ broer Flavius Sabinus hadden zij asiel gezocht in de tempel van Jupiter op het Capitool. Tacitus schrijft in de Historiën (vertaald door Vincent Hunink):

De Vitellianen breken binnen, maken alles een warboel van bloed, ijzer, vlammen. Een handvol echte soldaten … waagt strijd, wordt overhoopgestoken. Flavius Sabinus, die ongewapend is en geen aanstalten maakt tot vluchten, omsingelen ze, evenals consul Quintius Atticus. … De rest ontglipte op allerlei manieren, sommigen in slavenplunje, anderen gedekt door trouw van beschermelingen, verborgen tussen bagage. Er waren er die het Vitelliaanse herkenningswacht woord opvingen, het dan zelf vroegen of gaven, brutaliteit diende hun tot schuilplaats.

Het zou niet goed aflopen met Sabinus en Atticus. Maar er was nog iemand die zich schuilhield op het Capitool.

Lees verder “Domitianus (6): Door Isis gered” →

Domitianus (5): Cremona

Helm, gevonden op het slagveld van Cremona (Museo archeologico S. Lorenzo, Cremona)

Vitellius is misschien wel de beste keizer die Rome nooit heeft gehad. Hij wist in elk geval een van de grote problemen van het Romeinse Keizerrijk op te lossen: de ministerschappen. Er was een professionele kanselarij ontstaan en de ministers van departementen als Griekse Correspondentie en Latijnse Correspondentie waren vrijgelaten slaven. Ze hadden reële macht, wat de senatoren niet zinde. Keizers als Claudius en Nero hadden daardoor een moeizame relatie gehad met de Senaat. Vitellius benoemde ridders als ministers. Zo schiep hij enige administratieve rust.

Zelf profiteerde hij er niet van. Hij was aan de macht gekomen door Galba’s opvolger Otho te verslaan in de Eerste Slag bij Cremona, hij verspeelde de macht toen zijn troepen werden verslagen in de Tweede Slag bij Cremona. De toekomst behoorde aan Vespasianus en zijn zonen Titus en Domitianus.

Lees verder “Domitianus (5): Cremona” →

Domitianus (4): Galba

Onvoltooid portret van Galba (Getty-villa, Malibu)

In het jaar 68 – Domitianus werd zeventien – kwam een einde aan de dynastie die keizer Augustus had gesticht. Nero had na de grote brand van Rome en zijn extravagante reis naar Griekenland alle krediet verspeeld, er broeide onrust in de provincies en de Senaat morde. Uiteindelijk pleegde Nero zelfmoord. “Wat een kunstenaar gaat er met mij heen” – ik sta niet in voor de authenticiteit van zijn laatste woorden.

De nieuwe heerser was Galba. U ziet hem hierboven. Het onvoltooid gebleven portret is vervaardigd in het westen van het huidige Turkije en is normaliter te zien in de Getty-villa in Malibu. Momenteel is het te bewonderen op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Lees verder “Domitianus (4): Galba” →

Domitianus (3): Jeugd

Romeins jongensportret (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Een van de aardigste stukken op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, is bovenstaand kinderportret. Het is gemaakt tussen 70 en 100 en doorgaans te zien in de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. (Het prachtige museum is inderdaad genoemd naar het biermerk.)

Domitianus werd geboren in 51. Zijn vader Vespasianus zou zich later presenteren als een degelijke, zuinige Italiaanse boer. Dat was hij echter niet. Hij was senator, had deelgenomen aan de oorlog in Britannië, had de eretekenen van een triomftocht verworven, en was in datzelfde jaar 51 consul. Hij zou later dienen als gouverneur van Afrika. Daar had men overigens geen goede herinneringen aan Vespasianus. Toen enkele jaren later een burgeroorlog uitbrak waarin Vespasianus het opnam tegen Vitellius, koos Afrika partij tegen Vespasianus: teken dat men het ergste vreesde.

Lees verder “Domitianus (3): Jeugd” →

Domitianus in Leiden (2)

Domitianus als farao

[Tweede deel van een stuk over de Domitianusexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Het begin was hier.]

Van de vijfentwintig bruikleengevers aan de Domitianusexpositie zijn er tien Italiaans en ik vermoed dat die samen twee derde van de voorwerpen leveren. Er zijn ook veel stukken waarvoor je anders naar het Getty-museum in Malibu moet reizen. De tentoonstelling legt een zekere nadruk op de toenmalige sculptuur, waar heel verrassende keuzes bij zijn. Uit Benevento komt het portret van Domitianus als farao. Voor het eerst zag ik vondsten bij elkaar uit Castel Gandolfo, waar een keizerlijke villa was, en mede door een artikel in het PALMA-boek realiseerde ik me dat dit landgoed reconstrueerbaar was.

Lees verder “Domitianus in Leiden (2)” →