Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Lees verder “Nare migranten: antieke ziektes”

Romeinse klimaatcrises

De ondergang van het Romeinse Rijk vormt welhaast een eigen literair genre. Steeds herkent een auteur in de Late Oudheid een bezorgdheid uit zijn eigen tijd en dist hij daarover een dramatisch verhaal op. Dat kruidt hij vervolgens met wat citaten van Edward Gibbon, wiens Decline and Fall (1776-1788) het beroemdste voorbeeld is van dit genre. Tot slot serveert de auteur het resultaat met een saus van apocalyptiek, want de tijdgenoten mochten de waarschuwing toch eens missen.

Het kan niet mislukken. De oudheidkundige beschikt immers over weinig bronnen – laten we zeggen twee boekenkasten vol literaire teksten en drie kasten inscripties en papyri – terwijl het archeologisch materiaal vaak ambigu is. In de Late Oudheid is het nóg minder: vooral bronnen over het christendom; weinig inscripties, munten of papyri; een afname van de archeologische vondsten. Dat is jammer, want hoe schaarser de data, hoe makkelijker ze in elke gewenste richting zijn te redeneren. De transitie van Oudheid naar Middeleeuwen heeft bovendien lang geduurd, zodat er altijd wel een periode is waarin de auteur zijn bezorgdheid ziet weerspiegeld.

Lees verder “Romeinse klimaatcrises”