Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Dat geldt ook voor de Rode Zee: de Grieken kenden de zeeroutes naar en over de Indische Oceaan. Enorme schepen vervoerden wierook uit Jemen en specerijen vanuit India naar Egypte, waarvandaan het dan verder werd getransporteerd naar de steden rond de Middellandse Zee.

In de jaren waarin ik de Livius Nieuwsbrief bijhoud, was er elk half jaar wel een berichtje over enkele onopvallende maar gevaarlijke migranten. Langzaam is duidelijk dat allerlei tropische ziekten vanuit Centraal-Afrika met het bulktransport door de Rode Zee naar het noorden meekwamen. (In Afrika zijn de omstandigheden gunstig voor mutaties en de overdracht van dier naar mens.) We hebben het dus over de beruchte Emerging Infectious Diseases waarover de laatste tijd zoveel is te doen: ziekten als HIV, SARS en Zika.

Er zijn inmiddels vier epidemieën geïdentificeerd in de Oudheid, waarvan twee met redelijke zekerheid. Ze waren al bekend uit de geschreven bronnen, maar het is interessant dat artsen er nu ook iets zinvols over kunnen zeggen. De eerste identificatie was de epidemie halverwege de regering van Justinianus, die samenging met een klimaatomslag en, in combinatie met een lange oorlog tegen het Sasanidische Rijk, het Byzantijnse Rijk zó uitputte dat het niet meer in staat was af te rekenen met de Arabieren. Zoals Marcel Hulspas in zijn nieuwe boek beschrijft, speelden stevige interne twisten tussen de diverse christelijke stromingen eveneens een belangrijke rol, maar uiteindelijk was het de pestbacil die het Romeinse Rijk definitief in een neerwaartse spiraal bracht en een einde maakte aan de klassieke cultuur. Of de bacil uit Afrika kwam, staat overigens te bezien; ook Tibet is een mogelijkheid.

Een andere epidemie waarover we zekerheid hebben gekregen, is die ten tijde van Marcus Aurelius: pokken. Een enorme epidemie, die zich vanuit Jemen verspreidde over het Arabische Schiereiland, naar het Parthische Rijk en naar Egypte. Dit virus werd door Romeinse legers meegenomen vanuit Centraal-Irak naar de garnizoensteden langs de Donau, en over zee vanuit Alexandrië naar Karthago en Rome. De gevolgen waren verschrikkelijk, maar het Romeinse Rijk bleef staande.

Derde voorbeeld: de epidemie die het imperium rond het midden van de derde eeuw trof, lijkt nogal sterk op ebola, al is dit keer het bewijs minder sterk. Er zijn niet zoveel bronnen voor het derde kwart van deze eeuw, wat wellicht een gruwelijke aanwijzing is voor de ernst. Duizenden en duizenden mensen stierven en de interne structuur van het rijk stond onder grote druk, met snel opvolgende keizers, usurpatoren en deelrijken. Het was ieder voor zich.

Tot slot is er de epidemie die rond 430 door het Middellandse Zee-gebied trok en die door Thoukydides voor Athene en door Livius voor Rome wordt beschreven. Dankzij DNA-onderzoek weten we nu dat dit tyfus is geweest. Dat DNA is gehaald uit het gebit van een meisje dat Myrtis heeft geheten. Haar schedel (foto hierboven) staat in het Atheense Nationaal Archeologisch Museum; een gezichtsreconstructie staat hieronder.

Gezichtsreconstructie van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Mensen, zo zou ik willen concluderen, zijn mobiel en nemen ziektekiemen mee. Het is ongeveer zoals wij in onze tijd een comeback van de tuberculose meemaakten toen, dankzij het neerkomen van de Muur, het reizen naar het voormalige Oostblok eenvoudiger werd. Maandag heb ik mooiere meereizigers: verhalen.

[De schedel van Myrtis was het 320e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Meer over Myrtis op de blog van Judith Weingarten.

Momenteel is de Week van de Klassieken, gewijd aan migratie. Ik schreef het themaboekje, waarin het bovenstaande eigenlijk niet meer is dan een voetnoot. U vindt de agenda hier.]

13 gedachtes over “Nare migranten: antieke ziektes

  1. Benno Dijkstra

    Jona, kun je dat eens toelichten, wat je hier schrijft:
    “Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee”.

    1. Rob Duijf

      ‘Interessante gebitsstructuur, maar dat terzijde.’

      Het is een gebitsafwijking die regelmatig voorkomt. De vaste hoektanden komen rond het elfde levensjaar door. Als er tussen de buitenste snijtand en de eerste valse kies te weinig ruimte is door een smalle kaak, kunnen de hoektanden niet goed doorbreken. Hoge snijtanden komen vooral voor in de bovenkaak. Tegenwoordig kan de kaakchirurg operatief ruimte verschaffen, waarna de orthodontist een beugel kan aanpassen.

  2. Marcel Meijer Hof

    Interessante gebitsstructuur, maar dat terzijde.
    Het gebied dat wij het Midden-Oosten noemen is van oudsher een draaischijf tussen noord-zuid en oost-west. Terecht wordt gesteld dat vele tropische ziekten via dit centrum van handel en religie naar het noorden kwamen, en andersom vermoedelijk. Hetzelfde geldt voor de oost-west verbinding – Tibet wordt terecht genoemd. Doch ook kent het verre oosten sub-tropische klimaten met weer andere goede omstandigheden voor mutatie en overdracht.
    De medische stand op de draaischijf, zeker in Israel, is beducht op de vele mogelijke exotische aandoeningen, juist door het grote aanbod aan reizigers (o.a. pelgrims, denk ook aan Mekka) uit alle windstreken.
    De vruchtbare halve maan, met daarin de Hof van Eden, het blijft in velerlei opzichten een rijk gebied.

  3. Martijn

    De vele pelgrimstochten in later eeuwen zijn ook een grote bron van verspreiding. Veel mensen uit verre oorden komen bij elkaar en nemen de besmetting mee naar hun thuisland (als ze al niet eerder overlijden). De hadj (Mekka) is wel het duidelijkste voorbeeld en tot op de dag van vandaag een belangrijke verspreider van ziekten (bijvoorbeeld meningitis).

  4. jacob krekel

    Maar niets is vergelijkbaar met de komst van Europeanen in midden amerika, waar 90% van de bevolking werd weggevaagd door allerlei nieuwe micro-organismen, zoals het influenza- en het pokkenvirus

  5. Geert

    Ik heb ook wel eens gehoord dat Alexander de Grote en zijn leger de tyfusbacterie op hun terugtocht na de Indiase campagne mee hebben genomen naar het mediterraan gebied. Is hier enig bewijs voor? Het zou mogelijk nog een voorbeeld zijn van een door (dit maal organisationele) migranten verspreidde ziekte.

    1. Is het mogelijk dat u denkt aan de legers van Lucius Verus, van wie wordt verteld dat hij de tweede-eeuwse epidemie heeft meegenomen?

      Van Alexander zélf wordt beweerd dat hij aan tyfus is overleden, wat overigens omstreden is.

  6. jan kroeze

    IK heb een keer jaren geleden overigens een stuk oude Romeinse weg gezien . Ze lag een meter of 2 onder straatniveau. Ergens Miidden-Frankrijk, maar weet by Jove niet meer welk stadje .Als al zal ik diep moeten zoeken in ouwe dagboeken en dergelijke.

  7. Gerdien

    De datering heeft hetzelfde probleem als het vorige stukje.
    Eerst staat er: “Er zijn inmiddels vier epidemieën geïdentificeerd in de eerste eeuwen van onze jaartelling,”
    Telling:
    1 regering van Justinianus, pest
    2 ‘ten tijde van Marcus Aurelijus’ , pokken
    3 ‘midden van de derde eeuw, ebola,
    4 “de epidemie die rond 430 door het Middellandse Zee-gebied trok en die door Thoukydides voor Athene en door Livius voor Rome wordt beschreven”. tyfus

    Tel ik goed?

    Ik mis een vierde epidemie ‘in de eerste eeuwen van onze jaartelling’ , na het jaar nul vermoedelijk, en bij 430 staat niet + of – genoteerd. Het zou helpen als er systematische +541 en -430 geschreven werd.

  8. Gé Ostendorf

    Fijn om te horen. Hij is niet meer “in”, maar hij kan schrijven – en heeft een grote duim! Wij gaan over veertien dagen op weg. Ik kijk er naar uit. Tot dan. Gé.

    >

Reacties zijn gesloten.