De moord op Julius Caesar (3): het wachten

Maquette van het theater en de porticus van Pompeius, met middenin de zuilengalerij tegenover het theater de vergaderzaal waar Julius Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één plot, al zullen we er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte en dat die er slapeloze nachten van had.

Porcia en Brutus

Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (3): het wachten”

De moord op Julius Caesar (2): de situatie

De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

Het dilemma van Julius Caesar

Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat wel doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren het nieuwe regime te aanvaarden.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (2): de situatie”

Marcus Antonius en de Lupercalia

Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

Lees verder “Marcus Antonius en de Lupercalia”

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Lees verder “Brutus en Cassius en de anderen”

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Lees verder “De samenzweringen tegen Julius Caesar”

Caesar in Obulco

Op weg naar Obulco stak Caesar de Guadalquivir over bij Andujár. De Romeinse brug is in deze vorm iets jonger dan de tijd van Caesar.

Het was begin december in het jaar waarin Julius Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 46 v.Chr. Dit is dus een blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij kwam op 2 december aan in Obulco, zo’n zestig kilometer ten oosten van Córdoba, in het stroomgebied van de Guadalquivir, en een eind in de richting van het door Gnaeus Pompeius Junior belegerde Ulia. Caesar moet de Guadalquivir zijn overgestoken bij Isturgi, het huidige Andujár. Anders dan op de heenreis vanuit Italië naar Saguntum, waarover ik al blogde, deed Caesar het niet rustig aan: in tien of elf dagen legde zijn leger 450 kilometer af. Dat is bijna dubbel zo snel als een antiek leger normaal gesproken oprukte.

Lees verder “Caesar in Obulco”

Octavianus

Octavianus (Museum van Epidauros)

Ik had u, in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek vorige keer achter gelaten bij de moord op Julius Caesar. Zijn moordenaars waren senatoren die de macht wilden teruggeven aan de Senaat. Maar het hoge college was verdeeld. Veel leden hadden leven en positie te danken aan de dictator en sympathiseerden met de nieuwe leider van zijn partij, Marcus Antonius. Binnen enkele dagen was hij meester van stad en imperium. De moordenaars kregen gratie als ze instemden met de maatregelen van de dictator en werden naar onbeduidende provincies weggepromoveerd.

In juli verscheen een komeet aan de hemel en opperpriester Marcus Aemilius Lepidus verklaarde dat dit betekende dat Caesar was opgenomen onder de goden. Dat gaf Antonius rugdekking: voortaan rechtvaardigde hij zijn optreden met een beroep op de vergoddelijkte Julius. Hij beheerste de situatie volkomen.

Lees verder “Octavianus”

Caesar in Tarsos

Van dit portret is beweerd dat het Gaius Cassius Longinus voorstelt; anderen houden het op generaal Corbulo (Louvre, Parijs).

Het was 17 quintilis in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius later als Romeinse consuls hun naam zouden geven. Ik kan dat natuurlijk omrekenen voor u naar 5 mei 47 v.Chr. op onze kalender, maar juist in deze fase zijn de dateringen wat onduidelijk. Hoe dan ook: dit is de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hofdag

Hij hield hof in Tarsos, de hoofdstad van Cilicië. Het was nodig om het netwerk van vazallen en bondgenoten te organiseren.

Alle gemeenten van die provincie riep hij naar Tarsos, dat wellicht de bekendste en sterkste stad van Cilicië is. Daar regelde hij alleen de zaken van de provincie en de buurstaten en bleef er niet langer, in zijn haast om oorlog te gaan voeren. (Alexandrijnse Oorlog 66; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Caesar in Tarsos”

Spartacus (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Derde van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Twee consuls in actie

Het volgende jaar begreep de Senaat hoe ernstig deze oorlog was. Volgens Appianus voerde Spartacus nu het bevel over zo’n 70.000 man, en hoewel we niet weten waarop de Grieks-Romeinse geschiedschrijver dit cijfer baseert, kunnen we er zeker van zijn dat de rijke landeigenaren in de Senaat zich realiseerden dat ook hun slaven konden vluchten. Daarom gaven de senatoren de beide consuls, Lucius Gellius Publicola en Gnaeus Cornelius Lentulus Clodianus, opdracht op te treden tegen de bendes van Spartacus.

Volgens Appianus had Spartacus de winter gebruikt om wapens te vervaardigen. Zijn leger moet het platteland van Campanië hebben beheerst. Het was zijn plan om de Apennijnen over te steken en naar het noorden te trekken, zodat zijn mensen konden terugkeren naar Gallië, Germanië of de Balkan. Het zou moeilijk zijn 70.000 mensen uit Italië weg te leiden. Het was noodzakelijk om in gescheiden colonnes op te trekken.

Lees verder “Spartacus (2)”

Pompeius in Amfipolis

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 13 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Pompeius op de vlucht

Als u het wil weten: te laat aankomen in Amfipolis. Na zijn nederlaag bij Farsalos was Pompeius door het Tempe-ravijn naar de kust gereisd. Caesar schrijft dat zijn rivaal voortdurend had geklaagd hoe hij bedrogen was in zijn verwachtingen. Pompeius overnachtte bij een visser, die hem de volgende dag aan boord nam. Een passerend graanschip nam de passagiers over: Pompeius, Publius Cornelius Lentulus Spinther, Lucius Cornelius Lentulus Crus en een zekere Marcus Favonius. Die had wat lagere bestuursfuncties bekleed en speelde de cynische filosoof, maar was niet te beroerd om de rol op zich te nemen van dienaar van Pompeius. Een dienstbaarheid die een senator, zelfs als hij alleen lagere ambten had bekleed, nooit zou betonen. Favonius is een van de weinig mensen die ons treft door een zekere humaniteit. Het graanschip zette het gezelschap uiteindelijk aan land in Amfipolis.

Lees verder “Pompeius in Amfipolis”