Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome”

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Luik

Dingen waar je langs zou kunnen komen als je deze dagen niet binnenshuis moest blijven maar de vrijheid had een fietstochtje te maken: het bovenstaande bordje in Luik, niet ver van het Musée Grand Curtius. Ooit vertrokken daar de postkoetsen.

Je ziet het en denkt: hier moet de Chevalier de Seingalt (1725-1798) ooit zijn ingestapt om naar Spa te reizen, waar hij een kapitaal verspeelde aan de speeltafel en weer terugwon door Vrouwe Fortuna wat te helpen.

Lees verder “Luik”

Klassieke literatuur (6c): antieke filosofie

De antieke filosofie in het dagelijks leven: een wijsgeer op een Romeinse camee (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier, deel twee komt nog.]

Alle volken hebben vroeg of laat de grote vragen des levens gesteld: wie zijn we, wat kunnen we weten, wat kunnen we doen? Meestal werden die vragen beantwoord via verhalen, ongeveer zoals u en ik wat inzichten hebben meegekregen via de verhalen van onze ouders. Je kunt ook proberen wat dieper te graven en te systematiseren, en dat is wat de Griekse filosofen hebben gedaan. Dat begon met wat natuurwetenschappelijke speculaties en daarna kwamen Plato en Aristoteles, die zich bezighielden met onder andere kentheorie. Laten we eerlijk zijn: veel heb je daar niet aan. Het is mooi geschreven, zoals bij Plato, en het is scherpzinnig, zoals bij Aristoteles, maar als het doel van de filosofie is de mensen gelukkiger te maken – en die ambitie is weleens uitgesproken geweest – dan zijn ze mislukt. Ook de twee filosofische stromingen die ik vandaag behandel, zijn eerder curieus dan toepasbaar.

Lees verder “Klassieke literatuur (6c): antieke filosofie”

Casanova

Casanova
Casanova

Ze schijnen echt te bestaan, mensen die nooit de memoires van Casanova hebben gelezen. En dat is natuurlijk vreemd. Het kan gebeuren dat ouders verzuimen hun kinderen kennis te laten maken met Jules Verne; niet iedereen heeft de middelen voor de aanschaf van het verzameld werk van W.F. Hermans; er zullen buitengewesten bestaan waar men geen Kuifje leest; natuurlijk mag je halverwege De toverberg zeggen dat het te saai is om verder te lezen. Dat kan allemaal, dat mag ook allemaal, maar dat er mensen zijn die nooit iets hebben gelezen van Casanova, dient te gelden als ernstige misstand.

Een maatschappelijke misstand, want een individuele keuze kan het niet zijn. Wie kennismaakt met de autobiografie van Casanova, leest haar uit. Het is hét hoogtepunt van de achttiende-eeuwse Europese letteren. Als mensen de twaalf delen niet allemaal lezen, kan dat alleen komen doordat hun nooit is verteld hoe geweldig boeiend Casanova is en het achterhouden van zulke informatie is gewoon asociaal wangedrag. Een ernstige misstand dus waarover, zelfs in de jaren waarin Jan Peter Balkenende hamerde op het belang van nette maatschappelijke omgangsvormen, nooit ook maar één Kamervraag is gesteld.

Lees verder “Casanova”

Het innerlijke uurwerk

Hoe de zomertijd mijn slaapritme verstoorde

In de laatste jaren van de vorige eeuw werkte ik in Rijswijk. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want ik woon in Amsterdam. Ik moest onzalig vroeg opstaan, kwam moe aan op kantoor, had sloten koffie nodig om de dag door te komen en kreeg weinig werk gedaan. Mijn collega’s waren allemaal stukken efficiënter. Dan volgde de treinrit naar huis, maar als ik daar eenmaal was, blaakte ik ineens van energie, tot ik om twee uur ’s nachts naar bed ging. Om kwart voor zeven ging de wekker weer, waarna de cyclus opnieuw begon. Ik was eeuwig moe. Alleen op zaterdag en zondag, als ik kon uitslapen tot een uur of twaalf, voelde ik me redelijk fit.

Wat ik destijds niet wist, was dat mijn biologische klok later loopt dan die van de ideale kantoormedewerker, die de meeste energie heeft tussen negen en vijf. Ik heb mezelf vaak mijn egoïsme verweten – waarom kon ik voor mijn collega’s niet evenveel energie opbrengen als voor mijn werk ’s avonds? – en gedacht dat ik lui was. Pas een paar jaar geleden ontdekte ik dat mijn Delayed Sleep Phase Syndrome genetisch bepaald is, en dat het niets heeft te maken met egoïsme of gebrek aan wilskracht. Dat zijn moralistische praatjes.

Lees verder “Het innerlijke uurwerk”

Plannen voor de Amsterdamse prostitutie

amsterdam_wallen
Prostitutie op de Wallen

Als u, door welke ongelukkige speling van het lot dan ook, nog nooit de autobiografie van Casanova hebt gelezen, ga dan NU naar de bibliotheek, want u hebt leukere dingen te lezen dan wat ik nu ga schrijven. Het onderstaande is namelijk helemaal niet leuk, terwijl Casanova geestig is, ontroerend, afwisselend, levenslustig en scherpzinnig. Hij is een van die mensen die je sympathiek vindt, ook zonder dat je zijn moraal deelt. Want ja, hij hield van vrouwen.

Eén ervan was een kapster in Rome, die hem op een gegeven moment bekent dat ze niet met haar geliefde kan trouwen, omdat ze (als ik het me goed herinner) geen bruidsschat heeft en zij en haar verloofde de huur niet kunnen opbrengen van het huis dat willen betrekken. Casanova weet raad. Het kapstertje komt elke dag wat eerder, levert een dienst die ook de autobiograaf vermijdt te noemen en brengt daarna het haar in orde van haar klant. Tegen de tijd dat de immer reislustige Casanova Rome verlaat, heeft hij al gezorgd voor een bruidsschat en een huis.

Lees verder “Plannen voor de Amsterdamse prostitutie”