Maximinus de Thraciër

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

Adelaar

Felsonius Rufus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaar van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

De stad Apameia in Syrië, die genomineerd is voor de UNESCO-werelderfgoedlijst, is de afgelopen jaren geplunderd. Ik toonde op deze blog al eens de foto’s, waarop is te zien dat het hele opgravingsterrein is veranderd van een nette archeologische site in een eindeloos veld vol kuilen. Een interessante observatie is dat de plundering zich heeft beperkt tot het eigenlijke opgravingsterrein. De antieke stad strekte zich echter daarbuiten uit – hier werden de overledenen bijgezet, met allerlei grafgiften – maar de akkers zijn niet veranderd in kuilenvelden. Dit moet betekenen dat de plundering van de opgraving is georganiseerd door de eigenaar van het terrein: de Syrische overheid, die zich er keurig van heeft onthouden land te doorzoeken dat ze niet bezat.

De betrokkenheid van de Syrische overheid doet het ergste vrezen voor het museumpje even verderop. De collectie was al vrij armzalig, maar het had wat aardige mozaïeken – voor het echte werk moet u overigens naar Brussel – en wat grafstenen van Romeinse soldaten, waarvan het gros lijkt te zijn omgekomen in militaire crises in 218 en 244 na Chr. Toen ik er in 2008 kwam, wachtten enkele van deze monumentjes nog op een wetenschappelijke publicatie. Op de recente luchtfoto’s zijn ze niet meer zichtbaar, dus u zult deze grafstenen vroeg of laat wel tegenkomen op eBay of Marktplaats.

Lees verder “Adelaar”

Historia Augusta (3): beschreven tijd

Septimius Severus (Museum van Makhtar)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de derde van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Hoewel de tweede eeuw voor het Romeinse Rijk een bloeiperiode was, hebben we er betrekkelijk weinig literaire bronnen over. Dat alleen al maakt de keizerlevens van de Historia Augusta belangrijk, en we mogen van geluk spreken dat de primaire biografieën redelijk goed zijn. De oorlogen uit die tijd bedreigden het voortbestaan van het wereldrijk niet en er bestond een betrekkelijke welvaart. De burgers hadden vertrouwen in het muntstelsel, de allerrijksten stelden er een eer in de steden te verfraaien met openbare werken, de overheid benutte de belastingen om het leger op sterkte te houden, waardoor de rust bewaard bleef. Al deze factoren versterkten elkaar en droegen bij aan Romes succes.

Lees verder “Historia Augusta (3): beschreven tijd”

Voorislamitisch Iran (6): de Sassaniden

Rotsreliëf met de investituur van Ardašir, grondlegger van de Sassaniden

[Dit is het zesde deel van een artikel over de archeologie van Iran; het eerste is hier.]

De dreun die de Romeinen hadden uitgedeeld, was zonder weerga. Nog een generatie lang hielden de Arsakiden het uit, maar de dynastie had prestige verloren, was verdeeld en verzwakt. In 224 kwam een Perzische edelman met de naam Papak, de zoon van Sassan, in opstand tegen koning Artabanos IV, en Papaks zoon Ardašir maakte twee jaar later een einde aan de heerschappij van de Arsakiden. De Sassaniden namen de macht over: voor de tweede keer lag de macht in Iran en Irak in het zuiden, in Persis, waar Ardašir nieuwe hoofdsteden als Firuzabad en Istakhr bouwde: de eerste op de plaats waar Artabanos was verslagen, de tweede bij het oude Persepolis. Later volgde Iwan-e Karkheh. Het is aardig te zien hoe de Sassaniedische architecten aansluiting zochten bij de Achaimenidische architectuur.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (6): de Sassaniden”