VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan”

XIII Gemina (1)

De brug over de Rubico

Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.

Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.

Lees verder “XIII Gemina (1)”

C09 | Het christogram

Illyische zonnesymbool; de foto van de meer op een christogram lijkende symbolen, is mislukt (Archeologisch Museum, Zadar)

[Negende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Terwijl Constantijn in Italië oorlog voerde tegen Maxentius stonden in het oosten Licinius en Maximinus Daia tegenover elkaar. De inzet: de verdeling van de gebieden waarover de overleden Galerius had geregeerd. Lactantius’ in 313 gepubliceerde De dood van de vervolgers biedt een verslag van de gebeurtenissen.

De auteur is geïnteresseerd in Gods rechtvaardige straffen, niet in de historische feiten. Dat is te merken. Het wreekt zich in het onderstaande citaat meteen aan het begin: in zijn beschrijving van de slag bij de Milvische Brug klopt bijvoorbeeld de datum niet (27 in plaats van 28 oktober). Ook overdrijft Lactantius de sterkte van Maxentius’ leger. Opmerkelijk is verder zijn bewering dat Maxentius de Sibyllijnse Boeken zou hebben laten raadplegen, een collectie orakels die de Romeinse autoriteiten uitsluitend raadpleegden bij religieuze aangelegenheden. Dat Maxentius deze zou hebben geconsulteerd in een militaire crisis suggereert dat Lactantius de verleiding niet kon weerstaan een grap te maken over een dubbelzinnig orakel. De vertaling hieronder komt uit Het visioen van Constantijn (2018) en is gemaakt door mijn coauteur Vincent Hunink.

Lees verder “C09 | Het christogram”