
Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Nieuwe versterkingen voor Caesar
Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.
Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)
Vooralsnog gaven de verdedigers echter geen krimp. Logisch, want niet veel verderop lagen de legers van Juba en Metellus Scipio. De situatie veranderde echter op 28 februari ofwel “onze” vijfde december 47 v.Chr.
Terwijl zij bezig waren, naderden twee legioenen, het Tiende en het Negende, die op vrachtschepen uit Sicilië waren vertrokken, de haven bij Ruspina. Toen ze niet ver meer waren, kregen ze Caesars schepen in het oog die bij Thapsus de wacht hielden. Bevreesd dat ze onverhoeds op een vloot van vijanden stootten die daar gereedlag om hen te overvallen, voeren ze de zee weer op en na een lange stormachtige tocht kwamen ze vele dagen later uitgeput door dorst en ontberingen bij Caesar aan. (Afrikaanse Oorlog 53; vert. Hetty van Rooijen)
Caesar was nu vol zelfvertrouwen. Hij was twee maanden eerder geland met een te klein leger en had moeten vluchten. Toen hij versterkingen had gekregen, had hij Ruspina en Lepcis Parva als basis kunnen nemen: posities die hij met moeite had kunnen verdedigen. Hij was verslagen bij Ruspina. Pas met de aankomst van het Dertiende en Veertiende had hij kunnen gaan denken over het herwinnen van het initiatief, maar hij had heuvelforten moeten bezetten en de open vlakte bleef gevaarlijk, zeker nu ook het leger van Juba er was, dat al eens een Romeins leger had verslagen. Met nog twee legioenen erbij had hij echter de middelen om een veldslag aan te gaan.
Impasse
Onnodig te zeggen dat het groeiende zelfvertrouwen van Caesar gelijk opging met het afnemende zelfvertrouwen van zijn tegenstanders. Die gingen de veldslag wijselijk niet aan.
Zo stonden aan beide kanten de legers opgesteld, met niet meer dan driehonderd pas tussenruimte. Misschien was dit nooit eerder gebeurd zonder dat het tot een gevecht leidde. Ze stonden daar van de vroege ochtend tot het tiende uur van de dag. (Afrikaanse Oorlog 61).
Misschien had Metellus Scipio de strijd wel moeten aangaan, want korte tijd later werd Caesars leger nog meer versterkt, omdat toen het Zevende en Achtste Legioen arriveerden.
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Caesar in Rome
Caesar bij Córdoba
Segovia
Een bericht over de veranderingen bij de archeologieopleiding in Leipzig.
https://www.change.org/p/arch%C3%A4ologie-in-sachsen-erhalten
Ook in het Engels,
Dank je wel Bert. Ik had het nog niet gezien. Morgen een PS bij het blogje.