Michelangelo’s David

Michelangelo’s David (©Wikimedia commons | Jörg Bittner Unna)

Grappig verhaaltje in The Guardian: iemand in Melbourne heeft een vier meter hoge replica van de David van Michelangelo in zijn tuin gezet. Het is geen exacte kopie, meer een moderne imitatie met bijvoorbeeld een aangepast kapsel en, zo op het eerste gezicht, een iets smallere taille. Niet iedereen blijkt echter te zijn geïnteresseerd in Renaissance-kunst: de buren vinden het vulgair en zeggen dat het pijn aan hun ogen doet. Ze hebben drie officiële klachten ingediend.

Inmiddels is het een klucht waarin alle standaardelementen aanwezig zijn. De buren klagen dus over de onvermijdelijkheid van het huns inziens lelijke beeld. De gemeente zegt er niets tegen te kunnen doen. Een kunstcriticus komt langs om zout in de wonde te strooien: wat is het toch fascinerend hoe controversieel kunst kan zijn, om nog maar te zwijgen van het ook al zo fascinerende conflict tussen privé en openbaar. Uiteraard prijst hij zijn eigen, veel verfijndere smaak:

It looks like a reproduction that hasn’t re-imagined what that work could be in a contemporary Australia context, which, for me, would be a more interesting take.

Lees verder “Michelangelo’s David”

Art is therapy

artistherapy

Het is Amsterdammers niet gegund rustig onder het Rijksmuseum te fietsen. De laatste tijd word je, komend vanaf het Museumplein, begroet door het opschrift “Art is Therapy” en is je humeur nog tot aan het Koningsplein naar de gallemiezen. Wat een pretentie. Wat een museale zelfoverschatting.

Mijn ouders hebben me altijd meegenomen naar musea, toneel en muziekuitvoeringen. Als we op vakantie gingen, bezochten we de plaatselijke bezienswaardigheden. Op de middelbare school gaf de tekenleraar lessen kunstgeschiedenis. Ik heb gestudeerd aan een letterenfaculteit. Jarenlang ben ik twee keer per week naar het toneel gegaan. Ik ben “vriend” van twee musea, bestuurslid van een stichting en werkzaam in de culturele sector.

Lees verder “Art is therapy”

Zigeunermeisje met brug

Mozaïek in Nijmegen
Mozaïek in Nijmegen

Het kolossale mozaïek hierboven is te zien bij de Waalbrug in Nijmegen. Het is niet zomaar gemaakt van steentjes, maar van blokken basalt die zijn beschilderd door de leerlingen van het Citadelcollege uit Lent. Ze deden dat met kunstenaar Diederik Grootjans, die dit mozaïek maakte toen vorig jaar werd gevierd dat Nederland en Turkije vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen hadden. Het kunstwerk is niet minder dan twintig meter breed en tien meter hoog.

Lees verder “Zigeunermeisje met brug”

Eeuwige schoonheid

Keizer Probus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

December nadert, en ook dit jaar zullen de kranten wel weer worden gevuld met lijstjes van de tien beste boeken van 2012, tien memorabele uitspraken, tien gebeurtenissen, tien winnaars, tien verliezers en nog meer oninteressants. Tijd om eens een lijstje samen te stellen dat de waan van de dag overstijgt. Tijd voor een lijstje vol eeuwige schoonheid.

Ik schrijf dat zonder ironie. Ik nodig u uit tien dingen uit de Oudheid te noemen die u mooi vindt. Meer informatie vindt u daar.

Hoe maak ik een prul?

In zijn bundel Bar en boos wijst de door mij bewonderde letterkundige Wim Zaal erop dat de dichters die hij opnam in zijn collectie van slechte Nederlandse poëzie, hiermee in feite hun ridderslag kregen. Zo was, om een erkende draak als het opschrift op het Nationaal Monument op de Dam te produceren, iemand nodig met het talent van Adriaan Roland Holst. (Ik weet niet of Zaal dit voorbeeld geeft, ik heb de bundel uitgeleend en weet niet meer aan wie.)

Het mechanisme achter zo’n flop is dat de kritiek, die de kwaliteit van een kunstwerk garandeert, begint te haperen bij getalenteerde kunstenaars. Die hebben op kritiek altijd een weerwoord. Ervaren schrijvers kunnen perfect uitleggen waarom deze of gene gedachte zo en zo, en niet anders, moet worden geformuleerd. Zijn redacteur kijkt verbluft toe. Hij was zich nog niet bewust dat taal ook zó kon werken. Vaak heeft de ervaren schrijver domweg gelijk. De ellende is dat zijn smaakbegrip zó verfijnd is, dat hij zich niet realiseert dat anderen het niet langer kunnen volgen. Het gedicht of de roman sterft zo in schoonheid.

Lees verder “Hoe maak ik een prul?”

Cultureel erfgoed

Amersfoort

Van een mooi kunstwerk krijg je een beter humeur. Omgekeerd helpt iets lelijks je stemming naar de gallemiezen. Jarenlang ben ik elke dag chagrijnig geworden als ik door de Amsterdamse Van Baerlestraat fietste, tot ik me realiseerde dat het kwam door de aanblik van de negentiende-eeuwse façade van het Stedelijk Museum. Sindsdien neem ik een andere route.

Dat wil niet zeggen dat lelijke kunstwerken totaal geen functie hebben. Een medewerker van de Vaticaanse Musea vertelde me ooit dat ze over Giuliano Vangi’s “Over de drempel” weliswaar bijna dagelijks klachten kregen, maar dat ze het toch maar in de ontvangstruimte lieten staan omdat mensen dan niet blijven hangen. Ze liepen door, het eigenlijke museum in. Zo had ik het nog niet bekeken, al erken ik dat ik Vangi’s beeld liever überhaupt niet had bekeken.

Lees verder “Cultureel erfgoed”

Searching For Utopia

Dat toneelspelers op het podium kikkers doodtrappen, dat is niet mijn idee van een leuke voorstelling. Het is een onderdeel van “De Macht der Theaterlijke Dwaasheden”, het stuk waarmee de Vlaamse kunstenaar Jan Fabre in 1985 een voorspelbaar relletje en naambekendheid uitlokte. Ik weet eigenlijk niet wat ik erger vind: het walgelijke toneelidee of de voorspelbaarheid waarmee de media elke keer weer ingaan op dit soort provocaties.

Fabres beeld “Searching For Utopia”, dat in het kader van de expositie ArtZuid 2011 aan de Amsterdamse Apollolaan was te zien, vond ik echter mooi. Ik was niet de enige die de enorme schildpad waardeerde als symbool voor de zoektocht naar een betere wereld. Het beeld was de onbetwiste publieksfavoriet en bleef op veler verzoek staan nadat de expositie was afgelopen, opdat de Stichting ArtZuid geld kon inzamelen om het aan te kopen.
Lees verder “Searching For Utopia”

Het academisch Bén Tre

 

In de war

Maandagochtend, ik open de mailbox. Een berichtje van mijn moeder, een paar berichtjes die betrekking hebben op mijn werk, een vriendin die een lunchafspraak wil verzetten en een mailtje van iemand uit Groot-Brittannië, die me vraagt of ik een petitie wil ondertekenen tegen de naderende sluiting van het Canterbury Roman Museum. Ik heb mijn correspondent nog nooit ontmoet, maar als ik met hem correspondeer, geeft hij goede antwoorden waaruit een enorme belezenheid blijkt. Omdat ik hem respecteer, teken ik de petitie onmiddellijk, ook al ben ik nog nooit in Canterbury geweest en had ik tot vanmorgen niet gehoord van het museum.

Meestal ben ik sceptischer. In oktober 2009 kreeg ik een vergelijkbare uitnodiging om de Universiteit van Sheffield te schrijven dat ik bezorgd was over de voorgenomen sluiting van het Biblical Studies Department. Het verzoek was niet onredelijk. “Sheffield” is inderdaad een begrip en het verbaasde me al langer dat er plannen waren het departement te sluiten. Tegelijk wrong er iets aan de uitnodiging. De samenstellers somden allerlei rationele argumenten op, maar gaven nergens aan om welke reden men het besluit tot sluiting eigenlijk had genomen.

Niemand in Sheffield lijkt dat vreemd te vinden. Ik wel.

Lees verder “Het academisch Bén Tre”