Faits divers (55) mopperblog

Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

Caesar in Tongeren

Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

Lees verder “Faits divers (55) mopperblog”

Gallio, Seneca en Mela

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het was 52 na Chr., het was in Korinthe en Paulus had het weer eens aan de stok met mensen die niet op nieuwlichterij zaten te wachten. Ik heb het incident al eens beschreven: joodse burgers sleepten de apostel voor het gerecht, waar de Romeinse gouverneur, Gallio, zei dat hij niet kon oordelen over joodse rechtsregels.noot Handelingen 18.

Lucius Junius Gallio Annaeanus

Die Gallio, die kennen we. Hij heette voluit Lucius Junius Gallio Annaeanus en was de broer van Seneca. Dat Paulus, om zo te zeggen, slechts één handdruk was verwijderd van de beroemde senator-filosoof, was voor vrome vervalsers een onweerstaanbaar aantrekkelijk gegeven, en zo komt het dat in de Late Oudheid een onechte briefwisseling tussen de twee auteurs circuleerde. Gallio zelf is echter ook een interessante man.

Lees verder “Gallio, Seneca en Mela”