Doña Marina

Een Aztekisch beeldje van een dame (Humboldtforum, Berlijn)

Vele jaren geleden las ik Ochtend van Amerika, geschreven door Robert Lemm. Het ging over precolumbiaans Amerika, over het wereldbeeld van de daar destijds wonende volken, en over de komst van de Europeanen. De expeditie van Hernán Cortés, de ondergang van de Inka’s. Eén detail uit dat boek is me altijd bij gebleven: dat Cortés een vrouwelijke tolk had, Doña Marina.

Doña Marina, wier eigenlijke naam we niet kennen, was niet alleen Cortés’ vertaler, maar ook zijn minnares. Lemm wees erop dat deze vrouw niet alleen de talige problemen hielp oplossen die Cortés moet hebben ervaren, maar dat ze ook de Spanjaarden cultureel wegwijs maakte in een wereld die hun wezensvreemd was. Die opmerking is bij me blijven hangen. Toen ik me twintig jaar geleden bezighield met Alexander de Grote, viel me op dat ook hij een meertalige vriendin had, Barsine, die hem moet hebben uitgelegd hoe hij moest omgaan met de Perzische gewoonten. De Australische oudhistoricus Brian Bosworth is deze parallel trouwens ook opgevallen.

Lees verder “Doña Marina”

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Precolumbiaanse kunst

Azteekse watergodin uit Mexico

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteken en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Lees verder “Precolumbiaanse kunst”

Invisibilisering

Vernon Ah, “Unwritten” (2011; Volkenkundig Museum, Leiden)

In de laatste versie van het computerspel Civilization zat een aardig nieuwtje: een van de wereldwonderen die de speler kan bouwen, heet Huey Teocalli. Dat is in de taal van de Azteken, het Nahuatl, de naam voor de grote tempel van Tenochtitlan, gewijd aan de oorlogsgod Huitzilopochtli en de regengod Tlaloc. En nu we het toch hebben over de Azteken: op de tentoonstelling in Leiden heet de Codex Borgia Codex Yoalli Ehecatl. Dat is Nahuatl voor “nacht en wind”.

Invisibilisering

Het zijn twee voorbeelden van een algemenere neiging om dingen aan te duiden met de naam die de betrokkenen er zelf aan geven. We hebben het niet meer over Peking maar over Beijing, niet meer over Opper-Volta maar over Burkina Faso. Dat heeft zo nu en dan iets gekunstelds, maar de bedoeling is goed. Hoewel niet iedereen de Codex Yoalli Ehecatl meteen zal kunnen plaatsen, associeer je zo’n naam tenminste eerder met Midden-Amerika dan als de tekst Codex Borgia zou hebben geheten. Die plaats je immers gelijk in het Europa van de Nieuwe Tijd. De gedachte dat het weleens niet om een Griekse of Latijnse tekst zou gaan, komt vermoedelijk niet eens bij je op.

Lees verder “Invisibilisering”