
De Griekse dichter Anakreon leefde in de zesde eeuw v.Chr. en gold in de hellenistische tijd als een van de negen grootste lyrische dichters. Hij kwam uit Teos in Klein-Azië en lijkt rond het midden van de zesde eeuw, toen de Perzen de regio onderwierpen, naar Abdera aan de Thracische kust te zijn gevlucht. Later schijnt hij aan het hof van Polykrates, de alleenheerser van Samos, te hebben geleefd. De dichter zou vijfentachtig zijn geworden en als oude man het jeugdwerk van de toneeldichter Aischylos nog te hebben gekend. Men zegt dat Anakreon stikte in een druivenpit, wat niet alleen onmogelijk is maar ook behoort tot de standaardverhaaltjes die men vertelt over levensgenieters. Vergelijk het met De la Mettrie, nog zo’n materialistische levensgenieter, die zou zijn gestikt in de leverpastei.
Anakreon genoot van een goed glas wijn en schreef daar leuke gedichtjes over. Anders dan Omar Khayyam, die soortgelijke korte poëzie schreef over de wijnroes, lijken er geen dubbele bodems te zijn. Terwijl Omar Khayyam de wijn gebruikt om de mystieke extase en de vreugde van een Aha-erlebnis te beschrijven, lijkt Anakreon alleen maar geïnteresseerd in wijn om de wijn.




Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.