De mijnen van Laurion

Een van de groeven van Laurion

Oude Grieken, economie en technologie. Over deze drie-eenheid waren historici lange tijd kort en duidelijk: daar hoefden ze niet veel aandacht aan te besteden, want van door technologie gedreven economische groei was niet of nauwelijks sprake geweest. Dat beeld is intussen bijgesteld, omdat men de economie in de Griekse Oudheid niet meer met die van moderne naties vergelijkt maar in zijn eigen context bestudeert. En dan kan men constateren dat bijvoorbeeld de lier, de katrol en de borgvertanding, die de basis vormden voor een kraan, Griekse technologische vindingen waren met economische gevolgen.

Tot nu toe had archeologisch onderzoek geen rol gespeeld bij de studie van de economische impact van technologische ontwikkeling in het antieke Griekenland. Een recent Belgisch proefschrift over de Laurion-zilvermijnen heeft daarin verandering gebracht.

Lees verder “De mijnen van Laurion”

Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Lees verder “Atheense democratie”

De tyran

Periandros (Vaticaanse Musea, Rome)

Lange tijd was het bestuur van de Griekse stadstaten in handen van aristocraten. Ze claimden niet zelden af te stammen van de door Homeros bezongen helden. Mede doordat de interregionale in de Archaïsche Periode herleefde, ontstond er een klasse van nouveaux riches. Dat waren niet per se kooplieden. De Blois en Van der Spek wijzen er in het handboek Een kennismaking met de oude wereld op dat het ook kan gaan om mensen die in staat waren geweest profijtelijker gewassen te gaan verbouwen.

Van aristocratie naar oligarchie

De traditionele, aristocratische bestuursklasse kreeg dus concurrentie van nieuwe rijken. Evengoed dienden beide groepen als hoplieten in de stedelijke legers. Dat leidde tot de wrange situatie dat de nouveaux riches wel mochten sneuvelen voor het vaderland maar geen stem hadden in de besluitvorming die tot oorlog leidde. Dat leidde tot ergernis. Omgekeerd waren er ook aristocraten die niets moesten hebben van die kapsoneslijders met hun nieuwe geld. De poëzie van Theognis, in het Nederlands vertaald door Hugo Koning, biedt nog altijd een venster op een mentaliteit die totaal anders is dan de onze.

Lees verder “De tyran”

Mondelinge literatuur

Marcus Curtius, bezongen in de antieke mondelinge literatuur (Capitolijnse Musea, Rome)

Het alfabet is een democratischer schrift dan de hiërogliefen, het spijkerschrift of lettergrepensystemen als het Lineair-B. Twee dozijn alfabettekens uit het hoofd leren en presto, je kunt lezen en schrijven. Toen het alfabet eenmaal de oudere schriftsoorten had vervangen, varieerde de mate van geletterdheid in de oude wereld tussen de 10% in de meeste streken en de 35% in een democratische stadstaat als Athene. Voor Judea, met zijn boekengodsdienst, is een vergelijkbaar percentage genoemd: tweederde van de volwassen mannen. Wie in een antiek dorp kwam, kon altijd wel iemand vinden die kon lezen en schrijven.

Face to face

De vraag naar analfabetisme is dan ook verkeerd gesteld. De feitelijke vraag is hoe de informatie circuleerde. Ook mensen die konden lezen en schrijven, vernamen de meeste informatie mondeling. De antieke samenleving was een face-to-face society. Daardoor is de meeste informatie, ook in Athene en Judea, voor ons voorgoed ontoegankelijk. We hebben alleen toegang tot de geschreven teksten – zij vormen eilanden in een zee van mondeling overgeleverde verhalen, ideeën en tradities. Het ongeschrevene is lastiger te kennen, maar vergelijkingen met andere voorindustriële samenlevingen hebben oudheidkundigen wel geholpen te begrijpen hoe informatie circuleerde in de oude wereld. Er is veel geschreven over wat mondelinge literatuur heet. (Ik ervaar de term als een oxymoron.)

Lees verder “Mondelinge literatuur”