De stal van een boer die zijn land niet verliet (Musée Guimet, Parijs)
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
Wat was het doel van de mohisten? Daar waren zij gelukkig heel expliciet over. Kort gesteld is het mohisme een filosofie die “het welzijn van allen” centraal stelt.
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
We hebben in het vorige blogje gezien dat de Mozi met een aantal inleidingen, de tien doctrines en de teksten tegen Confucius een goed overzicht biedt van het mohisme. Daarmee hebben we de Mozi echter nog niet uitgelezen. We lezen verder.
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde serie: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
Het mohisme moet in de Periode van de Strijdende Staten een belangrijke en invloedrijke stroming zijn geweest, ieder geval invloedrijk genoeg om confucianisten en taoïsten te motiveren de mohisten herhaaldelijk van repliek te dienen, in onder andere de Analecten en de Zhuangzi, twee sleutelwerken van het vroege confucianisme en het taoïsme.
Munt uit de Periode van de Strijdende Staten (Residenzschloss, Dresden)
[Kees Alders schrijft over de oosterse wijsgerige stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over Chinese filosofie stond daar en deze week begint de derde reeks, gewijd aan Meester Mo, het boek Mozi en het mohisme.]
Stel: je bent geboren in China in het jaar 475 v.Chr. Dat is aan het begin van de IJzertijd, en ijzer werd onder meer gebruikt voor betere werktuigen in de landbouw. Je leeft daarmee in een tijd van een landbouwrevolutie. Terwijl je ouders en grootouders noodgedwongen boer waren, heb jij de kans gekregen om je te specialiseren, en bijvoorbeeld timmerman te worden.
Hert uit de tijd van Confucius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)
[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het achtste blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.]
Zoals eerder gezegd: in het confucianisme staat altijd het leren en studeren centraal. Het doel daarvan is het cultiveren van de moraal, en daarmee het vormgeven van de maatschappelijke orde van een menselijke samenleving, die alleen daarmee kan bestaan.
Confucius is daarin niet dogmatisch, en al helemaal niet metafysisch. Dat waarover we geen kennis kunnen hebben, vindt Confucius de moeite van het bestuderen niet waard. Hij concentreert zich liever op praktische zaken en het hier en nu, en heeft een hekel aan speculatie over vragen als die naar het hiernamaals of de aard van de Hemel. In dat laatste verschilt hij wezenlijk van het taoïsme (daoïsme), dat we later zullen bespreken.
Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)
[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]
Hereniging
Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.
Rond het begin van onze jaartelling bestonden er twee wereldrijken: het Romeinse Imperium en het Chinese Keizerrijk onder de Han-dynastie. Samen heersten zij over ongeveer de helft van de toenmalige wereldbevolking. Beide rijken hebben zich in dezelfde periode maar onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Is het de moeite waard om een vergelijking te maken tussen de Romeinen en de Han? De Oostenrijkse historicus Walter Scheidel, sinds 2004 hoogleraar in Stanford, meent van wel en laat dat zien in de bundel State Power in Ancient China and Rome. De bundel bevat acht artikelen die het Romeinse keizerrijk vergelijken met het China van de Han-dynastie.
Scheidel is een pleitbezorger van vergelijkende geschiedenis (comparative history). Eén van de voordelen van het vergelijken van staten en ontwikkelingen, zoals tussen Rome en de Han, is volgens hem dat het de historicus dwingt uit de specialistische “comfort zone” te treden en nieuwe vragen te stellen. Het dwingt tot het overstijgen van (historische) disciplines en het helpt bij het identificeren van causale relaties en factoren en hoe die in verschillende omgeving verschillend uitwerken. Vergelijken is overigens geen doel op zich, maar een middel voor het stellen van vragen en formuleren van verklaringen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.