De erfenis van het mohisme

Zomaar een hert uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

Tijdens de Periode van de Strijdende Staten was het mohisme een invloedrijke school binnen de Chinese filosofie. Ze was georganiseerd in sektes, die ongetwijfeld werden bestuurd volgens de eerste drie genoemde mohistische doctrines, dus in een strikte hiërarchie, waarin promotie en degradatie afhingen van iemands daden en intenties, zonder onderscheid des persoons.

De mohisten waren actief in militaire verdediging en hielpen aangevallen staten, wat wijst op een strijdvaardige groep. Uit hun doctrines tegen verspilling blijkt een sobere levensstijl en een puur functionele kijk, die weinig op had met esthetiek.

Het belang van het mohisme voor het toenmalige filosofische debat blijkt uit de uitgebreide weerleggingen door andere denkers. We zien verweren tegen het mohisme in de Analecten, die geschreven moeten zijn door directe leerlingen van Confucius, dus tijdgenoten van Meester Mo zelf. Ook de latere confucianisten Mencius en Xunzi geven uitgebreide commentaren op het mohisme. We zien daarnaast verweren tegen het mohisme in de taoïstische Zhuangzi. Het Legalisme blijft ook niet achter in kritiek op het mohisme.

Mohisme versus confucianisme

Omdat de Chinese cultuur vaak wordt omschreven als confucianistisch, ligt het gevaar op de loer dat we de invloed van Confucius overschatten, en die van andere filosofische scholen, zoals het mohisme, onderschatten.

Een grote verdienste van de mohisten is dat ze braken met de toenmalige cultuur, die mensen op basis van afkomst voorrechten gunde of onthield. In die afwijzing van die cultuur waren ze radicaler en consequenter dan het confucianisme. In het China van de Han-dynastie (202 v.Chr. – 220 na Chr.) werd uiteindelijk het beroemde staatsexamen geïntroduceerd, waarbij ambtenaren werden geselecteerd op basis van prestaties, zodat hogere ambten in principe (hoewel lang niet altijd in praktijk) open stonden voor iedereen. Dit wordt vaak aan het confucianisme toegeschreven, maar het is niet ondenkbaar dat deze school hierin is gestimuleerd door het mohisme. Dit heeft daarmee een blijvende invloed op ook het westerse denken, omdat de Europese Verlichtingsdenkers zich weer door China lieten inspireren bij het idee van een meritocratie.

De mohisten onderscheidden zich echter sterk van confucianisten, die ze bekritiseerden om hun uitgebreide religieuze en rouwrituelen, hun liefde voor muziek, en bovenal voor hun “partijdigheid” in de liefde. Een confuciaanse samenleving is gestructureerd in familieverbanden en regio’s, waarin het natuurlijk en voldoende wordt geacht vooral de directe naasten lief te hebben, en de meerderen en ondergeschikten. Volgens de mohisten moet hieruit wel rivaliteit tussen die families en regio’s ontstaan. Volgens hen is het alleen maar mogelijk een gestructureerde en harmonieuze samenleving te krijgen wanneer universele liefde het uitgangspunt is. Op dit punt kunnen we zien dat vooral de leer van Confucius een grote rol zou gaan spelen in het Chinese denken.

Maar de mohisten verschillen ook van Confucius in hun metafysische benadering. Confucius aanvaardde het bestaan van de Hemel en de geesten, maar besteedde er verder weinig aandacht aan. De mohisten menen juist dat ze de intentie van de Hemel doorgrondden en uitdroegen. Deze overtuiging dat de Hemel en de geesten een actieve rol spelen in de levens van mensen sloot waarschijnlijk al aan bij de cultuur van hun tijd, maar bleef in China een grote rol spelen, tot op de dag van vandaag.

De mohisten benadrukten echter dat de actieve rol van de Hemel en geesten in het belonen en straffen van mensen tezamen met een juiste inrichting van de samenleving genoeg zou moeten zijn om mensen te disciplineren. Uitgebreide rituelen waren volgens hen slechts verspilling van geld en moeite. Daar tegenover staan weer de confucianisten die het belang van de religieuze rituelen benadrukken vanwege hun disciplinerende en structurerende kracht. In die zin sloten de confucianisten beter aan bij de praktijk van de dag en de latere cultuur van China.

Al met al zien we dat Confucius en de mohisten elk op hun manier op verschillende punten aansloten en zich afzetten tegen de culturele werkelijkheid, en zo elk op hun eigen manier deze culturele werkelijkheid verder hielpen vormgeven.

Het mohisme verdwijnt

Met de overwinning van Qin in 221 v.Chr. eindigde de Periode van de Strijdende Staten en de Honderd Scholen. De Qin-dynastie voerde het Legalisme in als staatsfilosofie, verbood andere filosofieën, startte actieve vervolgingen en organiseerde boekverbrandingen.

Het Legalisme deelde met het mohisme de nadruk op hiërarchie en discipline via beloningen en straffen. Het miste echter de concepten van universele liefde en beoordeling op morele intentie. Terwijl het Legalisme gefocust was op regels, lag in het mohisme de nadruk op intentie en het resultaat.

Het duurde echter niet lang, namelijk slechts vijftien jaar, voordat de Qin-dynastie het Hemels Mandaat verloor en werd vervangen door de Han-dynastie, die het een heel stuk langer zou uithouden. De Han-dynastie kiest als staatsfilosofie eerst officieus voor het taoïsme (daoïsme), en daarna officieel voor het confucianisme.

De mohisten komen niet meer terug. Waarom? Mogelijk omdat hun filosofie gevaarlijk is voor zittende heersers en elites. Hoewel ze een strikt hiërarchisch geordende samenleving voorstaan, erkennen ze geen verworven rechten. Dat is natuurlijk niet gunstig voor mensen met verworven rechten, en laten dit nu net de mensen zijn die doorgaans de keuze maken voor een staatsfilosofie. Wellicht was het mohisme gewoon te radicaal om te overleven.

De Mozi bleef gelukkig wel behouden. Maar pas in de zeventiende eeuw herleefde de inhoudelijke interesse voor het mohisme, doordat Chinese machthebbers, geconfronteerd met het westerse denken die tjokvol verwijzingen zat naar westerse klassieken, interesse gingen tonen in hun eigen oude taal en cultuur. In de negentiende en twintigste eeuw raakten ook westerse geleerden geïnteresseerd in het mohisme, deels vanwege de opkomst van China als wereldmacht, en deels vanwege de vergelijkbaarheid met het consequentialisme van Jeremy Bentham en John Stuart Mill.

Het belang van een vergeten filosofie

Het mohisme blijkt een razend interessante Chinese filosofie. Naast de overeenkomsten met enkele motieven in het westerse denken, valt op hoe systematisch en gestructureerd de betogen rond met name de tien doctrines zijn, en hoe fundamenteel en analytisch de Canons en de direct daarop volgende twee hoofdstukken zijn. Hierin zijn de mohisten voor hun tijd uniek.

Het is daarbij verfrissend hoe radicaal de mohisten kunnen zijn. Zij leefden in een andere samenleving dan wij, maar door het hoge theoretische en analytische karakter van hun teksten en hun radicale stellingnames dagen ze ook het moderne denken uit over de gewenste samenleving. De mohistische ideeën over een maatschappij die zorgt voor iedereen en meritocratie resoneren in de huidige debatten over sociale rechtvaardigheid, terwijl hun kritiek op verspilling een mogelijke brug slaat tussen de discussies over sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid.

Met het mohisme zien we ook dat de Chinese filosofie haar eerste systeemfilosofie krijgt, en de mohistische canons bewijzen dat er ten tijde van Aristoteles en de vroege stoïcijnen ook in China denkers waren die zich met logica bezighielden. Dit weerlegt het verouderde idee dat de Chinese filosofie slechts moraalfilosofie was, en geen volwaardige discipline zoals in Griekenland. Tegelijkertijd is de Mozi voor geschiedkundigen een nuttige bron om meer kennis en begrip te krijgen van die volkomen andere Chinese samenleving.

Wat tot nu toe nog ontbreekt in de Chinese filosofie is een fundamentele scepsis, zoals we in de Griekse filosofie zien bij de sofisten en de latere skeptici. Dat betekent niet dat er in het oude China geen kritische denkers waren. In een volgende serie bespreken we een aantal filosofen uit dezelfde periode, die vaak gegroepeerd worden onder de parapluterm de “School van de Namen”.

Deel dit:

10 gedachtes over “De erfenis van het mohisme”

  1. Ben Spaans

    “In China alleen (de voorgaande alinea refereert aan het ‘As-Tijdperk’ zonder dat zo te noemen, BS) schenen er honderden verschillende scholen te zijn., die probeerden aanhangers te verwerven. Zo stichtte bijvoorbeeld Mo Tze, die geboren werd ongeveer in de tijd dat Confucius stierf, een school. Mo Tze vond dat Confucius teveel nadruk legde op het juiste gedrag, zoals lange periodes van rouw na het overlijden van een familielid. Mo Tze wilde het ideaal van trouw en liefde overbrengen van de familie op alle mensen. Toch was zijn idee van een emotionele liefde niet emotioneel. Hij veroordeelde alles wat emotioneel was, zelfs muziek. Mo Tze geloofde in orde en organiseerde zijn volgelingen als een leger. Gedurende korte tijd had de leer van Mo Tze enige invloed, maar het was een te koude en te extreme levensbeschouwing om vele Chinezen aan te trekken.”

    Zo doet een overzichtswerk van de wereldgeschiedenis uit de tweede helft van de jaren zestig het Mohisme af,..
    (Nieuwe Geillustreerde Wereldgeschiedenis, deel 1 (van 8), pag. 88, Amsterdam/Antwerpen (de fameuze ‘Zuid-Nederlandse/Centrale uitgeverij’ combi, ook van de Hoe en Waarom reeks. )

    1. Ja zonde toch? Veel te kort natuurlijk. Andere overzichtswerken noemen vaak de late mohisten en zeggen dat die interessant zijn, maar lichten niet echt toe waaróm. Ik wilde het wat uitgebreider doen, maar moest daarvoor toch echt in het eigenlijke werk duiken en de wetenschappelijke publicaties daaromheen. Maar daarmee hoop ik dan voor het grote (Nederlandstalige) publiek toch een keer wat echt nieuws te kunnen bieden 🙂

      1. Ben Spaans

        Kees Alders: Maar…door deze passage wist ik tenminste dat er zoiets als Mohisme bestond. Daar kom je echt niet veel over tegen.

  2. Kees Voorburg

    Kom, kom, Melis, iemand die aan Mr. Ed, het sprekende paard, refereert, kan zelf onmogelijk erg jong zijn. Ongeveer mijn leeftijd schat ik (bijna 70).

    En inderdaad een interessante reeks!

    Enne… eh… gut, wat wilde ik ook alweer nog meer schrijven? Ach, laat maar.

      1. Frans Buijs

        Ja, ik ken zelfs het liedje nog uit mijn hoofd.
        Ik heb even gewacht tot alles er stond om het in één keer te lezen. Zeker interessant en ik zie er ook wel wat van terug in de Chinese maatschappij, die controle en die eenheid van denken, wat mij als anarcho-liberale vrijheid van meningsuitingsfetisjist een gruwel is.

        1. En toch heb ik het idee dat in het huidige China de degraderen bij wanprestatie dan weer geen staande praktijk is en het beoordelen van je meerdere er net zoals bij ons dan weer niet gewaardeerd wordt. Dat vind ik dan weer het inspirerende van het Mohisme. Maar het blijft een heel hiërarchisch systeem natuurlijk.

Reacties zijn gesloten.