De Romeinse tempel voor Concordia

De schamele resten van de tempel van Concordia

Als ik aan de westelijke zijde van het Forum Romanum sta – en dat heb ik weleens gedaan – moet ik altijd denken aan de ontmoeting van Gregory Peck en Audrey Hepburn aan de voet van de Boog van Septimius Severus. Vlak daarbij liggen de schamele resten van de Romeinse tempel voor de godin van de Eendracht, Concordia.

De Standenstrijd

Dat heiligdom was in de jaren zestig van de vierde eeuw v.Chr. gebouwd om het einde te herdenken van het slepende sociale conflict tussen patriciërs en plebejers, de zogeheten Standenstrijd. De eerste groep, de Romeinse adel, monopoliseerde op dat moment consulaat en Senaat. Het plebs (letterlijk: het vulsel) was de rest van de bevolking, en daaronder waren ook rijke mannen die bestuursfuncties wilden bekleden. Hun voornaamste argument om toegelaten te worden tot de hoogste magistratuur, was dat zij in tijden van oorlog werden geacht in de voorste gelederen te strijden, maar dat zij geen invloed hadden op de beslissing over oorlog en vrede. Bovendien betaalden ze veel belasting zonder iets te mogen zeggen over de besteding daarvan.

Lees verder “De Romeinse tempel voor Concordia”

Arm en straatarm in Rome (5)

Slavenboeien (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het slot van een reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Slavernij en sociale mobiliteit

Dwars door de bevolking van Rome liep een onderscheid tussen vrije en onvrije mensen. Onder meer vanuit de juridische geschriften hebben we een vrij scherp beeld van de positie van de servi. Hun onvrijheid had als voordeel dat er iemand naar hen omkeek. Hoog­opgeleide slaven leidden vermoedelijk een redelijk comfortabel leven, bijvoorbeeld als arts of onderwijzer. Sommigen van hen hielden er zélf slaven op na; getrapte slavernij dus. Het gros zal uitgebuit zijn en als voetveeg behandeld. Veelzeggend is dat deurwachten soms vastgeketend werden. Er zijn daarentegen ook voorbeelden van slaven die liefdevol bijgezet werden in het familiegraf.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (5)”

Arm en straatarm in Rome (3)

Een zakkendrager, iemand uit het plebs (Nationaal Museum, Beiroet)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het derde deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Plebs sordida

Tegenover het ‘fatsoenlijke’ plebs stond het plebs sordida, het ‘smoezelige’ plebs. De armoede van deze restcategorie was structureel. Het waren sloebers, aangeduid als egentes (nooddruftigen) of inopes (mensen zonder bezittingen). Immigranten waren oververtegenwoordigd. Hoewel het vrije mensen betrof, liepen zij het risico om zoveel schulden op te bouwen, dat zij zichzelf of hun kinderen in slavernij moesten uitleveren. Voor het plebs sordida was een dak boven het hoofd niet vanzelfsprekend, evenmin als kleding of een volle maag. In plaats van dure tarwe weken de arme mensen vaak uit naar gerst, kikkererwten en lupinezaad (noot 1). MacMullen (1974) gaat ervan uit dat een derde van de totale bevolking, met inbegrip van de slaven, voortdurend in grote schaarste leefde. Uitgaand van de 200.000 die ik hierboven berekende, includeert hij dus een deel van het plebs frumentaria.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (3)”

Arm en straatarm in Rome (1)

De maatschappelijke hiërarchie: de keizer, verheven boven de armen.

Keizer Augustus was er trots op dat hij Rome als een stad van marmer achterliet. Met zijn intensieve bouwprogramma’s had hij ervoor gezorgd dat de ‘hoofdstad van de wereld’ (caput mundi) zich kon spiegelen aan steden als Alexandrië, Efese en Antiochië. Sindsdien zijn luxe en decadentie onlosmakelijk verbonden aan de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Er is veel bekend over het leven van de elite. Maar wat zien we als we verder kijken dan de marmeren façade? Hoe zag het leven van eenvoudige lieden eruit?

Twee problemen dienen zich aan:

  1. Geschreven bronnen zijn in hoofdzaak dóór en vóór de elite geproduceerd; een kleine toplaag met weinig belangstelling voor de rest. Hoe dieper men naar beneden kijkt, hoe vager de contouren.
  2. De elite is beter vertegenwoordigd in het bodemarchief dan eenvoudige lieden.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (1)”

De Romeinse Republiek

De Fasti Capitolini, de lijst van magistraten van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

In het handboek waarin ik elke week controleer of mijn kennis nog actueel is, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, zijn we aangekomen bij de Romeinse Republiek. In mijn blogjes over de IJzertijd en het martiale karakter van de Romeinse samenstelling liep ik vooral vooruit op het eerstejaars-werkcollege, waarin docenten het handboek aanvullen, bevragen, corrigeren, contextualiseren. Vandaag heb ik meer algemene opmerkingen: zaken waarover ik deze week weinig nieuws in het handboek las en die ik ook niet kan aanvullen, bevragen, corrigeren of contextualiseren.

Een complexe samenleving

We kennen de Romeinse samenleving eigenlijk pas na pakweg 300 v.Chr., maar we kunnen reconstrueren dat er in de oudere fase aristocraten (“patriciërs”) waren. Ze claimden (althans in later tijd) afstamming van legendarische helden en dus, indirect, ook van de goden. De Blois en Van der Spek attenderen er terecht op dat die claim ook in Griekenland gangbaar was. De rest van de bevolking gold als plebejers, en die konden rijk of arm zijn. De “standenstrijd” die in de vijfde en vierde eeuw plaatsvond, gaf rijke plebejers toegang tot de hoogste ambten, waarbij deze rijke plebejers vaak samenwerkten met arme plebejers, die andere klachten hadden over het aristocratische bestuur. Zij wilden schuldendelging en land.

Lees verder “De Romeinse Republiek”