Neoplatonisme en gnosis (1)

Portret van een laatantieke filosoof (Antiquarium, Sevilla)

Misschien vormde de crisissfeer van de derde eeuw na Chr., waarover Jona al blogde, de aanleiding voor de verspreiding van verschillende oosterse religieuze ideeën in de Romeinse wereld. Ze gingen een grotere rol gingen spelen in het denken van die tijd. De stoïcijnen, die ooit de filosofische agenda hadden bepaald, verloren aan invloed en maakten plaats voor een nieuwe filosofische school. Dit zogeheten Neoplatonisme combineerde kenmerken van het “oude denken” met een nieuwe spiritualiteit. Deze school geldt als de laatste grote filosofische stroming van de oude wereld.

Geen gewone platonisten

Als de grondlegger van het Neoplatonisme geldt de filosoof Plotinos, die leefde rond het midden van de derde eeuw. Hij en zijn volgelingen beschouwden zichzelf overigens niet als een nieuwe filosofische school, maar als platonisten die de ware filosofie van Plato uitwerkten. Ze noemden zichzelf dan ook gewoon “platonisten”. De accenten die zij in het platonisme legden, wijken echter dermate sterk af van de standpunten van Plato zelf, dat hedendaagse oudheidkundigen hen aanduiden als Neoplatonisten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (1)”

Godwording

Petrus met een boekrol. (Catacombe van Domitilla, Rome)

De tekst die bekendstaat als de Tweede Brief van Petrus is vermoedelijk geen echte brief. Wie in de Oudheid een brief schreef en een dure bode in dienst nam, nam doorgaans de gelegenheid te baat ook anderen dan de geadresseerde de groeten te doen. Dit standaardonderdeel van een brief ontbreekt in 2 Petrus. Het is eigenlijk meer een essay waarin de auteur, die zijn einde voelt naderen,noot2 Petrus 1.14. zijn visie geeft op wat het christelijke geloof inhoudt. Misschien is de tekst wel ontstaan als preek.

Gevallen wereld

Aan het begin van de brief vertelt de auteur, die we gemakshalve maar Petrus zullen noemen, dat de gelovigen alles bezitten om vroom te leven. Dat wordt gepreciseerd als kennis (gnosis) van Christus – de toegesprokenen wisten wel wat daarmee was bedoeld. Het is in elk geval niet de geheime leer van de gnostische christenen maar inzicht in wat nodig is voor een vroom leven en kennis van de daden van Christus. En vooral: de kennis vormt een belofte

Lees verder “Godwording”

The great chain of being

Een zestiende-eeuwse weergave van het idee van een "great chain of being"
Een zestiende-eeuwse weergave van het idee van een “great chain of being”

Voor sommige dingen zijn in het Nederlands geen woorden en dan gebruiken we leenwoorden, zoals team. Als Nederlandse vertaling van “great chain of being” suggereert de Wikipedia scala naturae, wat ons natuurlijk niet veel verder helpt. Het gaat terug op een verhaal van Homeros, die in de Ilias vertelt dat de goden bezorgd zijn om de Grieken en zich afvragen of Zeus wel zo verstandig was zijn steun aan de Trojanen te geven. Moeten ze de Grieken steunen? Aan het begin van het achtste boek antwoordt de vader van goden en mensen (in de Damsté-vertaling):

Wie ik zie gaan om de Trojanen of Grieken te helpen, zal pijnlijk geslagen terugkeren naar de Olympos. Of ik zal hem grijpen en in de nevelige Tartaros werpen, waar de afgrond onder de aarde het diepst is, waar een ijzeren poort is en een bronzen drempel, even ver onder de Hades als de hemel is boven de aarde. Dan zal hij bemerken dat ik de sterkste ben van alle goden. Komaan, gij goden: probeert het en gij zult het allen weten. Bindt aan de hemel een gouden koord en grijpt het vast, gij alle goden en godinnen tezamen. Niet zult ge, hoe hard ge ook trekt, Zeus de opperste heerser, uit de hemel trekken naar ’t aardvlak. Maar als ik eens in ernst wilde trekken, ik trok u omhoog met aarde en zee erbij. Dan bind ik het koord om de top van de Olympos en alles zou zweven in de lucht.

Lees verder “The great chain of being”

Martelaarschap

Papyrus met een hymne voor de christelijke martelaren (zesde of zevende eeuw; Neues Museum, Berlijn)

Elke veldslag is te gruwelijk voor woorden, maar in zijn absurditeit tart die aan de IJzer echt alles. Toen de Duitsers in 1914 België binnenvielen, bood het Belgische leger bij dit riviertje weerstand en duizenden Vlaamse jongens lieten het leven. Het hadden er minder kunnen zijn als de officieren hun bevelen in het Nederlands hadden gegeven, maar het waren Walen die niet keken op een dooie Vlaming meer of minder. Althans, dat zegt men.

In feite waren de Waalse officieren niet incompetenter dan hun collega’s in andere legers, maar de Vlaamse nationalisten namen het niet zo nauw met de waarheid. Het oorlogsmonument, de IJzertoren bij Diksmuide, werd een bedevaartcentrum van de Vlaamse beweging. Het opschrift liegt er niet om:

Lees verder “Martelaarschap”