Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Lees verder “Paleoproteomics”

Een gewiekste zwendelaar en een verblinde wetenschapper

Wat te mooi is om waar te zijn, is vaak niet waar. Dat gold ook voor de in 2012 opgedoken papyrussnipper waarop te lezen viel hoe Jezus van Nazaret sprak over ‘mijn vrouw’. Wat een mooie bevestiging leek van Da Vinci-code-achtige theorieën en daarom enig opzien baarde, bleek al gauw een vervalsing. Daarmee paste dit ‘Evangelie van de Vrouw van Jezus’ in een eeuwenlange traditie van onechte manuscripten. Een wetenschappelijke blamage, zeker, maar geen werkelijk nieuws.

Cover-up

Dat werd het wél toen ontdekker Karen King (Harvard) zei dat het laboratorium de echtheid zou bewijzen. Die aankondiging was alarmerend. Het lab kan namelijk wel vaststellen dat een papyrustekst een slechte vervalsing is, maar herkent een goede vervalsing niet en kan zeker niet bepalen of iets authentiek is. Harvard was rookgordijnen gaan optrekken.

Lees verder “Een gewiekste zwendelaar en een verblinde wetenschapper”

Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

Bedrieglijk echt

Ze zijn als Dr Jekyll en Mr Hyde, als zon en schaduw, als de noord- en de zuidpool van een magneet: het een impliceert automatisch het ander. Roep “oudheidkunde” en de echo is “vervalsing”. De discipline dankt er haar bestaan zelfs aan, min of meer. De teksten van Renaissance-fraudeur Giovanni Nanni (1432-1502) vormden ooit de aanleiding om te onderzoeken hoe echt en onecht waren te herkennen en zo werd een wetenschappelijk vakgebied geboren.

Vervalsingen waren dus ooit de prikkel tot de verwetenschappelijking van de oudheidkunde en sindsdien zijn vakgebied en antivakgebied verstrengeld. Als wetenschappers ontdekken waarop ze moeten letten om een vervalsing te herkennen, weten hun tegenstanders het immers ook. Toen oudheidkundigen in de negentiende eeuw door kregen hoe ze modern van antiek schrijfmateriaal konden onderscheiden, schakelden vervalsers over op antiek perkament. We weten zelfs wie op dat idee kwam: Konstantinos Simonides (1820-1890).

Lees verder “Bedrieglijk echt”

Papyrologie: update (1)

Sapfo, laat-Romeins portret uit Smyrna (Archeologisch Museum, Istanbul)

Eerder deze week leverde ik de eerste proef in van mijn boek over de wedloop tussen de vervalsers van papyri en de wetenschap, Bedrieglijk echt. Daarin is, zoals ik al eens vertelde, ook een hoofdstuk opgenomen over de laatste twee jaar, waarin het ene schandaal na het andere zich ontvouwde. De onduidelijkheid over het Geheime Evangelie van Marcus is nu groter dan ooit omdat de argumenten zijn weerlegd waarom het vals zou zijn (wat vanzelfsprekend niet betekent dat het echt is en alleen bevestigt dat papyri zonder gedocumenteerde provenance wetenschappelijk waardeloos zijn). De onechtheid van de Artemidorospapyrus staat nu vast en dat geldt eveneens voor de Dode Zee-rol-fragmenten in de Greencollectie en de Schøyencollectie. Ook het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus kwam in 2019 weer in het nieuws, zij het indirect, namelijk doordat de blunderende oudheidkundige zich via ramanspectroscopie rehabiliteerde.

Rehabilitatie is er voorlopig niet voor Dirk Obbink, de Oxford-onderzoeker die wordt verdacht van diefstal. Sinds ik mijn manuscript inleverde, is duidelijk geworden dat hij niet alleen in antieke maar ook in middeleeuwse handschriften heeft gehandeld. Gewoon legaal, wat betekent dat nóg meer mensen konden weten dat er iets loos was en de andere kant op keken. We hoeven het voorlopig niet te hebben over het zelfreinigend vermogen van de wetenschap, althans niet in Oxford. Daar hebben ze nu trouwens een programma voor de publicatie van unprovenanced materiaal uit Afghanistan. De bingokaart met de smoezen waarom het niet erg zou zijn dubieus materiaal te publiceren kan dus voorlopig nog niet weg.

Lees verder “Papyrologie: update (1)”

Bedrieglijk echt

Dankzij uw bijdragen kon ik afgelopen zomer een huisje huren in Gemmenich op de Vaalserberg. Op de Belgische helling, tweehonderd meter ten zuiden van de grens, schreef ik toen mijn boek Xerxes in Griekenland (koop het, dan heeft ook mijn uitgever een goed oud jaar). Ik maakte toen ook een beginnetje met een ander boek, Bedrieglijk echt, dat ik momenteel in hetzelfde huisje aan het afronden ben.

Rookgordijnen

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb destijds geblogd over hoe vreemd het was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven. Iedere eerstejaarsstudent weet waarom dit een rookgordijn was: analisten kunnen wel slechte vervalsingen ontmaskeren maar niet aantonen of iets echt is. Het persbericht over de laboratoriumresultaten is minimaal te typeren als misleiding.

Lees verder “Bedrieglijk echt”

Meer papyrologie-bingo

Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn)

[Vervolg op het vorige. Wat we terug kunnen zeggen als wetenschappers weer eens met smoesjes aankomen waarom datafraude, heling en dergelijke niet erg zouden zijn.]

Maar als we het niet publiceren gaat het verloren
Zoals je weet houd je zo het systeem in stand: door illegaal verworven voorwerpen aan te kopen, stimuleer je plundering van archeologische sites. Zoals je eveneens weet gaan er voor elk illegaal verworven stuk dat je als wetenschapper uitgeeft, méér verloren. Lees maar.

In het lab zullen ze wel zien of dit fragment echt is
Doe nou niet alsof je niet weet dat dat helemaal niet kan. Ook op deze blog is vaak genoeg uitgelegd hoe een vervalser het lab omzeilt.

Ik wist niet dat er een gedragscode was
Is het een idee je taakomschrijving eens te lezen?

Ik ken [naam collega] al jaren en hij/zij is door-en-door betrouwbaar
Wetenschap gaat om data, methode en argumenten. Niet over reputaties.

De inkt is spectroscopisch gedateerd en dat kun je niet vervalsen
Ga je eerste jaar opnieuw doen.

Lees verder “Meer papyrologie-bingo”

Nog meer valse Dode-Zee-rollen

Grot 4 uit Qumran, waar duizenden snippers van de Dode-Zee-rollen zijn gevonden

Het is weer zo ver: vervalste antieke teksten! En u weet, zonder provenance is een snipper papyrus of een perkamentfragment van nul en generlei waarde. De vervalser die oud papyrus gebruikt (te koop op eBay), de receptuur van antieke inkt benut en geen scherp schrijfmateriaal gebruikt, is in het lab onherkenbaar. Misschien dat ramanspectroscopie in de toekomst iets zal opleveren, maar zelfs dan moet de vindplaats bekend zijn.

Het gaat dan ook altijd fout. Evangelie van de Vrouw van Jezus? Vals, ondanks rookgordijnen uit Harvard. Artemidorospapyrus? Vals, daar verandert de prijs van bijna drie miljoen euro niks aan. Vijf fragmenten van de Dode-Zee-rollen in de Greencollectie? Vals. Er is onduidelijkheid over de Sapfo-papyri, maar dat er drie provenances zijn genoemd en is geschermd met een niet-bestaande authenticatiemethode, doet het ergste vrezen. En dan zijn er nog de Dode-Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie, waarvan al in 2013, toen ik mijn boek Israël verdeeld schreef, werd vermoed dat ze materiaal vals waren.

Lees verder “Nog meer valse Dode-Zee-rollen”

Ramanspectroscopie en antieke inkt

Briefje over dijkverzwaring (P.Col. 10.256; © Duke Databank of Documentary Papyri)

Wat ik dertig jaar geleden tijdens mijn studie niet leerde, was dat ramanspectroscopie, waarover ik zojuist blogde, nuttig was bij de datering van antieke inkt. Logisch, want de kwaliteit van de lasers was daarvoor op dat moment nog onvoldoende. Sterker nog, deze toepassing bestaat momenteel slechts in principe en hoewel de eerste resultaten buitengewoon veelbelovend zijn, valt er nog veel werk te verrichten. Niettemin: de datering van inkt komt binnen handbereik. Het artikel waar alles om draait, vindt u hier.

De noodzaak van dit onderzoek staat buiten kijf. Zolang een vervalser maar gebruik maakt van antieke papyrus (te koop op eBay), schrijft met een kwastje in plaats van een scherpe pen en inkt maakt met antieke receptuur (Arabische gom, water en roet of houtskool), is hij in feite niet te herkennen, noch met een koolstofdatering van het schrijfmateriaal, noch door krasjes die te zien zijn met een elektronenmicroscoop, noch doordat in een spectrometer ongebruikelijke inktcomponenten vallen waar te nemen. Ik heb er weleens op gewezen dat het theoretisch denkbaar is de inkt te isoleren van de papyrus (lees: het document te vernietigen) en dan een koolstofdatering van de houtskool te doen, maar antiek houtskool is te vinden op elke opgraving, dus ook dit valt te omzeilen. Simpel gezegd: in het lab kan wel een vervalsing worden doorgeprikt maar geen authenticiteit worden aangetoond.

Lees verder “Ramanspectroscopie en antieke inkt”

Ramanspectroscopie

Ook de pigmenten van de muurschilderingen uit Pompeii zijn met ramanspectroscopie onderzocht, al weet ik niet of dat ook is gebeurd met deze banketscène uit het Nationaal Archeologisch Museum in Napels.

U herinnert het zich nog wel: als u op de middelbare school scheikundelessen had, maakte u met stokjes en bolletjes modellen van moleculen. Een methaanmolecuul (moerasgas) bestond dus uit een bolletje koolstof, vier stokjes en vier bolletjes waterstof. Ik weet zeker dat mijn scheikundeleraar, die in veel dingen het humoristische herkende, erop heeft gewezen dat het weliswaar een model heette maar in feite geen verkleinde maar een vergrootte weergave was. Ik dénk dat ik me herinner dat hij ons er eveneens op wees dat het slechts een manier was om voorstelbaar te maken wat een molecuul was en dat die atomen in feite heen en weer trilden. In jargon: oscillatie.

Elk molecuul trilt op een andere manier – ethanol ofwel alcohol trilt bijvoorbeeld anders dan benzeen – en dat kun je meten. Dat doe je door er een laser op te richten, waardoor de balans in zo’n molecuul verandert en straling kan vrijkomen. Het energieverschil tussen de toegevoegde energie en de uitgestraalde energie correspondeert met de trillingsenergie binnen een molecuul, die weer samenhangt met de structuur daarvan. Het spectrum van de vrijkomende straling biedt dus een aanwijzing voor de aard van het molecuul en is even uniek als een vingerafdruk. Dat is allemaal onderzocht en de resultaten zijn neergelegd in uitgebreide databases; is de meting eenmaal gedaan, dan kan een ramanspectrometer (een verrassend klein instrument overigens) contact maken met de database en het materiaal identificeren.

Lees verder “Ramanspectroscopie”