The Dark Knight Returns

Ze moet al twee jaar uit zijn, Ger Apeldoorns vertaling van The Dark Knight Returns, het stripverhaal waarmee Frank Miller midden jaren tachtig de Batman-reeks nieuw leven inblies. Dus het stukje dat ik er nu aan wijd, is wat aan de late kant. Gelukkig is het een klassieker, en voor klassiekers is het nooit té laat om erover te schrijven.

Ook in het Nederlands is dit een van de meest duistere stripverhalen die ik ken. Weliswaar eindigt het op een noot van optimisme, maar in feite zegeviert het kwaad op alle fronten en ik realiseerde me pas dit weekend hoe totaal die overwinning is.

Lees verder “The Dark Knight Returns”

De Generaal

macht
Enkele momenten voor de fatale afloop.

Lopen twee mannen over straat, zegt de een “Mag ik in het midden lopen?”

Je kunt deze mop vanzelfsprekend uitbreiden door de locatie te veranderen in de Kalverstraat of door de betrokkenen Sam en Moos te noemen, maar dat maakt hem niet leuker. Karaktertekening en andere achtergrondinformatie is, anders dan in een roman, voor een grap niet noodzakelijk. Je kunt alle franje achterwege laten.

Peter de Smet (1944-2003) deed dat in de stripverhalen over De Generaal, die hij tekende in de jaren zeventig: de gags zijn gereduceerd tot precies dat wat nodig is om je in de lach te doen schieten. Al het andere ontbreekt. Het is overigens ook steeds dezelfde mop: de generaal wil de macht grijpen en moet daartoe een fort veroveren, een activiteit waarbij hij de hulp krijgt van een professor die geniale uitvindingen doet, terwijl een motoragent ongewild het onverbeterlijke optimisme van de generaal fnuikt.

Lees verder “De Generaal”

Blake en Mortimer

Uit
Blake en Mortimer in “De valstrik”

Aan het begin van het stripalbum De valstrik van Edgar P. Jacobs ontvangt de held, professor Mortimer, een brief van zijn aartsvijand, Miloch, die hem het geheim toevertrouwt van een fantastische uitvinding. Hij verklaart het curieuze aanbod als volgt:

U was mijn vijand, maar U was een loyale vijand. Uw karakter beviel me, evenals uw kennis, die zeer uitgebreid is. U bent waardig mijn erfgenaam te zijn.

Mortimers beste vriend, kapitein Blake, suggereert de professor om te wachten alvorens het geschenk aan te nemen, en de lezer weet dat dit de beste raad is, maar Mortimer stort zich onvervaard in het avontuur. Gelukkig maar, want het levert een buitengewoon onderhoudend stripverhaal op, zelfs al dateert het uit 1962 en is het ruim een halve eeuw oud.

Waarom blijven de stripverhalen over Blake en Mortimer – die in feite vooral over de laatste gaan – zo boeiend? Waarom zijn allerlei Belgische stripkunstenaars na de dood van Edgar P. Jacobs, doorgegaan met de reeks?

Lees verder “Blake en Mortimer”

Zo schrijdt de beschaving verder

In Nederland zou het niet kunnen. We hebben geen Agent 327-plein en geen Dirk-Jan-weg. Zelfs Jan, Jans en de kinderen zijn niet met een straatnaam herdacht, en de P.C. Hooftprijs is – laten we wel zijn – in feite ostentatief geweigerd aan Marten Toonder. Bij het eren van de tiende muze zijn wij simpelweg nog niet verder gekomen dan een paar wijken met Doorzonwoningen.

Nee, dan Brussel, waar ik het bovenstaande straatnaambordje fotografeerde. Belgen zijn beschaafder dan Nederlanders. QED.

Ringelingen en Nibelungen (3)

2x Suske en Wiske en de Ringelingenschat

[Dit is het derde deel van een stuk over het klassieke Suske & Wiske-album. Het eerste is hier.]

De speelfilm Die Nibelungen. Siegfried van Fritz Lang is overigens niet de enige bron van inspiratie van De Ringelingenschat. Ook de opera’s van Wagner spelen een rol, bijvoorbeeld in enkele scènes rond het smeden van een zwaard. Trouwens, de beperking van het Nibelungenverhaal tot de avonturen van Siegfried, is eveneens ontleend aan Wagner; in het middeleeuwse epos draait het immers uiteindelijk om de wraak van Kriemhild, de tweede film van Lang, maar dat is een thema waar noch Wagner noch Vandersteen iets mee kon.

Lees verder “Ringelingen en Nibelungen (3)”

Ringelingen en Nibelungen (2)

2x Suske en Wiske en de Ringelingenschat

[Dit is het tweede deel van een stuk over het klassieke Suske & Wiske-album. Het eerste is hier.]

Waar gaat De Ringelingenschat over? Suske, Wiske, tante Sidonia en Lambiek komen in het bezit van een drinkhoorn, en omdat ze er meer van willen weten, gaan ze op vakantie in Xanten. Daar blijkt de hoorn over wonderlijke krachten te beschikken, zodat het viertal belandt in de middeleeuwse stad. Lambiek, die inmiddels is voorzien van de geweldige naam Bikfried – het Vlaamse volksvoedsel is nooit ver weg – aanvaardt nu een betrekking als drakendoder, en het moet gezegd: hij brengt het er bepaald niet slecht vanaf.

De bewoners van Xanten zuchten ondertussen onder de belastingen die hun koning, Hagen Kartoffel (nog meer patat) von Ringeling, hun oplegt. Zo ontstaat de Ringelingenschat, die gestolen zal worden; vanzelfsprekend wordt deze misdaad uiteindelijk opgelost en worden de daders bestraft, waarna onze helden terugkeren naar hun eigen tijd.

Lees verder “Ringelingen en Nibelungen (2)”

Ringelingen en Nibelungen (1)

2x Suske en Wiske en de Ringelingenschat

Omdat ik mijn eigen exemplaar van De Ringelingenschat, het Suske & Wiske-album waarover ik nu wil schrijven, heb uitgeleend aan mijn neefje, toog ik gisteren naar de stripboekenwinkel om het te vervangen. Het bleek echter even niet leverbaar, en zo kwam ik thuis met de Suske & Wiske-pocket #23, die tevens De nerveuze Nerviërs en Lambiorix bevat. Deze laatste twee bevestigen uw vooroordeel tegen de reeks. De plot is inderdaad onverdraaglijk klungelig en de moraal is verschrikkelijk oubollig. Maar dan De Ringelingenschat! Dat is andere koek. Dat is Willy Vandersteen op zijn aller-, allerbest.

Lees verder “Ringelingen en Nibelungen (1)”

Alan’s War

Er bestaat een discussie over het aantal soldaten dat tijdens een gevecht daadwerkelijk in staat is te schieten. Dat schijnt een betrekkelijk laag percentage te zijn, al is die conclusie niet onomstreden en misschien wel onjuist. Toch zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog soldaten geweest die nooit vuurcontact hebben gemaakt, bijvoorbeeld omdat ze laat in de oorlog werden opgeroepen, in de eerste maanden van 1945 op non-actief stonden omdat hun tanks zoek waren, en het front pas bereikten toen het Derde Rijk al grotendeels was ingestort.

Zo’n soldaat was Alan Cope, en je zou niet onmiddellijk hebben verwacht dat zijn oorlogsherinneringen een fascinerend boek over de Tweede Wereldoorlog opleverden. Dat is echter wel het geval, zelfs al gebeurt er dus weinig in Alan’s War van de Franse striptekenaar Emmanuel Guibert. (Het verscheen vanaf 2000 als La guerre d’Alan; sinds 2008 is er een Amerikaanse vertaling.)

Lees verder “Alan’s War”

Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (5)

[Deze bespreking van het beroemde stripverhaal verscheen eerder op Frontaal Naakt. Het eerste deel is hier.]

Het valt Miller niet kwalijk te nemen dat hij een strip heeft gemaakt van een antieke politieke sage, aangelengd met de nodige moderne mythografie en een vleugje modern-Griekse propaganda. Het is kunstenaars toegestaan de waarheid wat bij te buigen. En zelfs als kunst een politieke boodschap heeft, kun je het als kunst analyseren.

Maar wat is er nu echt gebeurd in Thermopylai? Waarom konden de Grieken zich herstellen van de Spartaanse nederlaag en verdreven ze uiteindelijk de Perzen uit hun land? Moderne oudhistorici worden niet langer gehinderd door gymnasiale vooroordelen en lezen ook wel eens bronnen uit het Perzische rijk. Dat levert een genuanceerder beeld op en helpt ons “tussen de regels door te lezen” in het verslag van Herodotos.

Lees verder “Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (5)”

Sage, mythe, strip: 300 van Frank Miller (4)

[Deze bespreking van het beroemde stripverhaal verscheen eerder op Frontaal Naakt. Het eerste deel is hier.]

300 van Frank Miller is dus een navertelling van een politieke sage. Maar er is een verschil: Miller gaat veel verder dan Herodotos. Waar de laatste de tragiek benadrukt van twee gelijkwaardige volken die met elkaar in conflict raken, is de gelijkwaardigheid bij Miller ver te zoeken. Aan de ene kant toont hij heldhaftige Spartanen, echte kerels en “the world’s one hope for reason and justice”; aan de andere kant presenteert hij Aziaten, slaafse en verwijfde types levend “in a sea of mysticism and tyranny”. Het is licht versus donker, mannelijkheid versus verwijfdheid, vrijheid versus slavernij, Europa versus Azië. Het is zelfs blank versus zwart: hoewel Grieken en Perzen verwante Indo-Europese volken zijn, geeft Millers inkleurster Lynn Varley de laatsten een negroïde huidskleur mee.

Zó heeft Herodotos het nooit gepresenteerd. Zijn Grieken vechten beter dan de Perzen, maar laatstgenoemden zijn niet verwijfd. De Xerxes van Frank Miller is daarentegen een androgyne verschijning, voorzien van talloze juwelen en beroofd van de fraaie baard die hij, blijkens afbeeldingen, heeft gehad. Nergens claimt Herodotos dat de Grieken een superieur gevoel voor “reason and justice” hebben en voor elke tirannieke daad van een Perzische bestuurder weet hij er ook wel een te noemen van een despotische Griek.

Lees verder “Sage, mythe, strip: 300 van Frank Miller (4)”