Cervantès, Cervantes en Don Quichot

Er zijn boeken die iets onbenoembaars hebben waardoor je ze niet veilig in een pasklaar hokje kunt plaatsen, die je verontrusten, die onder je huid kruipen. Un certain Cervantès van de Franse striptekenaar Christian Lax is zo’n boek.

Het verhaal is op zich niet heel erg ingewikkeld: de Amerikaanse oorlogsveteraan Mike Cervantès keert vanuit Afghanistan, waar hij bij een vijandelijke aanval een hand heeft verloren en de gevangene is geweest van de Taliban, terug naar zijn geboortestreek in Arizona. Hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en houdt zich aanvankelijk wat op de achtergrond, maar een vriend zorgt voor hem en helpt hem zijn draai in het burgerlijk leven terug te vinden.

Dat lukt maar gedeeltelijk. Als zijn vriend financiële problemen krijgt, slaat Cervantès een bankkantoor kort en klein en belandt in de nor. Hij heeft dan al eens gehoord dat zijn naam, zijn handicap en zijn krijgsgevangenschap hem doen lijken op Miguel de Cervantes, de auteur van de Quichot. In de gevangenis leest Cervantès – ik bedoel de Amerikaan – het verhaal van de dolende ridder. Dat doet zijn toch al verwarde hoofd helemaal op hol slaan. Hij begint te hallucineren dat hij gesprekken heeft met de Spaanse Cervantes.

Lees verder “Cervantès, Cervantes en Don Quichot”

1-2-3-4 Ramones

Een paar jaar geleden realiseerde ik me ineens dat de Ramones op mij het effect hebben van een ijsjeswinkel. Ik word er blij van. Veel wist ik echter niet van mijn nieuw-onderkende muzikale voorkeur, dus ik besloot er het een en ander over te lezen: de autobiografie van Johnny Ramone, de herinneringen van de familie van Joey Ramone, het boek waarmee Marky Ramone zich presenteert als dé drummer van de band en het meelijwekkende verhaal van Dee Dee Ramone. Een psychopathische gitarist, een zanger met dwangstoornissen, een alcoholistische drummer en een heroïne-verslaafde bassist. Eeuwig ruzie. De enige normale Ramones waren de eerste en derde drummer Tommy en Richie, die de heksenketel allebei voortijdig vaarwel zegden.

Het zou de heren, die zich graag wat dommer voordeden dan ze waren, bepaald hebben verbijsterd als ze wisten dat ik bij het lezen van de verhalen van Joey en Dee Dee steeds weer moest denken aan de mythe van Prometheus: de Griekse godheid die de mensheid het vuur gaf en daarvoor een lange, pijnlijke straf kreeg. De Ramones vernieuwden de muziek maar Joey en Dee Dee betaalden daarvoor een te hoge persoonlijke prijs. Dat is ook de boodschap van het stripverhaal One, Two, Three, Four Ramones van Bruno Cadène, Xavier Bétacourt en Éric Cartier.

[Hierna wat spoilers.]

Lees verder “1-2-3-4 Ramones”

Driemaal Don Quichot

Je kunt de wereldliteratuur verdelen in ruwweg twee categorieën: (a) ridderromans en (b) andere romans. De tweede categorie gaat niet over ridders en is dus eigenlijk alleen interessant voor specialisten, terwijl in de eerste categorie de Quichot alle andere verhalen overbodig maakt. U hoeft in uw leven dus maar twee boeken te lezen: het eerste deel van de Quichot en het tweede.

Deze op zich overzichtelijke situatie wordt enigszins gecompliceerd door het feit dat talloze auteurs inspiratie hebben ontleend aan de avonturen van de weergaloze ridder van La Mancha. Aangezien een goed voorbeeld goed doet volgen, zijn de afgeleide kunstwerken doorgaans prima verteerbaar. Ik sprak al eens over Graham Greenes Monsignor Quixote, een van mijn lievelingsboeken. Vandaag drie stripverhalen.

Lees verder “Driemaal Don Quichot”

Jarig

guust

Zonder u  te willen beledigen: de kans is groot dat u straks, zoals honderdduizenden anderen, vanuit kantoor (waar u uw mooie jeugdjaren verprutst) naar huis gaat, daar dineert, dan de TV aanzet en vervolgens de hele avond blijft kijken in de hoop dat er iets wordt uitgezonden dat de moeite waard is. U kunt natuurlijk ook uw stapel Guust Flaters uit de kast halen en een avond onbedaarlijk lachen.

Vandaag is het zestig jaar geleden dat Guust Flater voor het eerst verscheen. Er is meer hier en daar.

Democratie

democracy

“Door de makers van Logicomix” staat er op het omslag van het stripverhaal Democratie, en die aanbeveling was genoeg om het mee te nemen. Het is niet onwaar: Alecos Papadatos tekent opnieuw, Annie Di Donna kleurt opnieuw. Wie van het oorspronkelijke team ontbreken zijn Apostolos Doxiadis en Christos Papadimitrou, die het brein vormden achter Logicomix en het tot een prachtig, terecht geprezen boek maakten. Tekenaar Papadatos werkt dit keer samen met Abraham Kawa en helaas pakt het, ondanks het boeiende thema, slecht uit.

Het verhaal zelf is boeiend genoeg. Aan de vooravond van de slag bij Marathon, waarin een Atheens leger een Perzische overmacht versloeg die de Atheense alleenheerser Hippias wilde terugbrengen, vertelt een zekere Leander het verhaal van het ontstaan van de democratie. Het voortbestaan daarvan is de inzet van het conflict met de Pers. Leander heeft meegemaakt hoe twintig jaar daarvoor de gedegenereerde heerschappij van Hippias ten einde was gekomen, deels door een Spartaanse ingreep, deels doordat de Atheense staatsman Kleisthenes (getekend als een blauwogige Demosthenes) had aangestuurd op een democratisch systeem.

Lees verder “Democratie”

Nou moe?!

guust_berlijn

Kijk, dat is nou leuk: Almere heeft een stripheldenbuurt. Er is een Lucky-Lukestraat, een Obelixstraat en een Willie-Wortelstraat. Enkele striptekenaars hebben een straatnaam gekregen – Marten Toonder heeft zelfs een laan én een pad naar zich vernoemd gekregen – en verder zijn er algemene namen zoals de Weg-van-het-beeldverhaal. Mijn favoriet is de Hendrik-IJzerbrootlaan en ik vind het geruststellend dat deze Vinexwijk een Familie-Doorzonstraat heeft. Zelfspot ontbreekt de Almeerse ambtenaren niet: er is een Dorknoperlaan. Hier vindt u het hele lijstje.

Uiteraard zal iedereen wel iets vinden dat zijns of haars inziens ontbreekt. Dat er geen straat is vernoemd naar de hoofdpersoon van Peter Pontiacs Kraut (een journalist die fout was in de Tweede Wereldoorlog) is alleen maar logisch, al had Pontiac zelf van mij wel een weggetje mogen hebben. Persoonlijk zou ik wel hebben willen wonen aan de Labradorstraat 26, persoonlijk zou ik het plein tegenover de openbare bibliotheek hebben vernoemd naar het tijdschrift Pep en voor De Generaal dacht ik persoonlijk aan een plantsoen met uitzicht op Fort Pampus. Allemaal persoonlijke meningen. Maar wat ik, om zo te zeggen, objectief erg vind: Guust Flater moet genoegen nemen met een bruggetje. Niemand in Almere, helemaal niemand, kan trots de post laten sturen naar een Flateradres.

Gretverdegretver.

Lees verder “Nou moe?!”

De Rode Ridder

[Tijd voor een bijdrage van een gastschrijver: Dirk Zwysen, een van degenen die wel eens op deze blog reageert, schreef een wat langer stukje over de manier waarop het Roelandslied doorklonk in stripverhalen.]

Als geschiedenisliefhebber, germanist van opleiding en onderwijzer van beroep (vijfde leerjaar, groep zeven ) volg ik vanuit het zonnige zuiden (Antwerpen) dit blog met veel plezier. Recent werd hier de vraag gesteld of de stereotypering uit het Roelandslied invloed had op de beeldvorming over moslims in middeleeuws Europa, waar zeer weinigen persoonlijk moslims kenden.

Ik besefte toen dat die hypothese ook op mij toegepast kon worden: als kind kende ik persoonlijk geen enkele moslim, maar ik had wel de strips van De Rode Ridder verslonden, waaronder album 54 – De kluizenaar van Ronceval (1972). Voor wie niet zo vertrouwd is met de Vlaamse stripwereld: De Rode Ridder is een reeks begonnen door Willy Vandersteen (de geestelijke vader van Suske en Wiske) over Johan, de Rode Ridder, een blonde held die het opneemt voor weduwen, wezen en rondborstige dames die niet noodzakelijk weduwe of wees zijn. De verhalen spelen zich af in gefingeerde en magische middeleeuwen, waarbij Johan zowel koning Arthur bijstaat als de Vikingen bestrijdt, deelneemt aan de kruistochten en in 1302 de Guldensporenslag beslist. Het hoofdpersonage is zeer losjes gebaseerd op de protagonist van de gelijknamige jeugdboeken van Leopold Vermeiren.

Lees verder “De Rode Ridder”

Cartoon

comedian

“Je klinkt bitter. Je bent een vreemde man, Blake. Je kijkt vreemd tegen het leven aan.”

“Vreemd? Kijk… als je eenmaal door hebt dat het allemaal één grote grap is, is de rol van komiek het enige wat betekenis heeft.”

“De afgebrande dorpen, de jongens met halssnoeren van mensenoren… is dat jouw idee van een grap?”

“Hé, ik heb nooit gezegd dat het leven een goede grap is! Ik speel alleen maar mee in de sketch.”

De cynische dialoog is afkomstig uit een van de beste stripverhalen aller tijden: Watchmen. Geschreven door Alan Moore en getekend door Dave Gibbons. De sprekers zijn twee superhelden, die door het leven gaan onder de namen “Doctor Manhattan” en Blake, ofwel “The Comedian”. Ze hebben ervoor gezorgd dat Amerika de Vietnamoorlog heeft gewonnen, maar hebben nogal uiteenlopende interpretaties van het leven: terwijl Manhattan mensen niet langer begrijpt, doet The Comedian het leven af als een grap.

Lees verder “Cartoon”

Apostata, gebundeld

Dit boek moet u dus lezen. Of beter: u moet ze alle drie de bundels lezen. Het stripalbum dat er onder ligt is trouwens ook alleszins de moeite waard.

Toen de Amerikaanse schrijver Gore Vidal een roman publiceerde over de Julianus die ook de held is van Ken Broeders’ reeks Apostata, constateerde hij dat de Romeinse keizer “in Europa altijd iets van een verborgen held is geweest”. De overwegend christelijke geschiedenis van het oude continent heeft inderdaad weinig ruimte gehad voor deze heerser, die tussen 361 en 363 als laatste heeft geprobeerd de cultus voor de oude goden te herstellen.

Dat wil niet zeggen dat het leven van de keizer slecht is gedocumenteerd. In tegendeel. Hij heeft zelf het een en ander geschreven, er is de fenomenale geschiedenis van de Romeinse officier Ammianus Marcellinus, er zijn toespraken van Julianus’ voor- en tegenstanders. Hij speelt een rol in drie kerkgeschiedenissen. Bovendien is de vierde eeuw, de laatste bloeitijd van het Romeinse Rijk, archeologisch heel redelijk gedocumenteerd. We kennen de landschappen waardoor Julianus reisde, we kennen zijn persoonlijke gedachten, we kennen de impact die hij had op zijn tijdgenoten.

Lees verder “Apostata, gebundeld”

Julianus de Afvallige

(klik=groot)

Het is vandaag op de kop af 1702 jaar geleden dat even ten noorden van Rome, bij de zogeheten Milvische Brug, twee legers op elkaar stuitten. De verdediger van de eeuwige stad was Maxentius, de aanvaller en overwinnaar is de geschiedenis ingegaan als Constantijn de Grote. Zijn zege maakte hem tot alleenheerser in het westelijke deel van het Romeinse Rijk, maar de legende heeft de betekenis van zijn zege nog vergroot: de keizer zou vlak voor de veldslag een visioen hebben gehad dat hij had uitgelegd als een oproep christen te worden.

Historisch klopt daarvan weinig, maar het is wel waar dat Constantijn het christendom begunstigde, zeker nadat hij ook de oostelijke, meer christelijke provincies had veroverd. Zijn zoons zetten het beleid voort en in 382, zeventig jaar na de veldslag bij de Milvische Brug, kwam een einde aan de subsidiëring van de heidense gebedsplaatsen.

Lees verder “Julianus de Afvallige”