De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (2)”

Toerist in Toledo

Aankomst in Toledo

Toledo, gelegen in het centrum van het Iberische Schiereiland, was in de Late Oudheid de hoofdstad van het Rijk van Toledo. Hier resideerden koningen die stamden uit een dynastie die ook wel Visigotisch wordt genoemd, wat nogal misleidend is omdat die naam een Germaans karakter suggereert dat deze vorsten totaal niet hadden. Ze waren in alle opzichten Romeins en de wetsoptekening van koning Recceswinth, het Liber Iudiciorum uit 654, is na het Byzantijnse Corpus Iuris de meest ambitieuze rechtscodificatie uit de Late Oudheid. Het Rijk van Toledo was simpelweg de post-Romeinse staat par excellence.

De stad bezit het bij mijn weten enige Visigotische museum ter wereld, en dat was één reden om er naartoe te gaan. Maar er was meer. De naam “Toledo” heeft een bijna magische klank, net zoals Venetië, Constantinopel, Damascus, Isfahan of Samarkand. In die plekken is ooit geschiedenis gemaakt en de echo’s klinken nog steeds door. Toledo als plaats van talloze laatantieke synodes, die vooruitwijzen naar de middeleeuwse standenvergaderingen. Toledo als centrale stad in de middelste grensmark van het Emiraat van Córdoba. De inname van Toledo in 1085 als keerpunt in de geschiedenis van het Iberische Schiereiland. Toledo als vertaalschool. Toledo als voornaamste bisdom in Spanje. En verder: Toledo als artistiek centrum, als plaats waar drie godsdiensten elkaar al dan niet harmonieus ontmoetten, en als locatie van beroemde romans (i.c., Het vijfde zegel van Simon Vestdijk).

Lees verder “Toerist in Toledo”

Het Rijk van Toledo (2)

Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.

De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (2)”

De Visigoten

Een altaarsteun uit Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Lees verder “De Visigoten”