Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Lees verder “Hunebed van de dag: D52 (Diever)”

Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)”

Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)

Hunebed D30 bij Exloo

Het op tweeëntwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D30, staat ook bekend als Exloo-Noord. In 1918, toen Albert van Giffen hier het eerste wetenschappelijk onderzoek verrichtte, was de dekheuvel er nog. De begrenzing is nog te herkennen aan de kransstenen.

Van de dekheuvel is vastgesteld dat die in twee fasen is aangebracht. De eerste fase stamt uit de tijd van de hunebedbouwers zelf, dus uit het Neolithicum. De tweede fase is uit de Bronstijd – meer precies ten tijde van de Wikkeldraadcultuur – en mogen we plaatsen tussen 2100 en 1800 v.Chr. Dat betekent, zoals zo vaak, dat deze plek in gebruik is gebleven na de bouw van het grafmonument. De mensen in de omgeving bleven er steeds teruggekomen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)”

Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)

De hunebedden D28 (vooraan) en D29

Ik zal niet snel zeggen dat dit of dat hunebed mijn enige favoriet is. Ook een kleine stapel zwerfkeien heeft charmes, zeker als je na een fietstochtje je bestemming vindt. Maar ik heb een zwak voor de hunebedden D28 en D29. Ze liggen in een klein bosje halverwege Borger en Buinen. Een foto die ik er van de bomen maakte – mooi zacht licht, een vermoeden van regen – dient op mijn computer als bureaublad.

Niet dat de hunebedden D28 en D29 zo speciaal zijn. Het bezoek was echter zo’n zeldzaam moment van harmonie. Alles klopte even. En dat is eigenlijk het grotere doel van mijn fietstochtjes: de landschappen van Drenthe zijn, als ik een cliché mag slaken en negeren dat ik vlakbij de N374 stond, vaak zo sereen dat je even weggetrokken bent uit het jachtige hier en nu. De hunebedden zelf zijn al even tijdloos. Anderen mogen houden van de gezellige drukte van een festival, maar ik zoek rust. (Ik bedenk ineens dat toen ik als dienstplichtige naar de kazerne moest, ik reisde in het goederencompartiment van de trein om niet te hoeven luisteren naar gesprekken.) Als ik werk zou kunnen vinden in Drenthe, zou ik de verhuizing serieus overwegen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)”

Hunebed van de dag: D27 (Borger)

Hunebed D27 naast het Hunebedcentrum in Borger

Het is niet vreemd dat hunebed D27 weleens aangeduid is geweest als “de onbesuisde steenhoop”. Het op vijfentwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland heeft namelijk een lengte van 22½ meter en een breedte van ruim vier meter. Dat maakt het het het grootste hunebed in eigen land. Een van de dekstenen weegt twintig ton. De bouwers van de hunebedden waren voor geen kleintje vervaard maar dit moet ook voor hen een joekel zijn geweest. Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Nederland, bracht in 1809 een bezoek aan dit monument.

De Groningse dichteres Titia Brongersma heeft het monument al in 1685 onderzocht. Na wat spitwerk vond ze mensenbotten. Daarover zouden we graag meer willen weten omdat skeletmateriaal in de Drentse bodem zeldzaam is. Later heeft Caspar Reuvens, als eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden ook de eerste wetenschappelijke archeoloog van Nederland, er nog eens een blik op geworpen. Het schijnt vast te staan dat er nog in de Bronstijd crematies in dit hunebed zijn bijgezet, dus ik neem aan dat er op enig moment urnen zijn opgegraven. Ik heb echter niet kunnen achterhalen wanneer dat is geweest, al vermeldt Hunebedden.nl de vondst van nog meer menselijk botmateriaal.

Lees verder “Hunebed van de dag: D27 (Borger)”

Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)

Hunebed D26 bij Drouwen

Het op zevenentwintig na noordelijkste hunebed in Nederland, uiteraard als we het nep-hunebed bij Gasselte niet meetellen, ligt te zuidwesten van Drouwen, ongeveer op dezelfde breedte als de hunebedden bij Bronneger: het groepje D22 en D21 en het drietal D23, D24 en D25. Je krijgt de indruk dat hier in de tijd van de hunebedbouwers een doorgaande weg was die vanuit Grolloo naar het oosten liep, in de richting van de monding van een beekje dat bij Bronneger van de Hondsrug neer kwam stromen.

Met een lengte van twaalf meter en een breedte van 3¾ meter is dit grafmonument middelmatig groot. De kransstenen zijn nog zichtbaar.

Lees verder “Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)”

Hunebedden van de dag: D22 en D21 (Bronneger)

Hunebed D21 bij Bronneger

Het vandaag te behandelen tweetal hunebedden oogt op het eerste gezicht even weinig interessant als het drietal waarover ik afgelopen dinsdag blogde. De twee groepjes liggen een boogscheut uit elkaar: in het oosten de hunebedden D23, D24 en D25 en in het westen de hunebedden D22 en D21. Iets ten zuidwesten van Bronneger, iets ten noorden van het Hunebedcentrum in Borger, iets ten zuiden van Drouwen.

Samen vormen ze een leuke wandeling. Begin in Drouwen, loop dan naar het tweetal waarover ik het vandaag heb en het drietal daarnaast, en eindig bij het Hunebedcentrum. Een kilometer of zes over prachtig open landschap. Loop terug langs hunebed D26, dat wat westelijker ligt. Dat ligt op bijna dezelfde breedte als de vijf hunebedden van Bronneger, wat suggereert dat hier ooit een west-oost-weg heeft gelegen richting Grolloo. Via de Drouwense tweeling D19 en D20 wandel je terug naar waar je bent begonnen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D22 en D21 (Bronneger)”

Hunebedden van de dag: D23 en D24 en D25 (Bronneger)

D23 en D24 en D25 liggen vlak bij elkaar bij Bronneger. Dit is D23.

Eigenlijk is het natuurlijk best bijzonder, drie hunebedden vlakbij elkaar: D23 en D24 en D25. Zeker als er even verderop nog eens twee liggen. Maar ik zal eerlijk zijn: het deed me niet zoveel toen ik er op een grijs en herfstig langs kwam fietsen. De hunebedbouwers maakten zich er dit keer met een Jantje van Leiden vanaf.

Hunebed D23 (de noordelijkste van het drietal) is zes meter lang en 2¾ meter breed. Hunebed D24 (het zuidwestelijkste) is iets langer en smaller: het meet 6¾ bij 2½ meter. Het derde grafmonument, D25, is het oostelijkste en grootste van het trio: het is 7½ meter lang en ruim 3½ meter breed. Dit hunebed is ook het beste bewaard. De twee andere zijn, zoals Herman Clerinx het verwoordt in Een paleis voor de doden, “niet veel meer dan wat losse keien”. Website Hunebedden.nl noemt het “twee zielige steenhoopjes”.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D23 en D24 en D25 (Bronneger)”

Hunebedden van de dag: D19 en D20 (Drouwen)

Hunebedden D20 en D19 bij Drouwen

De hunebedden van Drouwen staan ook bekend als de “Steenhopen”: een weinig verrassende naam voor twee verrassend mooie grafmonumenten. Ze liggen even ten westen van het dorp, tegen de bosrand, vlakbij een tunneltje onder de N34 Emmen–Eelde.

Tussen de hunebedden en Drouwen ligt, als een open plek in het bos, een oud meertje. Dat zien we wel vaker bij zo’n prehistorisch graf.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D19 en D20 (Drouwen)”

Nep-hunebed van de dag: Gasselte

De heuvel bij Gasselte waarin geen hunebed was

Het is alweer tien maanden geleden dat ik schreef over het nep-hunebed van Gasselte. Het gaat om een achter dorpshuis De Trefkoel gelegen heuvel, waarin zich volgens mensen die zich voor amateurarcheologen uitgaven, een prehistorisch graf zou bevinden. Hun “ontdekking” mag in deze reeks niet ontbreken, want er zijn nogal wat rare dingen aan de hand.

Om te beginnen: vanaf het allerbeginste begin was zonneklaar dat wat er ook in de heuvel mocht zitten, er met geen mogelijkheid een hunebed kon zijn. Eén reden daarvoor is dat er nergens in de buurt ooit ook maar iets is gevonden dat aan de Trechterbekercultuur viel toe te schrijven. Een andere reden is dat de bodem ongeschikt is.

Lees verder “Nep-hunebed van de dag: Gasselte”