Reinerus Neuhusius (2)

[Op 12 december 2014 publiceerden S. Sybrandy en P. van Tuinen het boek Geldzucht en godsvrucht. Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679). Historicus Wiebe Bergsma sprak bij die gelegenheid. Het eerste deel las u hier.]

Reinerus Neuhusius was de zoon van een rector van de Latijnse school in Leeuwarden. De familie kwam oorspronkelijk uit het Duitse Steinfort. Reinier studeerde in Franeker, was gouverneur van drie geprivilegieerde Friezen tijdens hun studiereis door Engeland en Frankrijk, werd rector van de Latijnse school in Harlingen en vervolgens werd hij in 1638 in eenzelfde functie benoemd in Alkmaar. Hij publiceerde tal van boeken en had als nevenfunctie het bestieren van een kostschool die van heinde en ver meestal gereformeerde jongens – vrouwen speelden amper een rol in het onderwijs – uit gegoede adellijke Friese families aantrok.

Lees verder “Reinerus Neuhusius (2)”

Reinerus Neuhusius (1)

[Op 12 december 2014 publiceerden S. Sybrandy en P. van Tuinen het boek Geldzucht en godsvrucht. Bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679). Historicus Wiebe Bergsma sprak bij die gelegenheid.]

Een bestuurder van een denkbeeldige Nederlandse universiteit – zeg Harvard aan de Amstel of Yale aan de Maas – die deze boekpresentatie zou bijwonen zou zich voelen als een nudist in een Victorianen-kolonie of als een Portugese zeevaarder die voor het eerst een Braziliaanse Indianenstam ontmoet. Universitaire bestuurders immers zijn gewend om op Olympische hoogte in onberispelijk Oxford Engels te palaveren over het toponderzoek en het excellente onderwijs van hun eigen universiteit. Vanmiddag worden geen ‘big data’, geen onderzoeksstrategieën onder leiding van de farmaceutische industrie over gezond oud worden of een definitieve bijdrage aan de ontrafeling van het wereldraadsel gepresenteerd. De inmiddels bejaarde oud-hoogleraar van de Vrije Universiteit Willem Frijhoff krijgt van twee Friese pensionado’s/classici een klein boekje, dat niet meer dan achtentwintig uit het Latijn vertaalde brieven bevat van een Friese rector in Harlingen en Alkmaar in de Gouden Eeuw.

Lees verder “Reinerus Neuhusius (1)”

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk”

Michiel de Rover

Michiel de Ruyter (Zeeuws Museum, Middelburg)

En hup, daar draait de historische mallemolen weer: dit keer dankzij de actiegroep “Michiel de Rover”, die protesteert tegen de speelfilm over Michiel de Ruyter, waarin een “koloniale zeeschurk” zou worden verheerlijkt. Het probleem is natuurlijk dat de admiraal bij vriend én vijand – voor één keer is het cliché terecht – bekendstond als een nette kerel. “The good enemy”, zoals de Engelsen hem noemden. En zij konden het weten. Een zeeschurk was hij niet.

Koloniaal dan? De Ruyter heeft niet uitzonderlijk veel met slavenhandel van doen gehad. Eigenlijk vooral indirect, zoals iedereen in het zeventiende-eeuwse Holland. De actiegroep vindt echter dat daaraan aandacht had moeten worden besteed. “Onze geschiedenis wordt daar niet in verteld, over slavernij wordt niet gepraat,” zo klaagt een van de actievoerders.

Lees verder “Michiel de Rover”

Licht in de duisternis

Het was nog lang onrustig in de Utrechtse binnenstad, op 8 december 1641. Een academisch debat over de leer van René Descartes, die destijds in De Republiek woonde, was totaal uit de hand gelopen, met scheld- en schreeuwpartijen en verhitte discussies na afloop. De introductie van de nieuwe filosofie, waarin een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de materie en de geest, was niet onopgemerkt verlopen.

Descartes is bekend gebleven. Ik fiets elke dag langs zijn standbeeld. De naam van zijn tegenstander, Gijsbert Voet (‘Voetius’ in zijn Latijnse publicaties), zal vermoedelijk alleen in gereformeerde kringen nog een belletje doen rinkelen – een standbeeld heeft hij bij mijn weten nooit gekregen. Die vergetelheid is niet helemaal terecht, want Voet had ten minste één rake tegenwerping: als de mens zou bestaan uit materie en geest, hoe grepen die dan in elkaar? Hoe kon onze geest, die materieloos zou zijn, de indrukken van onze zintuigen, die wél behoorden tot de materie, verwerken? Hoe kon onze materieloze geest instructies geven aan onze ledematen?

Lees verder “Licht in de duisternis”

Grafschrift te Grootebroek

Een zeventiende-eeuwse aanspreker

De Oude Kerk van Grooteboek heeft een toren die zo’n drie meter uit het lood staat, en een prachtig interieur. Onder de kansel zag ik een mooie oude grafsteen met het volgende grafschrift van een voorname heer, wiens naam ik ontcijferde als M. Meinders Cools:

Al die hier op my treden,
Die spieglen sich aan my.
Al leg ick hier beneden,
Ick heb geweest als gy.
Dat gy nu syt, was ick voordien;
Dat ick nu ben, sult gy oyt wesen.

Lees verder “Grafschrift te Grootebroek”

De gevelstenen van Amsterdam

Ik ben al jaren gefascineerd door de Amsterdamse gevelstenen: kleine kunstwerkjes die zelden de handboeken kunstgeschiedenis halen (net zoals Italiaanse kerststalletjes), maar minstens zo mooi zijn als de oude meesters uit het Rijksmuseum. Neem het gevelsteentje hiernaast van de Emmaüsgangers. De kunstenaar heeft echt zijn best gedaan de sfeer van het Nabije Oosten op te roepen… door er een moskee bij af te beelden.

Kapitalisme

Een zestiende-eeuwse munt als gevelsteen (Zandhoek 14, Amsterdam)

In de Middeleeuwen gold het maken van winst als zondig. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen is dat iemand die bijvoorbeeld een brood over heeft, aan een hongerende voor dat brood geld vraagt. (Vandaar dat de kerk leerde dat het armen was toegestaan brood te stelen.) Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een berucht filosofisch probleem.

De grote reformator Johannes Calvijn (1509-1564) negeerde het in zijn moraaltheologische geschriften: hij ging er niet van uit dat handel gerechtvaardigd moest worden, maar zocht naar wegen om de schadelijke effecten te beperken. Dit maakte de weg vrij voor het kapitalisme. Toen het Calvinisme tegen het einde van de zestiende eeuw voet aan de grond kreeg in de Lage Landen, ontstond daar de eerste zuiver kapitalistische economie.

Lees verder “Kapitalisme”