Opnieuw: de bevroren Rijn

Zum Rhein, zum Rhein, zum deutschen Rhein.

Vorig jaar blogde ik op oudejaarsdag over een bekend onzinverhaal, namelijk dat op 31 december 406 de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen de bevroren Rijn zouden zijn overgestoken. Die oversteek heeft plaatsgevonden, dat staat vast. Ook lijdt het weinig twijfel dat dit het begin van het einde is geweest van Romeins Gallië. Alleen, dat de Rijn bevroren is geweest, dat is dus nergens te vinden in de antieke bronnen. Een (gelukkig onschuldig) staaltje nepnieuws van de soort waar de oudheidkunde al jaren mee kampt.

Waar komt zo’n verhaal, dat u zó kunt vinden op het internet of in Fik Meijers Macht zonder grenzen, [NOOT] nou vandaan? In mijn vorige stukje schreef ik dat ik vermoedde dat de achttiende-eeuwse oudhistoricus Edward Gibbon, de auteur van Decline and Fall of the Roman Empire, degene was die het misverstand de wereld in had geholpen. Die wordt namelijk nogal vaak kritiekloos overgeschreven. Achttiende-eeuwse wetenschappers kun je immers gewoon geloven, aangezien er de afgelopen twee-en-een-halve eeuw niets is toegevoegd aan de wetenschap. Maar waar heeft Gibbon het vandaan?

Ik opperde destijds dat hij het had gevonden bij de derde-eeuwse auteur Herodianus. In de nieuwe vertaling van Vincent Hunink zijn de Donau en de Rijn in de zomer

bevaarbaar door hun diepte en breedte, maar ’s winters bevriezen ze door de kou en kan men er te paard overheen rijden als over vaste grond. Wat eerst een waterstroom was wordt zelfs zo hard en stevig dat die meer aankan dan paardenhoeven en mensenvoeten. Mensen die water willen putten nemen dan geen kruiken mee of lege kommen, maar bijlen en pikhouwelen. Daarmee hakken ze dan stukken water uit en dragen die zonder iets eromheen mee, zoals stenen. (Herodianus, Geschiedenis van het keizerrijk sinds Marcus 6.7.6-7.)

Dat is een mooie bron voor Gibbons misverstand, maar het blijft toch wat problematisch. Herodianus was namelijk een van Gibbons bronnen in de hoofdstukken vier tot en met zeven van Decline and Fall, die zijn gepubliceerd in 1776. De passage over de bevroren Rijn zit echter in hoofdstuk dertig, dat vijf jaar later werd gepubliceerd. Eigenlijk had ik gehoopt een tekst te vinden die bij het schrijven van hoofdstuk dertig nog tot Gibbons recente lectuur had behoord.

Misschien heb ik die gevonden in de Panegyrici Latini, een verzameling redevoeringen uit de jaren 289-389. In één ervan haalt de spreker herinneringen op aan enkele Romeinse overwinningen op de Alamannen:

Wat zou ik nog gewag maken van de zege bij Langres, met die bijzondere glans vanwege een verwonding van de keizer hoogstpersoonlijk? Of van de vlakten van Windisch, bezaaid met neergemaaide vijanden en nog immer onder botten bedekt? Of van  de onafzienbare horden afkomstig uit diverse Germaanse stammen, die zich hadden laten verleiden door de bevroren Rijn? Te voet waagden zij de oversteek naar een eiland tussen twee armen van de rivier, maar plotseling invallende dooi bracht hen daar in de knel: ze werden onmiddellijk door schepen belaagd, belegerd, gedwongen tot overgave. (Panegyrici Latini (VI(7).6.4; vertaling Vincent Hunink)

Er zijn meer passages in de antieke literatuur die een bevroren Rijn vermelden. Gibbon kan het overal hebben aangetroffen, maar de hierboven geciteerde toespraak ligt – voor zover ik nu overzie – in tijd het dichtst bij zijn dertigste hoofdstuk. In elk geval heeft hij het niet gevonden in een bron die betrekking heeft op de eigenlijke gebeurtenis.

***

Meer over de bevroren Rijn vindt u overigens op de blog van Arno ’t Hoog, die me erop wees dat de rivier in vroeger tijden vaker dichtvroor dan in de twintigste eeuw. En ik zou de passage uit de Panegyrici Latini niet hebben gevonden als ik niet bezig was geweest met een boekje over het visioen van Constantijn de Grote. Daarover leest u hier meer en u bestelt het alvast daar.

***

Verhip: de over de Late Oudheid meestal heel goed geïnformeerde Robert Vermaat heeft vorig jaar al op deze passage gewezen. Ik herinnerde me van die reactie wel de aangesneden dateringskwestie, niet dat hij ook de Panegyrici Latini vermeldde.

***

Naschrift, 5 januari 2018

Ik maakte een fout: Fik Meijer vermeldde die bevroren Rijn niet. Meer hier.

31 gedachtes over “Opnieuw: de bevroren Rijn

    1. Is dat echt zo?!

      Ik waardeer Robert Vermaat buitengewoon en zou me generen als ik een van zijn meestal zeer verstandige reacties destijds niet voldoende heb herkend. Wat overigens makkelijk kan gebeuren met de vele reacties die hier langs komen. Ik modereer immers nauwelijks.

      1. Dick

        Is het nu het ontbreken van het bewijs of de in je ogen geloofwaardigheid van de vermelding. Als er stond dat het regende was je fantoom zo up set over het bewijs ?

        1. Het is heel simpel. De kans dat iemand de rivier oversteekt op een bepaalde datum is altijd groter dan de kans dat iemand op een bepaalde datum én er ijs ligt. Dat betekent dus dat als je alleen weet dat mensen de rivier zijn overgestoken, je niet moet beginnen over ijs. Tenzij het in de bronnen staat. De precisering is niet te onderbouwen en dus overbodig.

          Er staat ook niks op het spel. Je kunt het gewoon goed doen. Daarom is het raar dat we al ruim twee eeuwen Gibbon overschrijven.

  1. Kees

    Ik herinner me de dichtgevroren Waal in 1946-1947 nog duidelijk. Als klein jochie liep ik aan de hand van mijn oom vanaf de uiterwaarden in het dorp waar ik woonde (westelijk van Nijmegen) het ijs over. De ijsschotsen waren – in mijn herinnering – werkelijk manshoog. Er was nauwelijks een vlak stukje om op te lopen, het uitgehakte pad waarover we naar de overkant liepen, lag er ‘schots en scheef’ bij, zodat je met moeite overeind bleef en toch nog uitgleed. Het was de koudste winter sinds mensenheugenis, 71 jaar geleden.

  2. Een interessante blog heb je geschreven maar je hinkt op 2 gedachten volgens mij.
    Zoals je het brengt denkt een argeloze lezer denkt: zie zo, weer een stukje nepnieuws uit de wereld geholpen.
    Door de doorverwijzing echter aan het eind naar de blog van Arno ’t Hoog ontkracht je in feite je hele betoog. Want ’t Hoog toont effectief aan dat het heel plausibel is dat Vandalen en Alanen over de bevroren Rijn hebben kunnen trekken. Dit wordt nog eens ondersteund door de reacties van Vuurklip, Vermaat en Cox op je blog van een jaar geleden.

      1. Gherardus Havingha

        Geschiedenis is wat er gebeurd is, je bedoelt hierboven “geschiedeniswetenschap”.
        En wat in historische documenten staat hoeft juist weer niet altijd “geschied” te zijn.

      2. henktjong

        Poeh, dat is een moeilijke! Kijk je ook naar wat jij gewild had wat er had moeten gebeuren? Of wat er gebeurd zou zijn als alles (of iets) anders gelopen was?

    1. Robbert

      Ik begrijp het handhaven van het “nepnieuws” van de bevroren Rijn ook niet na het lezen van Arno ’t Hoog. Zijn plaatjes van een deel van de ongekanaliseerde Rijn met allerlei (ongetwijfeld langzaam stromende) parallelrivieren vind ik illustratief. Bij de Donau zal het niet anders geweest zijn. Het onzinverhaal (van Herodianus etc.) geen onzin dus.

    2. mnb0

      JL had het met zoveel woorden kunnen zeggen, maar mij lijkt de juiste conclusie vrij simpel. We weten niet of de Rijn op 31-12-406 bevroren was of niet en we kunnen er ook niets zinnigs over zeggen, behalve dan dat het had kunnen vriezen en het had kunnen dooien. Zoals een beroemd filosoof ooit zij: waar we niets zinnigs over kunnen zeggen kunnen we beter onze mondjes over dicht houden.

  3. roepers

    Maar hoe weet je zo zeker dat het verhaal van de bevroren Rijn niet waar is. Je hebt nu toch wel wat bronnen uit die tijd gevonden die invallen en een bevroren Rijn vermelden. Het is idd niet duidelijk dat het deze inval betreft en of de schrijvers wel zo precies op de hoogte waren van de situatie rond de Rijn, maar ik zou niet durven schrijven dat het zeker is dat het niet waar is.

    1. Hoe weten we of iets niet gebeurd is? Dat kunnen we niet weten als niemand erover geschreven heeft, omdat je een negatief nu eenmaal niet kunt bewijzen.

      Hoe weten we of het al of niet aannemelijk as dat de Germaanse stammen een bevroren rivier overstaken of niet? Omdat we weten wáár ze dat deden, namelijk bij de stad Mogontiacum (Mainz), alwaar een flinke brug over de Rijn lag. De inval begon met de verovering van de stad. We weten dit omdat iemand dit opgeschreven heeft (Hieronymus, Epistle 123.16). Natuurlijk is dit geen keihard bewijs maar aanvullende informatie voor twijfelaars.

      1. Rudmer Koopal

        Dank voor deze inbreng Robert, je bent me net voor. Duitse historici hebben meer dan 10 jaar geleden dit geopperd en de bevroren Rijntheorie naar de prullenbak verwezen. Er zijn, ondanks Hiëronymus verslag van de verovering/ plundering van Mogontiacum, weliswaar geen brandsporen aangetroffen uit die periode in Mainz, maar dat ondersteund juist de theorie dat de brug gebruikt is die pal aan de vicus lag.
        Het idee is ook dat een kleine voorhoede de stad heeft ingenomen, al dan niet via de brug, en een veel grotere groep later via de brug is gevolgd in verschillende etappes. In Mogontiacum waren op dat moment niet veel legionairs aanwezig aangezien de meeste achter Alarik en de West-Gothen waren aan gestuurd. De Vandalen zwierven al en tijdje langs de Donau/limes op zoek naar een geschikte overgang en hadden in de gaten dat bij Mainz een nauwelijks bewaakte brug lag. Het idee dat naast mannen ook vrouwen, kinderen, ouderen (volgens schattingen 20-30.000 personen) en vee over het ijs of met bootjes oversteken in één nacht is logistiek al twijfelachtig . Laat staan als je weet dat er een vrij onbewaakte brug ligt.

  4. Gherardus Havingha

    Nonissue: Als men de Rijn over wilde steken was dat toch altijd wel gelukt, òf over ijs, òf gewoon met boten?

    1. Precies, het is een onderwerp van niets. Daarom is het zo raar dat zo’n fictief detail, dat op zijn best is gebaseerd op een aanname, steeds wordt herhaald. Pas als we statistieken hebben voor antieke winters, kun je de aanname onderbouwen. Tot dat moment weet je domweg niet op welke manier de rivier is overgestoken.

  5. jan kroeze

    Ik moet een jaar of 5 zijn geweest, ergens halverwege de jaren 50, dat het Twentekanaal was dichtgevroren. Ik weet herinneringen zijn vaak volkomen onbetrouwbaar (lees ook daarover bv. Mercelbach!) maar ik heb op dat ijs gelopen. een byzondere ervaring. Dat kanaal stroomde niet zoals een rivier dat doet, maar kan iemand weten wat er voor nodig is (ja,koudebv.) voor zoiets als een Rijn zou kunnen bevriezen?

  6. jacob krekel

    Misschien via dendrochronologie of anders door analyse van ijskernen is vast wel na te gaan of 406 koud genoeg was voor een bevroren Rijn. Er is enige apriori plausibiliteit dat mensen eerder in beweging komen bij ontberingen dan als ze het goed hebben (in de tijd dat vakanties nog niet bestonden), dus dat zou op zich al wijzen op een uitzonderlijk koud jaar.
    Wat niet wegneemt dat de speurtocht naar waar GIbbon zijn bewering op stoelde, boeiend is.

    1. Dendro en de bestudering van ijsringen zijn momenteel te grofmazig. Wat je wil hebben is zoiets als de astronomische dagboeken uit Babylon, maar die zijn er niet voor de Romeinse tijd en als ze er al waren, hebben ze geen betrekking op de Rijn…

  7. Ben Spaans

    Tientallen reacties over iets wat niet onderbouwd is maar ook weer niet is uit te sluiten…Allemaal de beste wensen voor 2018.

  8. “Waar komt zo’n verhaal, dat u zó kunt vinden op het internet of in Fik Meijers Macht zonder grenzen, nou vandaan?”

    Waar schrijft Fik Meijer dat dan? In de vierde druk uit 2006 schrijft hij op p. 347 dat in de winter van 406-407 Germaanse stammen in golven de Rijn overtrokken. Nergens staat dat die volgens Meijer bevroren was. Opmerkelijk is dat ik in je recensie van Macht zonder grenzen ook nergens iets over een bevroren Rijn en een bewering van Meijer daarover lees.

Reacties zijn gesloten.