De dood van de messias (2)

De bruiloft in Kana

Je kunt een boom opzetten over de vraag of “het” Jodendom heeft bestaan. Er lijkt namelijk niet één thema te zijn geweest waarover de Joden het eens waren. Wat hield het nu precies in dat ze het “uitverkoren volk” waren? Welke Bijbelboeken waren canoniek? Moest je die normatieve teksten letterlijk nemen of waren er andere leesstrategieën? Was er leven na de dood? Allemaal vragen waarover de toenmalige schriftgeleerden discussieerden. Het is niet vreemd dat er boeken zijn met in de titel het meervoud “Judaisms”.

Mij lijkt de aanname dat er Jodendommen zijn geweest, wat overdreven. De Joden mochten het dan oneens zijn over de omvang van de canon, ze waren het erover eens dát God zich liet kennen via een boek, een ongebruikelijk idee. Dat een volk uitverkoren was, dat was ook al zoiets: Joden konden het erover oneens zijn wat die uitverkiezing inhield, maar ze wisten dát ze bij God een streepje voor hadden. Niettemin: de verdeeldheid was een gegeven en als Jezus de stichter was van een religieuze stroming, heeft hij aan deze discussies deelgenomen. Ik stipte gisteren enkele van zijn opvattingen aan.

We weten niet goed hoeveel stromingen er zijn geweest. Flavius Josephus meent dat er drie authentiek-Joodse groepen waren: de farizeeën, de sadduceeën, de essenen. Die presenteert hij zó dat ze op Griekse filosofische scholen lijken en hij zet ze bovendien tegenover een vierde groep, de sicariërs, die aan het Jodendom vreemd zou zijn én verantwoordelijk was voor het einde van de tempelcultus. Dit sjabloon is echter veel te simpel. De Dode Zee-rollen documenteren een veelvoud aan opvattingen en het is beter aan Josephus’ schema niet teveel aandacht te besteden.

Hoewel er meer dan drie of vier stromingen zijn geweest, hadden ze dingen gemeen. Eén daarvan is het belang van bijeenkomsten om samen te eten. Het is een logisch gevolg van de spijswetten: als een stroming zich afbakende door middel van haar opvattingen over koosjer eten, zullen de aanhangers van die stroming ook wel een gedeelde keuken hebben gehad waar die eigen regels werden nageleefd.

Over Jezus’ opvattingen over de spijswetten hebben we conflicterende informatie. Enerzijds is er een passage in het Marcusevangelie (Mc 7.19b) die lijkt aan te geven dat Jezus alle voedsel als rein beschouwde, anderzijds lijken Matteüs en Lukas, die deze passage ook hebben, er niet van op de hoogte te zijn geweest. Ook Petrus en Paulus, die elkaar over het koosjere eten in de haren vlogen, lijken niet te hebben geweten dat Marcus’ Jezus de spijswetten had afgeschaft. Ik zou hier graag meer over willen weten. Die maaltijden, waar de reinheids- en spijswetten zo’n belangrijke rol speelden, zijn cruciaal om Jezus als Jood te begrijpen. (Het plaatje hierboven, houtsnijwerk van George Bandele, toont de bruiloft in Kana, met de stenen kruiken waarin ritueel rein water werd bewaard.)

Een andere overeenkomst tussen de diverse stromingen lijkt te zijn geweest dat het leiderschap was voorbehouden aan één familie. Bij één groep farizeeën was dit de familie van Gamaliël en het staat vast dat deze familie ook een rol speelde in de transformatie van het farizeïsme naar het rabbijnse Jodendom. We kunnen het leiderschap van de sicariërs vier of vijf generaties lang volgen in de familie van een zekere Judas de Galileeër. Binnen de door Jezus gestichte stroming zou het leiderschap overgaan naar zijn broer Jacobus. De kerkhistoricus Eusebios noemt nog enkele afstammelingen van Jezus’ broers waarover ik graag zou meer zou willen weten: één bron is geen bron maar het is tegelijk informatie die Eusebios, die geobsedeerd is door de zuivere christelijke leer die van bisschop op bisschop werd doorgegeven, slecht uitkomt. Familieleden van de stichter waren immers geen bisschoppen, maar blijkbaar was dit informatie die de kerkhistoricus ook niet kon onderdrukken.

Een Joodse religieuze leider kon behoorlijk wat mensen op de been brengen. Een onbekende Egyptische Jood kwam naar Jeruzalem met 30.000 man – als we Josephus op dit punt mogen geloven. Dat mogen we vermoedelijk niet, maar de schrik zat er in elk geval goed in. Om de revoltes van een Theudas en een samaritaanse profeet de kop in te drukken, moest de gouverneur van Judaea het leger inzetten. Voor de door Jezus gestichte beweging kennen we twee cijfers: er was een kerngroep die “De Twaalf” werd genoemd en er waren niet minder dan zeventig of tweeënzeventig apostelen. Dit duidt op een grote organisatie.

Alle reden dus voor de hogepriester en de gouverneur om Jezus met argusogen te volgen. De rel die Jezus op het tempelplein stichtte door uit te varen tegen de geldwisselaars, was voldoende om te concluderen dat deze man een bedreiging vormde voor de orde en veiligheid. Het valt niet langer te achterhalen wat er precies is gebeurd in de periode tussen Jezus’ triomfantelijke intocht (“palmzondag”) en zijn arrestatie enkele dagen later (“witte donderdag”), maar in elk geval heeft Jezus die donderdagavond een laatste maaltijd gehouden met zijn volgelingen.

Waren het er veel of weinig? At men volgens de spijsregels? Welke dan? Was het leiderschap van iemand met een prijs op zijn hoofd omstreden? Wist Jezus dat hij inmiddels was verraden door één van De Twaalf? Allemaal onbeantwoordbare vragen. Feit is dat nog die avond soldaten Jezus arresteerden en dat hij nog geen twintig uur later op de meest smadelijke wijze zou zijn geëxecuteerd.

[Wordt vervolgd]

33 gedachtes over “De dood van de messias (2)

  1. Manfred

    Om een opvallende verschijning als de oproerkraaier Jezus te vinden in het kleine Jeruzalem zal geen verrader nodig zijn geweest. Die zal wel nodig zijn geweest om te vertellen waar en wanneer Jezus onbeschermd zou zijn. Dat is alleen van belang als het goed georganiseerde gewapende gezag die bescherming vreesde. En dat is alleen voorstelbaar als het om een fors aantal volgelingen ging.

    1. Dirk

      Of als de situatie (paasfeest, drukte in Jeruzalem) zodanig was dat ook kleine brandjes vermeden moesten worden. Ik denk aan voetbalhooligans die door de politie aangesproken worden als ze uit de menigte zijn. De grote groep kent de verdachte niet, maar het ingrijpen van de politie is voldoende om de vlam in de pan te laten slaan.

  2. Ab R.C. Dabra

    Ik heb pas geleden het boekje ‘Jesus the Magician’ gelezen. (Heruitgave van een boekje uit 1978 van Morton Smith phd, met een voorwoord van Bart D. Ehrman.) Daarin wordt met zoveel woorden gesteld dat Jezus in zijn tijd in de eerste plaats werd gezien en populariteit genoot als een soort wonder-genezer, een soort Jomanda dus. Er was geen gezondheidszorg zoals wij hem kennen en vooral voor armen waren de artsen die er wel waren veel te duur. En er heersten vroeger natuurlijk veel meer ziekten dan tegenwoordig; wij kunnen ontzettend veel ziekten die voor hen vaak heel dramatisch waren, genezen. Vandaar dat hele horden armen toevlucht zochten tot wondergenezers waaronder Jezus. Jezus als ‘theoloog’-prediker speelde volgens de schrijver van dit boekje in zijn tijd een zeer ondergeschikte rol. Hij reageerde zoals in dit blog eigenlijk ook gesteld wordt, in de eerste plaats op aantijgingen van farizeeërs maar voor de rest stelt hij zich niet echt structureel op als een ‘theoloog’.
    En dat valt me toch elke keer weer op in analyses van wie Jezus was en wat hij verkondigde: er wordt heel vaak niet echt objectief naar de persoon gekeken (als hij al ooit echt bestaan heeft) maar toch weer steeds als een soort ‘Zoon van God’ – whatever that may be – die ‘wij’ ervan gemaakt hebben…..

    1. mnb0

      “(als hij al ooit echt bestaan heeft)”
      Dat vind ik nou pas echt het achterlijke van Jezusmythologie. In die regio en in die tijd wemelde het van de Messias-claimanten; JL heeft een lijstje aangelegd dat vast incompleet is. Waarom moet nou net die ene uit de duim gezogen zijn?
      JMs zijn ongelovigen die van Jezus een heel bijzonder geval maken. Wellicht daarom zijn ze door dat warhoofd geobsedeerd – terwijl hij waarschijnlijk maar weinig verantwoordelijkheid draagt voor de inhoud van de nieuwe geloofsrichting. Paulus de hallucinerende bekeerling heeft een veel sterker stempel gedrukt.

      1. Ab R.C. Dabra

        Je draait een beetje om de hete brei heen: de kwestie die dit boekje aankaart is dat we feitelijk Jezus niet los kunnen zien van alle wonderen die hij verricht. Maar dat zou hem een soort Jomanda maken. Maar we zien Jomanda als een oplichtster. Ergo: Jezus zou ook een soort oplichter zijn. Tenzij je ‘gelooft’ (!!!) dat zijn wonderen van een andere (hogere!?!) orde zijn.
        Maar met het negeren van alle ‘wonderen’ scheppen we feitelijk een Jezus die nooit bestaan heeft.
        En dat noemen we gewoon geschiedvervalsing!

        1. Beste Ab RC Dabra, Wie negeert die wonderen eigenlijk? Vrijwel alle historische-Jezusboeken die ik ken accepteren gewoon dat Jezus optrad als exorcist en genezer.

        2. Wat wij wonderen noemen, zijn normale dingen in de wijze waarop de mensen in de Oudheid schreven. Men wist niet wat mogelijk was en wat niet; men had weinig informatie, dus verificatie was sowieso lastig. Iedereen geloofde in wonderen en vertelde de verhalen door.

          Als je alles waar een wonder over wordt verteld, schrapt omdat het niet heeft bestaan, verdwijnt ook bijvoorbeeld keizer Vespasianus (die blinden deed zien en lammen deed lopen) en keizer Marcus Aurelius (regenmaker). Ik noem maar wat.

          De afgelopen twee eeuwen is een hoop onderzoek gedaan om voorbij de bronnen te zien naar wat feit en fictie is. Ik zou geen twee eeuwen wetenschappelijk onderzoek negeren.

          1. Ab R.C. Dabra

            Maar dan moet de vraag zijn: hoe zag Jezus zichzelf? Met andere woorden: denkt ‘de hedendaagse wetenschap’ dat Jezus zich inderdaad bezig hield met allerlei vormen van wondergenezingen? Of zijn ALLE wonderen er later door de schrijvers met de neus bijgehaald? Was Jezus dus zelf in de WAAN dat hij wonderen verrichte of niet? En zo ja… Dan kunnen we Jezus toch niet meer aux sérieus nemen? Dan was hij toch gewoon een beetje – om maar even een krachtterm te gebruiken – een mafketel? Een doorgeschoten hippie so to speak?
            En als dat allemaal latere toevoegingen zijn van schrijvers aan de enige, echte, ware Jezus, in welke mate kunnen we dan de rest van wat zij schrijven nog serieus nemen?

            1. Beste Ab,
              Aangezien de bronnen die wij kennen voornamelijk van tijdgenoten (of kort daarna) zijn, zie ik geen enkele mogelijkheid om Jezus (a) als ‘Jomanda’ te zien, of (b) te weten hoe hij zichzelf zag. We kunnen alleen weten hoe zijn volgelingen hem zagen.
              Ook snap ik totaal niet hoe je komt tot een afwijzing van het traditionele beeld (dat je kenschetst met ”wat wij ervan gemaakt hebben’) ten gunste van een beeld van ‘Jomanda/wonderdokter’. Dat beeld is namelijk alleen tot stand te brengen als je de oudste bronnen volkomen negeert en alleen op veel latere verhalen af gaat die zonder enig bewijs zijn en alleen een paar details uit de Bijbelverhalen halen. Kun je natuurlijk doen, maar geef dat dan tenminste toe.

  3. A. Harmens

    Misschien is het aardig om te vermelden dat juist het brood van het laatste avondmaal een van de grote geschilpunten is tussen Katholieken en (Oosters-)Orthodoxen, omdat, wat de chronologie van de kruisdood betreft, het Johannes Evangelie afwijkt van de synoptische Evangeliën.

  4. Gherardus Havingha

    “Dat een volk uitverkoren was, dat was ook al zoiets: Joden konden het erover oneens zijn wat die uitverkiezing inhield, maar ze wisten dát ze bij God een streepje voor hadden.”

    Dat dáchten ze te weten…

  5. Ik wil nog graag even terugkomen op je opmerking over de zin die in deel 1 van deze serie ter sprake kwam.

    [… Het Latijn is: God is voor een sterveling een sterveling te helpen (deus est mortali iuvare mortalem). Hetzelfde sentiment maar het staat er toch anders. Ik verbeter de tekst. Ik vind het overigens geen onbegrijpelijk Nederlands. ..]

    Op zichzelf klopt dat en het is ook te begrijpen, maar een vlottere vertaling zou volgens mij zijn: een sterveling die een (andere) sterveling helpt is (zoals) God.
    Die aci is duidelijk, maar est letterlijk vertalen lijkt mij niet echt juist te zijn.
    Je zou hier een christelijke gedachte (naastenliefde) kunnen in lezen en die zit er misschien ook in, maar de vraag is of Plinius maior ooit in aanraking geweest is met het christendom, gezien de periode waarin hij leefde. Zijn neef Plinius minor wel, zie zijn brief aan Trajanus.

    Op Wikipedia vond ik het volgende:
    The ideal of humanitas was first brought to Rome by the philosophic circle around Scipio and further developed by Cicero. For Cicero, humanitas was a style of thought, not a formal doctrine. It asserted man’s importance as a cultivated being, in control of his moral universe. The man who practiced humanitas was confident of his worth, courteous to others, decent in his social conduct, and active in his political role. He was a man, moreover, who faced life with courageous skepticism: he knows that the consolations of popular religion are far more credulous beings than himself, that life is uncertain, and that sturdy pessimism is superior to self-deceptive optimism. Man becomes man as he refines himself; he even becomes godlike: “Deus est mortali iuvare mortalem,” wrote Pliny, translating a Greek Stoic, “To help man is man’s true God.” Finally, the man who practiced humanitas cultivated his aesthetic sensibilities as he listened to his reason: Cum musis,” wrote Cicero, “id est, cum humanitate et doctrina habere commercium.[5] Virtue, Cicero insisted, is nothing but nature perfected and developed to its highest point, and there is therefore a resemblance between man and God: Est autem virtus nihil aliud quam in se perfecta et ad summo perducta natura; est igitur homini cum deo similitudio.

    M.a.w. De hoogste graad van humanitas maakte van de mens die dat stadium bereikt had ‘bijna een god. Vandaar mijn …(zoals) God.

  6. jacob krekel

    Het zou een stuk opschieten als men ophield de evangeliën als een soort journalistiek verslag te lezen. Dat zijn ze namelijk niet. Helemaal niet. Over wat het wel zijn kan men uiteraard van mening verschillen, en dat doet men dan ook. Ik zie ze als een poging van mensen om de betekenis te snappen van iets dat ze hadden meegemaakt, en dat voor hen volkomen onbegrijpelijks was. Iets dat ze opstanding zijn gaan noemen. Wie was deze mens, en wat betekent wat er gebeurd is (opstanding?) voor ons. Dat er echt iets gebeurd is, is tamelijk plausibel, want men had nooit verzonnen dat vrouwen daarvan de eerste getuigen waren, en daar zijn alle evangeliën – die verder in zo ongeveer ieder detail van elkaar verschillen – het over eens. Via allerlei citaten uit het oude testament probeert men die vraag te benaderen. Het gaat dus niet om gebeurtenissen, maar om betekenissen. Wat er precies gebeurd is zullen we nooit weten. Je kunt proberen uit de toegekende betekenissen iets te reconstrueren, maar dat blijft behelpen. (iets voor Methode op Maandag?)

    Dat de volgorde der “gebeurtenissen” verschilt doet er dan ook niet toe, wat er wel toe doet is dat elk van de vier evangelisten een iets ander antwoord geeft. Johannes verschilt het sterkst van de drie anderen en Paulus geeft een ander antwoord, en Hebreeën nog weer een ander. Dat heeft men dat allemaal bij elkaar gezet in het nieuwe testament, kennelijk in het besef dat één antwoord onvoldoende zou zijn. Daar begon men pas in de 4e eeuw aan. Niet dat het ooit gelukt is.

    1. Ab R.C. Dabra

      jacob krekel. Je vergeet dat er wel vijftig teksten zijn die je zou kunnen aanduiden als ‘evangelie’. Er is bij de eerste concilies een selectie gemaakt die min of meer het gewenste plaatje van ‘de messias’ schilderden. Alle teksten die onwelgevallige passages bevatten zijn afgekeurd. Onder eindredactie van de Keizer zogezegd…
      Het christendom dat wij kennen is een christendom in lijn en zelfs ten dienste van het Keizerrijk!
      Net zoals wij tegenwoordig selectief zijn en het niet of nauwelijks of alle ‘wonderen’ hebben omdat dat niet door de wetenschap gesteund wordt en je dus anders voor gek verklaard wordt. Terecht…

      1. Zucht… wanneer zal de dag aanbreken dat mensen slim genoeg worden om te snappen dat de Da Vinci Code geen goede historische bron is?

        1. mnb0

          De dag dat ze beseffen dat Dawkins kwakfilosofie bedrijft, Carrier kwakwiskunde en Price cs theologie (waarvan ik de kwaliteit niet kan en wil beoordelen wegens gebrek aan belangstelling voor theologie in het algemeen en ongelovige theologie in het bijzonder).

        2. Ik vrees dat dat pas zal gebeuren op het moment dat mensen begrijpen dat de historische wetenschappen wetenschappen zijn.

          Dat is een kwestie van zorgen dat je goede relaties opbouwt met de pers. De exacte wetenschappen komen vaak in het nieuws met ingewikkelde apparatuur en iedereen begrijpt dat de bediening daarvan specialisme en expertise veronderstelt. Niemand zal amateur-atoomfysicus willen zijn. De historische wetenschappen tonen die expertise zelden. Ze claimen het vaak wel, maar maken het nooit waar.

          Voeg nog dit toe: we denken dat we tekort worden gedaan (al doen we het onszelf aan). Om toch aandacht te krijgen, beginnen we te schreeuwen. “Anchoring innovation”, “limes”: het zijn maar twee projecten waar redelijk wat geld rond gaat zonder dat het publiek echt iets terug ziet. Men claimt belang en toont het niet. Anchoring Innovation toont geheel niets actueels; de limes toont alleen materie die mensen allang weten. Tja. Als je niet toont wat je in ernst bent, zul je ook niet serieus worden genomen.

      2. mnb0

        “een selectie gemaakt die min of meer het gewenste plaatje”
        Zucht …… behalve een stel marginale kwakhistorici (die soms ook nog kwakwiskunde bedrijven met Bayes en/of denken dat ze superieure theologen zijn) is iedereen het er wel over eens dat volstrekt niet toevallig de vier canonieke evangeliën ook de oudsten zijn. Serieuze historici (dus niet de kwakkers) negeren de latere geschriften beslist niet, maar trekken de chronologisch nogal simpele conclusie dat ze voor het vroegste christendom (toen het nog joods was) maar weinig belang hebben. Wat theologen met die latere geschriften doen zal mij worst wezen; ik ben immers geen christen. U wens ik daarentegen veel genoegen met uw persoonlijke fetish – maar het zou u sieren als u die persoonlijk hield.

        1. Wat ik niet van u begrijp, is dat u allerlei standpunten inneemt, maar wel onder het gemakkelijke voorwendsel, dat u geen christen bent, zegt dat het u worst zal wezen wat de theologen met de niet-canonieke evangeliën doen. Ik ben agnost, maar ben wel geïnteresseerd in wat er naar boven komt in de later ontdekte geschriften, want ondanks mijn agnosticisme, ben ik er van overtuigd dat alles wat na de zgn. canonieke evangeliën komt ook zijn waarde kan hebben. Ook heb ik bezwaar tegen de term fetish die u gebruikt. Nog los van het feit dat dat de spelling in het Nederlands fetisj is bent u nou niet de eerst aangewezene om over fetisj te praten, want u bekijkt alles vanuit uw standpunt van een natuurkundige. Probeer nou niet altijd op een dergelijke polemiserende toon te praten!

        1. Beste Ab RC Dabra, Dank je, maar ik ken die website al jaren en bovendien heb ik thuis vaak betere edities in de kast staan.

      3. jacob krekel

        Beste Abracadabra, in de tweede eeuw, in reactie op Marcion, is men begonnen te bepalen wat wel en niet canoniek is, lang, lang voordat enige keizer zich daarmee wenste te bemoeien. Omstreeks 200 was het nieuwe testament ongeveer zoals we dat nu hebben, maar over een paar boeken bleef men nog lang doordiscussiëren. Barnabas, Didache en de herder van Hermas hebben het uiteindelijk niet gehaald, Openbaring en Hebreeën wel. De Syrische bijbel heeft tot op de huidige dag 5 boeken minder dan de westelijke bijbel (zonder dat daar enige keizer aan te pas was gekomen.) Bij de selectie hanteerde men een aantal criteria, maar uniformiteit was daar niet een van. Er zitten in het nieuwe testament grote verschillen in zienswijze, en er is nooit een poging gedaan die tot één eenheidsworst te harmoniseren. Tatianus heeft voor 200 al een poging gedaan dat wel met de evangeliën te doen, (een diatessaron) maar die heeft het niet gehaald. Als uw opvatting over het nieuwe testament enige grond had, dan had men er een soort dia-eikoheptason van gemaakt, en dat is nooit gebeurd

    1. Ab R.C. Dabra

      Ik gooi de handdoek in de ring!
      Een fijne lente-evening iedereen!
      En een hele mooie zomer!
      Ook nog….

  7. Mooi stuk! Maar het is ondenkbaar dat Jezus in Markus 7 ‘de spijswetten afschaft’, daarmee had Hij zichzelf compleet buiten het Jodendom geplaatst; de discussie gaat daar over rituele wassingen, niet over wat je wel of niet mag eten. Jezus verklaart alle voedsel rein, maar varkensvlees hadden de Joden daar niet eens mag men aannemen, dus dat valt helemaal niet in de categorie voedsel.

  8. Ben Spaans

    Ja, als het even niet uitkomt kun je er altijd een interpolatie van maken. Kort door de bocht, maar zo werkt het eigenlijk wel. En misschien is het ook een interpolatie. De harde waarheid over het onderwerp Jezuskwesties is dat het gewoon geen wetenschap is (en daarmee bedoel ik niet dat mythici gelijk moeten hebben).

    Misschien is het voor volgend jaar een uitdaging om het eens helemaal zonder Jezus te doen. Dat scheelt weer polemiserende reacties, en opgeklopt quasie/pseudonieuws en misvattingen over Jezuskwesties rond Pasen en Kerst zullen toch nooit verdwijnen. (Maar ik denk dat de MB het onderwerp zelf veel te leuk vindt.)😊

    Vrolijk Pasen!

    1. “gewoon geen wetenschap” gaat me nu net te ver. De inherente subjectiviteit van de geesteswetenschappen is een gegeven, maar niet het laatste woord. Er zijn serieuze en succesvolle pogingen gedaan het allemaal wat beter te funderen.

      1. Ben Spaans

        Weet je Jona, ik heb professor Henk Versnel, jou vast ook bekend, tijdens een hoorcollege jaren geleden ons toehoorders horen toevertrouwen dat geschiedenis zelf geen wetenschap is. Ik probeer nog altijd in het reine te komen met deze ontboezeming van toen.

        1. Gratuit Leids gelul, die ergerlijke “ik ben eigenlijk dom”-mentaliteit. Zoals in “nu hij vijftig miljard heeft zoekgemaakt, schaam ik me zó dat ik Mark Rutte een genade-zesje voor economie heb gegeven”. Weinig ergert me meer dan die valse bescheidenheid en zelfverwijten. De onoprechtheid.

          Versnels collega’s Lorenz en Vries wisten beter.

          1. Ben Spaans

            Peer Vries kon op zijn manier heel ontmoedigend zijn, heb ik eerder wel eens opgemerkt.

            Het ligt aan mij. Ik ben veel gevoelig voor dat soort dingen. Vaak vlucht ik in een soort hofnar-gedrag.

  9. Marcel Meijer Hof

    U heeft allen Uw huis grondig gereinigd en ook het kleinste hoekje met de punt van een vogelveer ontdaan van elk mogelijk kruimeltje gistbrood ? Mooi, dan wens ik U allen een zegenrijk Pasen – Pesach is een week later :-]
    Laten wij allen in vrede deze gedenkwaardige dagen begaan en de heiligheid van de nagedachtenis niet schenden.
    Daarna kunnen de discussies worden voortgezet, dit intellectuele spel bij uitstek, waarbij wij het voor 49% of voor 51% procent eens kunnen zijn met het gestelde, om vervolgens de hele gedachtengang opnieuw ter discussie te stellen en vanuit een ander gezichtspunt benaderen.
    [ Da capo al fin ]

    Twee grapjes:

    “Rebbe, mag ik de pijp roken, wanneer ik de Thora bestudeer ?”
    “Mijn zoon … het bestuderen van de Thora is een zeer ernstige zaak. Je moet je niet laten afleiden door genot.”
    “Rebbe, wanneer ik de pijp rook, kan ik dan de Thora bestuderen ?”
    “Natuurlijk mijn zoon, de Thora bestuderen is altijd goed.”

    Yuval tot Eli: “Eli, jouw vrouw bedriegt ons !”

Reacties zijn gesloten.