Judas de Galileeër

Dacische sica

Een week of twee geleden begon ik een blogje met de constatering dat in het Nieuwe Testament tweeëntwintig mensen worden vermeld voor wie ook buiten-Bijbels bewijs bestaat. Inmiddels weet ik dat het er meer zijn, zevenendertig namelijk, en ik zal nog een overzicht geven, maar vandaag wil ik alvast een van die mensen behandelen: Judas de Galileeër.

Judas de Galileeër

Hij wordt in het Nieuwe Testament één keer genoemd. In het Sanhedrin is er, kort na de kruisiging van Jezus, beraad over de nieuwe sekte, die zich niet heeft laten onderdrukken. Petrus heeft herhaald dat God Jezus een plaats heeft gegeven in de hemel, wat tot grote verontwaardiging leidt, tot de farizese leider Gamaliël het woord neemt. Hij verwijst naar een rebel, Theudas, die enig succes had gehad maar wiens beweging uiteindelijk op niets uitliep.

Na hem was er Judas de Galileeër, die ten tijde van de volkstelling met zijn volgelingen in opstand kwam. Ook hij ging ten onder, en al zijn volgelingen werden uiteengedreven.noot Handelingen 5.37; NBV21.

Om die reden, zegt hij, moeten de Joodse autoriteiten nog maar geen actie ondernemen. Als het christendom door God gewild is, valt er toch niks tegen te doen, en als het daarentegen mensenwerk is, zal het verwateren zoals ook met Theudas en Judas het geval was geweest. De impliciete vergelijking van Jezus met twee terroristen is niet echt complimenteus, overigens.

Opstand

We kennen Judas de Galileeër beter uit de Joodse Oorlog en de Joodse Oudheden van Flavius Josephus. Er waren na de dood van koning Herodes al ongeregeldheden geweest, maar keizer Augustus had Herodes’ zoon Archelaos als heerser erkend. Die had het echter verbruid en in 6 na Chr. plaatsten de Romeinen Judea onder rechtstreeks Romeins bestuur. Toen gouverneur Coponius probeerde belastingen te heffen, was een grote opstand het enige resultaat. De leider was Judas de Galileeër, afkomstig uit de stad Gamla op de Golanhoogte.

De hogepriester bleek niet in staat de orde te herstellen en dus intervenieerde de Romeinse gouverneur van Syrië, Publius Sulpicius Quirinius. Hij zorgde ervoor dat de volkstelling – anders gezegd: de registratie van de belastingbetalers – doorgang kon vinden. Dit is de Quirinius uit het kerstverhaal. Flavius Josephus vertelt dat Judas de Galileeër, samen met de farizese leider Zadok, redeneerden dat belastingen een vorm van slavernij waren, dat men tegen dit machtsmisbruik in opstand moest komen en dat de opstandelingen mochten rekenen op de steun van God.noot Josephus, Joodse Oudheden 184-6.

Sicariërs

Zo ontstond de groepering die bekend is komen staan als de sicariërs, vernoemd naar de sica, een dolk. Zoals ik wel vaker heb verteld, is Josephus van mening dat er een rode draad loopt van de opstanden in de jaren rond het begin van onze jaartelling naar de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. Zijn redenatie is dat er drie normale joodse stromingen waren, die hij presenteert als een soort Griekse wijsgerige scholen: Josephus’ farizeeën zijn een soort stoïcijnen, zijn sadduceeën een soort epicureeërs en zijn essenen een soort pythagoreeërs. De ontdekking van de Dode Zee-rollen bewees hoe misleidend deze vereenvoudiging was. In elk geval: de sicariërs zijn volgens Josephus een vierde, aan het jodendom vreemde stroming. Waarmee Josephus vooral wil zeggen dat de Romeinen niet alle Joden verantwoordelijk moeten houden voor wat een rebelse minderheid op haar geweten heeft.

Het probleem, dat ik ook al vaker heb genoemd, is dat Josephus de continuïteit van de eerste sicariërs naar de verwoesting van Jeruzalem niet bewijst. Hij kan rebellen noemen voor de tweede helft van deze periode, maar niet voor de eerste helft. In die tweede helft, meer precies rond het jaar 47 na Chr., weten we dat de gouverneur die toen regeerde over Judea, twee zonen of kleinzonen van Judas liet arresteren en kruisigen. We weten niet waarom ze zijn gearresteerd, al ligt rebellie voor de hand.

Josephus is trouwens zó vol woede over de sicariërs, dat hij nergens vermeldt wat er van Judas de Galileeër is geworden, maar hij zal wel gewelddadig aan zijn einde zijn gekomen.

Deel dit:

3 gedachtes over “Judas de Galileeër

  1. Rob Alberts

    37 Aantoonbare Bijbelse personen?
    Ik ben benieuwd of jij daar ooit een blogserie of overzicht van gaat maken.
    Nieuwsgierige groet,

  2. “De impliciete vergelijking van Jezus met twee terroristen is niet echt complimenteus, overigens.”

    Sowieso niet, maar iemand een terrorist noemen is natuurlijk ook heel erg gemakkelijk.

Reacties zijn gesloten.