MoM | Scheepswrakken

Scheepswrakken door de eeuwen heen

Eerst maar even een woord over het diagrammetje hierboven, dat het aantal Mediterrane scheepswrakken uit de diverse eeuwen weergeeft. Ik haal het uit een powerpoint die ik zo te zien in februari 2016 heb gemaakt maar die teruggaat op veel ouder materiaal. Misschien heb ik het plaatje gemaakt voor de Livius.org-website en daar later weer verwijderd. Op zoek naar een betere afbeelding vond ik het echter online terug in de Wikipedia, maar nu met als maker een zekere RafaelG. Heb ik iets van hem overgenomen? Nam hij iets over van mij? Het kan me verder weinig schelen, maar ik noem het even.

Het gaat in elk geval om de onderliggende cijfers, en die zijn afkomstig van A.J. Parker en voor het eerst gepubliceerd in een artikel van de Cambridge-historicus Keith Hopkins, over wie ik al eens eerder blogde. Dat artikel heette “Taxes and Trade in the Roman Empire”, verscheen in 1980 in het Journal of Roman Studies en de universitaire betaalmuur vindt u hier. De gepresenteerde cijfers zijn gebruikt om te beargumenteren dat de crisis van de derde eeuw n.Chr. een economische kant had.

De redenatie kent enkele acceptabele aannames. Om te beginnen: de antieke schepen zijn in de loop der eeuwen niet noemenswaardig zeewaardiger geworden. Dit betekent dat de kans dat ze vaker of minder vaak zijn gezonken, ook niet noemenswaardig veranderde. Evenmin is het niet vaker gaan stormen. Beide betekenen dat antieke schepen door alle eeuwen heen ruwweg evenveel kans hadden te zinken. (Voor voorbeelden: kijk eens hier en daar.)

Als het plaatje hierboven dus een toename van het aantal wrakken toont vanaf het moment waarop de Perzen het oostelijk deel van het Middellandse Zee-gebied verenigden, een verdere toename tijdens in de hellenistische periode, een hoogtepunt in de vroeg-Romeinse tijd en daarna een afname in de derde eeuw n.Chr., dan zal dat wel duiden op een groei en afname van het aantal scheepvaartbewegingen. En dus van het totale handelsvolume. Anders gezegd: we hebben hier een aanwijzing dat in de derde eeuw de omvang van de interregionale handel halveerde.

Dat kan best kloppen. Er is namelijk meer bewijs. Waar in de twee eerste eeuwen van onze jaartelling olielampjes zich over grote afstanden verspreidden, is de verspreiding in de derde eeuw wat meer regionaal. Er zijn ook wel verklaringen te bieden voor de afname van de welvaart: er was rond het midden van de derde eeuw een ebola-achtige epidemie, er waren klimatologische veranderingen (toch storm op zee?) en er was politieke onrust. Het vertrouwen in het muntstelsel kreeg een stevige knauw. Kortom, het plaatje klopt grosso modo zeker.

Maar er zit een dijk van een redenatiefout in. Wat we hier zien, is namelijk een weergave van het aantal wrakken in de onderzochte gebieden. Dat maakt nogal wat verschil, want voor de kust van Algerije wordt aanzienlijk minder gesnorkeld dan bij de Côte d’Azur. Het is heel wel mogelijk dat de afname in de derde eeuw n.Chr. mede samenhangt met het feit dat de scheepvaartroutes zich hebben verplaatst naar een gebied dat minder goed bekend is.

Daar zijn aanwijzingen voor, al hebben die geen betrekking op de derde eeuw. Het staat echter vast dat pelgrims uit christelijk Spanje naar Jeruzalem voeren via de zuidelijke kusten van de Middellandse Zee, terwijl het Kalifaat van Damascus zich zo snel van Ifriqiya naar Al-Andalus kon uitbreiden omdat de Arabische legers met schepen konden worden bevoorraad. Ik zou zeker voor de Late Oudheid geneigd zijn een vraagteken te plaatsen bij dit grafiekje, al zal het op hoofdlijnen zeker kloppen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

10 gedachtes over “MoM | Scheepswrakken

  1. Johan Thibaut

    Een vraag/opmerking : voor de late middeleeuwen zijn er ook weinig wrakken. De Italiaanse steden bv hadden toch grote handelsconnecties ( CFR Venetië Pisa Genua) was dat dan toch minder dan in de Romeinse tijd of waren de schepen beter ?

    1. Jeroen

      Ik wou ook iets soortgelijks zeggen; zelfs al zou men in de Antieke Wereld afwijkende routes hebben gebruikt, dan nòg zou je verwachten dat de scheepvaart zeker in de 13e, 14e en 15e eeuw dùsdanig in volume is toegenomen dat een verschil ten opzichte van de voorgaande eeuwen zich toch wel in de grafiek zou moeten aftekenen…. vreemd.

      1. A. Harmens

        Van Italiaanse steden als Venetië, Genua en Pisa, die de moderne boekhouding bijkans hebben uitgevonden, zou je misschien zelfs een schatting kunnen maken van het daadwerkelijke aantal uitgeruste schepen en het percentage gezonken schepen. Gezien de hoeveelheid aan perkamenten en papieren data uit deze periode lijkt het me overigens niet helemaal eerlijk om deze periode te vergelijken met eerdere, minder goed gedocumenteerde periodes.

  2. Rob Duijf

    Als de scheepsbouw en het klimaat niet noemenswaardig veranderde, kan de toename van het aantal scheepswrakken dan een aanwijzing zijn van mogelijke oorlogshandelingen en/of piraterij?

    Om wat voor wrakken gaat het, handels- of oorlogsschepen? Zijn ze archeologisch goed gedocumenteerd en valt daaruit nog iets af te leiden over de oorzaak van hun vergaan?

    Een intacte scheepslading kan natuurlijk iets zeggen over onvoorziene weersomstandigheden, maar ook over het bewust tot zinken brengen om de tegenpartij economisch te treffen. Piraten daarentegen zullen trachten de lading en bemanning te kapen, maar was het ze ook om de schepen te doen?

    Vallen deze vragen te rijmen met de historische bronnen, voor zover overgeleverd en volledig?

    1. Om er echt iets zinvols over te kunnen zeggen, zou je dus inderdaad al die factoren moeten meenemen. Het type schip, de oorzaak van het zinken, dat zijn belangrijke zaken. Als je van eeuw A de wrakken van een aantal grote zeeslagen hebt teruggevonden en die meetelt terwijl je (nog) geen wrakken van de zeeslagen uit eeuw B hebt teruggevonden, krijg je een scheve vergelijking.

      Sowieso zal een grote zeeslag het totale beeld manipuleren. Eigenlijk wil je alleen het aantal handelsschepen weten. En de oorzaak van het zinken.

    2. Frans

      Piraten zullen natuurlijk hun uiterste best doen om een schip vooral niet te laten zinken. Ze plunderen het leeg en laten het gaan. Ik ben meer thuis in de geschiedenis van de 17/18e eeuwse piraterij en in die tijd hadden piraten in ieder geval niet de gewoonte om veroverde schepen tot zinken te brengen. Een schip dat ze konden gebruiken namen ze over en de rest kon z’n weg vervolgen zonder lading en zonder bemanningsleden die zich bij de piraten wilden aansluiten.

      1. Rob Duijf

        Het ligt uiteraard voor de hand dat je als professionele piraat eerst een schip leeghaalt. Moet zo’n schip wel blijven drijven natuurlijk en een beetje dappere bemanning zal zich niet zonder slag of stoot gewonnen hebben gegeven. Te meer lijkt me, omdat je in de oudheid dan aan de slavenmarkt deel mocht nemen, zij het niet als inkoper… Ik neem aan dat men dus flink aan de dans ging en niet zelden zal de piraat het hebben moeten afleggen. De interessante en tevens ontzettend moeilijk te beantwoorden vraag is, of dat uit maritiem-archeologisch onderzoek valt af te leiden. Daarom ook is het zo intriest dat schatgravers zo’n onderwatersite verstoren, alleen maar omwille van de ‘goodies’, waardoor die informatie verloren gaat.

  3. FrankB

    Mooi voorbeeld van tunnelvisie – wetenschap moet altijd bedacht zijn op andere mogelijke hypotheses en theorieën. Ik zou er geen seconde aan hebben getwijfeld dat de vondsten representatief zijn.

  4. “…voor de kust van Algerije wordt aanzienlijk minder gesnorkeld dan bij de Côte d’Azur.”

    Dit wordt wel het lantaarnpaaleffect genoemd, als mensen alleen zoeken op de plekken waar het het makkelijkste zoeken is. Naar de bekende anekdote over de dronkelap die zijn portemonnee niet zocht waar hij hem verloren was, maar onder de lantaarnpaal, omdat daar meer licht was.

    Overigens denk ik dat het plaatje van RafaelG moet zijn, want in jouw chronologie zou de eerste eeuw v C nooit volgen op de eerste eeuw v C.

  5. Theo Joppe

    Het lijkt me een kwestie van handelsvolume — heel veel oorlogsschepen zijn niet gevonden, dacht ik? Het ligt voor de hand dat dat volume toeneemt in de tijd van de Romeinse expansie — proviand, slaven, oorlogsbuit. Maar de grote bulk over zee was eeuwenlang graan, om Rome te voeden. Dat was voor een keizer van levensbelang. Die transporten werden dan ook goed beschermd, en de corpora die er voor zorgden hadden allerlei privileges (en verplichtingen!).
    Misschien moeten we ons daarom niet blind staren op de schepen die we nu vinden. Dat zullen vaak particuliere vervoerders zijn geweest die voor de zekerheid dicht onder de kust voeren. Daarom zijn zulke wrakken relatief eenvoudig te vinden.
    Daarnaast was er natuurlijk het snel uitbreidende Romeinse wegennet. Dat wordt nogal eens vergeten als we het over handel hebben.

Reacties zijn gesloten.