MoM | Hoe dateer ik een papyrus?

Fragment uit Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn)

Stel, archeologen graven in Egypte een kleine verzameling papyri op waarop Griekse teksten blijken te staan. Een classicus die de papyri krijgt te zien, herkent iets raars: het is onmiskenbaar poëzie, want de teksten zijn metrisch, maar ze rijmen ook, wat in de antieke dichtkunst ongebruikelijk is. De oudheidkundigen van ons voorbeeld hebben vanaf nu meer vragen dan antwoorden, maar nog voor ze de eigenlijke vraag hebben kunnen stellen (“wat bracht de dichter op het idee van deze poëtische innovatie?”), moet ze weten wanneer die innovatie plaatsvond. Kortom: hoe oud is een papyrus?

Dagtekeningen

In dit geval weten we zeker dat de papyri antiek zijn, want ze komen uit een opgraving. Onze onderzoekers willen echter specifieker zijn. Het liefst hebben ze natuurlijk dat de datum er gewoon op staat. Dit is ook een redelijk gebruikelijke methode om antieke teksten te dateren, aangezien de kalender die in Egypte werd gehanteerd, weinig geheimen kent. Helaas zijn literaire teksten, zoals die in ons voorbeeld, niet vaak voorzien van een dagtekening. Dat is meer iets voor ambtelijke stukken.

Verwijzingen

Sommige papyri verwijzen naar contemporaine gebeurtenissen of naar dateerbare personen of zaken. Nog de afgelopen week maakte de Universiteit van Bazel bekend dat ze erin was geslaagd een vroegchristelijke brief rond het jaar 230 n.Chr. te dateren, omdat in die brief iemand stond genoemd die we ook van elders kennen. Een ander voorbeeld is het Thomas-evangelie, dat een betaling in goudstukken vermeldt. Dat manuscript moet zijn ontstaan nadat in de derde eeuw n.Chr. zilveren munten in onbruik waren geraakt en Constantijn de Grote de gouden standaard had ingevoerd. Helaas bevatten de Griekse gedichten uit dit voorbeeld niet zo’n aanwijzing.

Koolstofdateringen

Dus brengen onze onderzoekers de papyri naar het lab voor een koolstofdatering. Dat is eigenlijk een nogal misleidende naam omdat zulk onderzoek geen datering oplevert maar de kans op een datering. Zo kan een papyrussnipper “1800 ± 150 jaar BP” oud zijn, wat wil zeggen dat er 68% kans is op een ouderdom tussen 1950 en 1650 jaar vóór het ijkjaar 1950. Er is 95% kans op het dubbele interval, dat dan dus tussen 2100 en 1500 jaar oud is.

Bij koolstofdateringen is voorzichtigheid dus geboden. Door verbeterde technieken wordt de onzekerheidsmarge echter wél steeds smaller, waardoor de kans op een datering steeds meer lijken gaat op een datering. Ook wordt het monster dat naar het lab gaat steeds kleiner. De dateringen van de Dode Zee-rollen die momenteel in Groningen worden gedaan, zijn én minder destructief én nauwkeuriger dan de koolstofdateringen van een halve eeuw geleden. (Een verontrustende ontwikkeling is overigens de ontdekking, een jaar geleden, dat de zogenaamde kalibratiecurve niet overal hetzelfde is, maar daarover wil ik het vandaag niet hebben.)

Het lab levert zo een kans op een datering van de papyrus. Dat is dus niet de datering van de tekst, die jaren later kan zijn toegevoegd. Of zelfs eeuwen later, zoals bij een vervalsing. De compositie van de tekst kan bovendien eeuwen eerder zijn geweest. De Marcus-papyrus die ik onlangs besprak, dateert uit de tweede of derde eeuw maar de tekst van het evangelie dateert van rond 70 n.Chr.

Spectrometrie

Een derde manier om een papyrus te dateren is spectrometrie van de inkt. Dat wil zeggen dat het spectrum wordt uitgelezen om de bestanddelen van de inkt te herkennen. De hele Oudheid door is inkt gemaakt volgens een standaardrecept (roet of verbrande houtskool, Arabische gom, water) maar vanaf de derde eeuw v.Chr. waren er ook klerken die metalen toevoegden om een bepaalde kleur te krijgen. Vanaf de tweede of derde eeuw n.Chr. komt tevens galnoteninkt in omloop, bestaand uit het verpulverde galnoten, ijzer- of koperpoeder, Arabische gom en water. Het spectrum kan in specifieke gevallen, namelijk bij metaal- en galnoteninkt, dus een aanwijzing bieden voor de datering.

Theoretisch zou het mogelijk zijn de inkt te isoleren uit de papyrus en een koolstofdatering te doen van de gebruikte houtskool. Ik ben er niet van op de hoogte dat dit ooit is gedaan. Het zou me ook verbazen, want op deze manier wordt de tekst natuurlijk vernietigd.

Ramanspectroscopie

Dit is een nieuwe vorm van analyse, die nog in ontwikkeling is. De aanleiding waren de valse claims over het Evangelie van de Vrouw van Jezus en de Sapfo-papyri. De gedachte is dat de koolstof in de inkt in de loop der eeuwen reacties kan zijn aangegaan, die kunnen hebben geleid tot een meetbaar ander spectrum. Sinds kort weten we dat dit inderdaad een mogelijke benadering is en het voornemen is nu om door middel van tientallen metingen bij de inkt van gedateerde papyri vast te stellen hoe het verweringspatroon eruitziet, of dit door de eeuwen heen hetzelfde is gebleven en welke regionale varianten er zijn.

Voorlopig zijn de analisten zo ver nog niet en ik begrijp deze methode niet volledig. Ik heb aanstaande woensdag een afspraak in het lab en hoop daarna meer te schrijven.

Spelling

Eigenlijk terloops noem ik spelling. De uitspraak van talen verandert voortdurend (voor het Grieks bestaat er bijvoorbeeld het zogenaamde iotacisme) en als een papyrus een weergave is van spreektaal, zou de spelling een aanwijzing kunnen zijn. Er zijn echter wat voorbehouden. Om te beginnen is de reconstructie van antieke taalveranderingen voor een belangrijk deel gebaseerd op veranderende spelling, zodat het gevaar van een cirkelredenering aanwezig is. Verder waren er altijd klerken die bleven vasthouden aan wat ze ooit hadden geleerd en die dus een ouderwetse  spelling hanteerden. Hun teksten zouden we dus te oud dateren.

Paleografie

We kunnen teksten ook dateren door middel van de vorm van de letters, een specialisme dat “paleografie” heet. De ontwikkeling van de letters valt enigszins te reconstrueren omdat we dankzij de gedagtekende documenten weten hoe men op welk moment schreef, maar er is wel een flinke subjectiviteit. Als er op een gegeven moment al een soort standaardschrift bestond, moet daar meteen bij worden gezegd dat de verschillende daarop gebaseerde handschriften onderling net zo ver van elkaar en van dat standaardschrift verschilden als onze eigen handschriften verschillen van de standaardletters die wij op de basisschool leerden.

Een extra probleem is het bestaan van archaïserende handschriften. Het staat vast dat antieke klerken pogingen deden teksten kunstmatig ouderwets te laten lijken; sterker nog, dat deden de oude Babyloniërs al met hun kleitabletten. Het lijkt er in de Griekse en Romeinse tijd op dat archaïserende handschriften soms in de mode waren, maar de reconstructie is lastig. Ook hier is de kans op cirkelredeneringen levensgroot en dat maakt het er allemaal niet makkelijker op.

Context

Het beste middel om een papyrus te dateren is, heel simpel, de archeologische context. In ons voorbeeld zouden het aardewerk en de munten uit de opgraving hebben geholpen om een redelijk scherpe datering te geven van het moment waarop de papyrustekst werd gebruikt.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

16 gedachtes over “MoM | Hoe dateer ik een papyrus?

    1. Nee, het ijkjaar waarvóór een datering is, dus het “present” van het “before present” (= BP), is per definitie 1950. Daar is ook weer het een en ander over te vertellen maar niet vandaag.

  1. FrankB

    “waardoor de kans op een datering steeds meer lijken gaat op een datering”
    Weet je, eigenlijk is dit een schijntegenstelling. Wat jij datering noemt is immers nog steeds een tijdsinterval, eentje die 24 uur duurt. Als een stuk een datum noemt weten we nog steeds niet op welk uur van de dag het is opgesteld.
    Moraal van het verhaal: absolute nauwkeurigheid is onmogelijk, zoals iedere natuurkundige je kan vertellen. Bij elke datering, hoe nauwkeurig ook, is er sprake van twee tegengestelde belangen: we willen de waarschijnlijkheid (95% is ook maar willekeurig gekozen) verhogen en het interval verkleinen. Maar het één gaat ten koste van het ander.

    “Een verontrustende ontwikkeling …..”
    Is dat dan het verschil? De meeste bèta’s raken dan niet verontrust, maar zien de lol er van in.

    “als een papyrus een weergave is van spreektaal”
    Dat lijkt mij een nogal twijfelachtige aanname, die empirische ondersteuning behoeft.

    “Het beste middel om een papyrus te dateren is”
    Oneens. Het beste middel om een papyrus te dateren is alle methoden toe te passen en dan te hopen dat er hetzelfde uitkomt (en bèta’s moeten dan weer lachen als dat niet lukt).

      1. FrankB

        In mijn bovenstaande reactie ben ik vergeten jou te citeren: een interessante puzzel om op te lossen! Ook niet-oudheidkundigen vinden dat leuk.

  2. Als het opgegraven wordt kan het er neergelegd zijn. De werken van Aristoteles lagen eeuwen onder de grond zonder door de wormen te worden aangetast. Het goedgelovigheidsvirus waart rond. De archeologie/filologie is reeds ten onder gegaan aan corruptie.

    1. Het wordt inderdaad, in navolging van Wilamowitz, wel beweerd dat Aristoteles’ werken een tijd lang niet bestudeerd zijn geweest, maar onder de grond lagen ze zeker niet. Er zijn exemplaren van het volledige corpus geweest in het Lyceum in Athene en in de bibliotheek in Alexandrië.

      Het is wel jammer dat zijn gepubliceerde werk nooit voldoende kopiisten heeft gevonden.

      1. Ik volg prof. Luciano Canfora wat betreft de bibliotheek van Alexandrië. Een verzonnen bibliotheek. Heeft volgens mij nooit bestaan.
        Onze hele geschiedenis is een grote leugen waarover consensus heerst. Napoleon vertelde het ons al..

  3. Steven

    Kan deze in het Engels op Livius.org? (Zou dat niet moeten vragen want ik heb niets eens gedoneerd, maar hopelijk begrijpt JL dat).

Reacties zijn gesloten.