De papyri van Herculaneum

De papyri van Herculaneum, waarvan u er in 2007 enkele gezien kunt hebben in het Nijmeegse Valkhofmuseum, moeten voor classici een tantaluskwelling zijn. De geleerden weten dat deze teksten bestaan, willen er dolgraag bij maar kunnen dat niet. De boekrollen zijn namelijk gevonden in een Romeins landhuis dat in het jaar 79 n.Chr. door de Vesuvius is verwoest. De kwetsbare papyrusrollen zijn volledig verkoold.

Om ze te lezen, moeten onderzoekers de beschadigde rollen eerst afrollen, wat het gevaar met zich meebrengt dat ze verpulveren. Men is dus terughoudend en daarom zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. We weten bijvoorbeeld nog niet om hoeveel teksten het gaat. De schattingen lopen uiteen van de 650 tot 1100 werken.

Lees verder “De papyri van Herculaneum”

Waardeloze museumstukken?

Op perkament geschreven amulet met magische tekens; zesde of zevende eeuw. Let op het Sator Arepo op de bovenste regel: een Latijnse spreuk, geschreven in het Grieks. (Neues Museum Berlijn)

Nog even een stukje over papyri. Sinds de Green-collectie zijn gestolen papyri heeft teruggestuurd naar Egypte, hoor ik nogal wat vragen. Eén daarvan:

Hoeveel waarde hebben deze items nou nog voor het Koptische museum, zonder die gedocumenteerde provenance, afgezien van de bemoeienissen om de illegaliteit tegen te gaan?

Het antwoord is dat het ervan afhangt. Het punt is, vrij simpel, het volgende: sommige oudheden kunnen zonder gedocumenteerde provenance vals kunnen zijn, maar andere niet.

Lees verder “Waardeloze museumstukken?”

De Leidse Amunpapyrus

De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Lees verder “De Leidse Amunpapyrus”

Hoe maak ik een neppapyrus?

Ik heb het al eerder verteld maar het kan geen kwaad het nog eens uit te leggen: er is geen hogere wiskunde nodig om een papyrus zo te vervalsen dat die geloofwaardig kan doorgaan voor antiek.

Methode één

Voor een eerste oefening kocht ik modern papyrus. Bij Vlieger aan de Amstel was een flink blad te verkrijgen voor nog geen €8,00. Het zag er goed uit. Bij de tekenbenodigdhedenwinkel om de hoek kocht ik voor €3,87 zwarte inkt, voor €1,01 een penhouder en voor €0,70 een pen. In totaal €13,58 dus. Omdat ik zelf niet handig ben in het schrijven van Hebreeuws, combineerde een vriend Leviticus 18.22 en 20.13, de twee verzen uit de Heiligheidscode die aan het tempelpersoneel homoseksuele handelingen verbieden. In ruil voor één lunch in de Brakke Grond, bestaande uit een Westmalle Tripel en een uitsmijter (samen €11,55), zette hij de twee verzen met soepele hand op het schrijfmateriaal. Er is geen forger’s tremor waarneembaar, de aarzeling van een vervalser die niet gewend is een bepaald handschrift te schrijven.

Lees verder “Hoe maak ik een neppapyrus?”

MoM | Kunnen we een Madoc maken?

Byzantijns manuscript van het Evangelie van Johannes (Byzantijns Museum, Athene)

Ik heb de laatste tijd met verbijstering gekeken hoe de papyrologie (de bestudering van antieke tekstfragmenten dus) door schandalen ten onder gaat. Het begon in 2012 met de rel rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus: het stond meteen vast dat dit een vervalsing was maar desondanks ging de ontdekster, een Harvard-onderzoeker, ermee naar het lab, alsof dat echtheid kon bewijzen. Anderhalf jaar later waren er de Sapfo-fragmenten. De ontdekker legde rookgordijnen over de herkomst en er werden onwaarheden verspreid over zogenaamd dateerbare inkt. Het enige wat we tot op heden weten is dat de ontdekker, een Oxford-geleerde, inmiddels geldt als dief (wat hij via zijn advocaten tegenspreekt). Verder zijn er vier gevallen waar vervalsingen voor echt zijn aangezien. De financiële schade van dit oudheidkundige gestuntel loopt in de miljoenen en de werkelijke schade aan onze kennis valt niet te begroten.

En ik snap het gewoon niet. U verdient tien punten als u mij kunt vertellen hoe weinig je hoeft te weten om een baan te krijgen in Harvard. U verdient ook tien punten als u me vertelt wat een medewerker in Oxford (onafhankelijk, goed loon, pensioenopbouw…) beweegt papyri te gaan stelen. U verdient vijf bonuspunten als u me zegt waarom het keurige Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik materiaal uitgaf waarvan wordt vermoed dat het is gestolen. En ik heb zaterdagavond zitten piekeren over nog een andere vraag: waarom hebben we deze problemen wel bij antieke teksten en niet ook bij middeleeuwse?

Lees verder “MoM | Kunnen we een Madoc maken?”

MoM | Illegale oudheden

ArcheoHotspots zijn ook leuk voor kinderen.

Een maand of wat geleden kreeg ik een vriendelijke brief van iemand die oudheden verzamelde en deze blog volgt. De keuze voor een ouderwets medium vond ik leuk en volgers vind ik ook altijd leuk, dus ik was meteen in een goed humeur. Hij noemde een gemeenschappelijke kennis uit de kunsthandel, wat ik een leuke introductie vond, en wilde me zijn collectie eens tonen, wat ik ook al leuk vond. Meer specifiek vroeg hij alvast mijn aandacht voor enkele papyri die hij lang geleden had aangekocht. Hij wist dat ik daarin geïnteresseerd zou zijn – in papyrologie zit momenteel immers nogal veel oudheidkundig nieuws – en wilde er eens met me over praten.

Zoals te verwachten werd het een aangename middag. Het is altijd fijn als een verzamelaar vertelt, want zo iemand heeft zijn hart erin liggen. Herinneringen hoe hij meteen verliefd was geworden op een mooi Romeins beeldje. Reisverhalen. Een anekdote over een vervalsing. Foto’s van voorwerpen die hij ooit had bezeten maar weer had verkocht.

Lees verder “MoM | Illegale oudheden”

MoM | Hoe dateer ik een papyrus?

Fragment uit Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn)

Stel, archeologen graven in Egypte een kleine verzameling papyri op waarop Griekse teksten blijken te staan. Een classicus die de papyri krijgt te zien, herkent iets raars: het is onmiskenbaar poëzie, want de teksten zijn metrisch, maar ze rijmen ook, wat in de antieke dichtkunst ongebruikelijk is. De oudheidkundigen van ons voorbeeld hebben vanaf nu meer vragen dan antwoorden, maar nog voor ze de eigenlijke vraag hebben kunnen stellen (“wat bracht de dichter op het idee van deze poëtische innovatie?”), moet ze weten wanneer die innovatie plaatsvond. Kortom: hoe oud is een papyrus?

Dagtekeningen

In dit geval weten we zeker dat de papyri antiek zijn, want ze komen uit een opgraving. Onze onderzoekers willen echter specifieker zijn. Het liefst hebben ze natuurlijk dat de datum er gewoon op staat. Dit is ook een redelijk gebruikelijke methode om antieke teksten te dateren, aangezien de kalender die in Egypte werd gehanteerd, weinig geheimen kent. Helaas zijn literaire teksten, zoals die in ons voorbeeld, niet vaak voorzien van een dagtekening. Dat is meer iets voor ambtelijke stukken.

Lees verder “MoM | Hoe dateer ik een papyrus?”

Hoe je niet over archeologie moet schrijven

Verbrande papyri uit Herculaneum

Zoals u weet, trouwe lezer van deze blog, liggen er duizenden onuitgegeven papyri in museumdepots. Vaak niet meer dan fragmenten of snippers, maar er zijn zeer intrigerende teksten bij. In Napels liggen bijvoorbeeld honderden verbrande boekrollen – uit mijn hoofd: achttienhonderd of zoiets – die in de achttiende eeuw zijn aangetroffen in de Villa dei papiri bij Herculaneum.

Om uw eerste angst weg te nemen: die rollen zijn zeker niet vervalst. We weten hoe ze zijn gevonden. Wie zich er ook mee bezighoudt, hij of zij bevordert ook de plundering van Egyptische grafvelden niet. Kortom, hier geen schendingen van de wetenschapsethiek. Wel zijn er ruzies tussen de onderzoeksteams én resultaten: de Historiën van de Seneca de Oudere zijn gevonden. Dat is een majeure ontdekking – maar er zijn wel wat vraagtekens. Nogal veel zelfs. Dit is wat we weten:

Lees verder “Hoe je niet over archeologie moet schrijven”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”

De jacht op papyri

Dodenboek van Takerheb (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nog even, bij wijze van vervolg op het stukje over de vervalste Dode Zee-rollen van gisteren, een krabbel over antieke teksten. Die worden meestal gevonden in Egypte, waar het droge klimaat ervoor zorgt dat papyri goed bewaard blijven en waar de overheid onmogelijk alle vindplaatsen kan beschermen. Wat er tijdens de Arabische Lente is gebeurd met de met veel bravoure aangekondigde “Vallei van de Gouden Mummies”, weet geen mens. Althans geen enkele wetenschapper.

Het helpt ook niet dat in Egypte een traditie is ontstaan die echt kan worden aangeduid als het jagen op papyri. Westerse geleerden reisden naar de Nijlvallei om papyri te bemachtigen, waren bereid daarvoor te betalen en boden de bevolking zo een kans om goed geld te verdienen. Terugblikkend op zijn reizen in 1909-1911 schreef Ernest Alfred Wallis Budge (1857-1934) dat hij “urged the natives to search for more unopened graves in ancient Coptic cemeteries, and to try to find me more ancient texts”.

Het is overigens een misverstand dat veel teksten in graven zouden worden gevonden, al is het weleens gebeurd, zoals met het Evangelie van Petrus.

Lees verder “De jacht op papyri”