MoM | Illegale oudheden

ArcheoHotspots zijn ook leuk voor kinderen.

Een maand of wat geleden kreeg ik een vriendelijke brief van iemand die oudheden verzamelde en deze blog volgt. De keuze voor een ouderwets medium vond ik leuk en volgers vind ik ook altijd leuk, dus ik was meteen in een goed humeur. Hij noemde een gemeenschappelijke kennis uit de kunsthandel, wat ik een leuke introductie vond, en wilde me zijn collectie eens tonen, wat ik ook al leuk vond. Meer specifiek vroeg hij alvast mijn aandacht voor enkele papyri die hij lang geleden had aangekocht. Hij wist dat ik daarin geïnteresseerd zou zijn – in papyrologie zit momenteel immers nogal veel oudheidkundig nieuws – en wilde er eens met me over praten.

Zoals te verwachten werd het een aangename middag. Het is altijd fijn als een verzamelaar vertelt, want zo iemand heeft zijn hart erin liggen. Herinneringen hoe hij meteen verliefd was geworden op een mooi Romeins beeldje. Reisverhalen. Een anekdote over een vervalsing. Foto’s van voorwerpen die hij ooit had bezeten maar weer had verkocht.

Lees verder “MoM | Illegale oudheden”

Hoe je niet over archeologie moet schrijven

Verbrande papyri uit Herculaneum

Zoals u weet, trouwe lezer van deze blog, liggen er duizenden onuitgegeven papyri in museumdepots. Vaak niet meer dan fragmenten of snippers, maar er zijn zeer intrigerende teksten bij. In Napels liggen bijvoorbeeld honderden verbrande boekrollen – uit mijn hoofd: achttienhonderd of zoiets – die in de achttiende eeuw zijn aangetroffen in de Villa dei papiri bij Herculaneum.

Om uw eerste angst weg te nemen: die rollen zijn zeker niet vervalst. We weten hoe ze zijn gevonden. Wie zich ermee bezighoudt, bevordert ook de plundering van Egyptische grafvelden niet. Kortom, hier geen schendingen van de wetenschapsethiek. Wel zijn er ruzies tussen de onderzoeksteams én resultaten: de Historiën van de Seneca de Oudere zijn gevonden. Dat is een majeure ontdekking – maar er zijn wel wat vraagtekens. Nogal veel zelfs. Dit is wat we weten:

Lees verder “Hoe je niet over archeologie moet schrijven”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”

De jacht op papyri

Dodenboek van Takerheb (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nog even, bij wijze van vervolg op het stukje over de vervalste Dode Zee-rollen van gisteren, een krabbel over antieke teksten. Die worden meestal gevonden in Egypte, waar het droge klimaat ervoor zorgt dat papyri goed bewaard blijven en waar de overheid onmogelijk alle vindplaatsen kan beschermen. Wat er tijdens de Arabische Lente is gebeurd met de met veel bravoure aangekondigde “Vallei van de Gouden Mummies”, weet geen mens. Althans geen enkele wetenschapper.

Het helpt ook niet dat in Egypte een traditie is ontstaan die echt kan worden aangeduid als het jagen op papyri. Westerse geleerden reisden naar de Nijlvallei om papyri te bemachtigen, waren bereid daarvoor te betalen en boden de bevolking zo een kans om goed geld te verdienen. Terugblikkend op zijn reizen in 1909-1911 schreef Ernest Alfred Wallis Budge (1857-1934) dat hij “urged the natives to search for more unopened graves in ancient Coptic cemeteries, and to try to find me more ancient texts”.

Het is overigens een misverstand dat veel teksten in graven zouden worden gevonden, al is het weleens gebeurd, zoals met het Evangelie van Petrus.

Lees verder “De jacht op papyri”

MoM | Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “MoM | Palimpsesten en verkoolde boekrollen”

De Green-papyri

Je kunt natuurlijk zelf je eigen papyri maken, zoals hier gebeurt, maar je bespaart jezelf veel werk door op eBay wat oud materiaal te kopen. Bijkomend voordeel is dat je niet bent te ontmaskeren met een C14-datering.

Ik blogde onlangs over de Green Collection: een beruchte verzameling oudheden waarvan het vermoeden bestond dat die illegaal tot stand was gekomen. Dat leidde tot FBI-onderzoek en de eigenaren, de Amerikaanse familie Green, hebben inmiddels erkend de Mesopotamische vondsten te hebben aangekocht op de zwarte markt. Ik wees er in mijn stukje op dat de schikking alleen dáárop betrekking had en niet op het Egyptische deel van de collectie, terwijl juist daar het vermoeden sterk was dat er iets niet in de haak was. Van minimaal één papyrusfragment, een vijfde-eeuwse snipper met een deel van Paulus’ Brief aan de Galaten, is namelijk absoluut zeker dat het aangeboden is geweest via eBay. U leest er meer over in Toebosch Onvolprezen Eigen Tijdschrift en wel hier.

Daarbij komt nog dat van Mesopotamische kleitabletten door middel van een techniek die bekendstaat als thermoluminescentie in het lab kan worden vastgesteld dat ze echt zijn. Bij Egyptische papyri kan zoiets niet: zolang een vervalser schrijft op antiek papyrus, voor zijn inkt de antieke receptuur benut en geen scherpe schrijfinstrumenten gebruikt, duidt een koolstofdatering op voldoende ouderdom, ziet een spectrometer niets raars aan de inkt en zijn er met een elektronenmicroscoop geen krasjes waarneembaar. Wetenschappelijk hebben uitsluitend papyri met een erkende herkomst (“provenance”) waarde. Fraude in het Egyptische deel van de Green-collectie is dus ernstiger dan in het Iraakse deel. Dus waarom begon de FBI het onderzoek niet daar?

Lees verder “De Green-papyri”

Papyri

De mythe van Horus en Seth
De mythe van Horus en Seth

Is het kunst, de verzameling Egyptische, Griekse en Romeinse papyri die ik u vandaag ga tonen? Daarover valt een boom op te zetten. De teksten zijn natuurlijk niet bedoeld als kunst: ze dienen om informatie over te dragen. Toch hebben de schrijvers geprobeerd er iets moois van te maken. Dat kun je zien, zelfs als je die oude talen niet kunt lezen: regelmatige handschriften van geoefende klerken. Mensen die, in een samenleving waarin de meeste mensen ongeletterd waren, een zeldzame vaardigheid bezaten en dat wilden tonen door het mooi te doen.

Papyri liggen – bij tienduizenden – in musea, maar worden lang niet allemaal getoond. Het materiaal is namelijk extreem kwetsbaar: door te veel licht kan de inkt al verbleken. (Deze kwetsbaarheid draagt voor mij, om redenen die ik ook niet helemaal kan peilen, bij aan de ervaring dat dit mooi is.) In sommige musea worden de papyri daarom getoond in halfverlichte zalen; in het Neues Museum in Berlijn liggen ze in laden die je moet openen voor je ze kunt bekijken en, wie weet, lezen. Het merendeel der papyri is overigens nog niet gepubliceerd: er is nog voor eeuwen werk voor papyrologen.

Lees verder “Papyri”