MoM | Hoe dateer ik een papyrus?

Fragment uit Euripides’ Melanippe (Neues Museum, Berlijn)

Stel, archeologen graven in Egypte een kleine verzameling papyri op waarop Griekse teksten blijken te staan. Een classicus die de papyri krijgt te zien, herkent iets raars: het is onmiskenbaar poëzie, want de teksten zijn metrisch, maar ze rijmen ook, wat in de antieke dichtkunst ongebruikelijk is. De oudheidkundigen van ons voorbeeld hebben vanaf nu meer vragen dan antwoorden, maar nog voor ze de eigenlijke vraag hebben kunnen stellen (“wat bracht de dichter op het idee van deze poëtische innovatie?”), moet ze weten wanneer die innovatie plaatsvond. Kortom: hoe oud is een papyrus?

Dagtekeningen

In dit geval weten we zeker dat de papyri antiek zijn, want ze komen uit een opgraving. Onze onderzoekers willen echter specifieker zijn. Het liefst hebben ze natuurlijk dat de datum er gewoon op staat. Dit is ook een redelijk gebruikelijke methode om antieke teksten te dateren, aangezien de kalender die in Egypte werd gehanteerd, weinig geheimen kent. Helaas zijn literaire teksten, zoals die in ons voorbeeld, niet vaak voorzien van een dagtekening. Dat is meer iets voor ambtelijke stukken.

Lees verder “MoM | Hoe dateer ik een papyrus?”

Bonus-MoM | Normaalverdeling

Het is niet mogelijk in Nederland de HAVO of het VWO te verlaten zonder een keer het bovenstaande plaatje te hebben gezien. Ik vermoed dat dit ook geldt voor het VMBO maar dat weet ik niet zeker. Het staat voor de normaalverdeling en het geeft een kans aan. Als je het bijvoorbeeld hebt over een koolstofdatering, dan heeft die de vorm van een getal plus of min een ander getal, en dat betekent dan dat er tweederde kans is dat het onderzochte voorwerp zich bevindt in dat interval. In het plaatje: tussen -1σ en +1σ. Verder is er een kans van pakweg 95% dat het zich bevindt tussen -2σ en +2σ en van bijna 99,9% dat het zich bevindt tussen -3σ en +3σ.

Als je werkt met diverse metingen en die combineert, kan het plaatje wat ingewikkelder zijn, en een koolstofdatering wordt vaak geijkt aan de hand van de jaarringencurve, maar over het algemeen is wel duidelijk hoe ’t ’m in elkaar steekt. Er is bijvoorbeeld 68% kans dat het textiel van de Lijkwade van Turijn is vervaardigd tussen 1273 en 1288 en een dikke 95% kans dat het weefsel stamt uit 1262 en 1384. Waar het om gaat: het heet dan wel een koolstof-datering, maar wat je krijgt is een waarschijnlijkheid op een datering.

En je kunt mij veel wijsmaken, maar niet dat dit ingewikkeld is. Zoals gezegd: het wordt behandeld op elke HAVO en elk VWO en vermoedelijk het VMBO. En terecht, want het is belangrijk.

Lees verder “Bonus-MoM | Normaalverdeling”

MoD | Een inconsistente chronologie (2)

(Fantasieloos plaatje voor een stukje waarin ook jaarringdateringen een rol spelen.)

In mijn stukje van vorige week maandag wees ik erop dat de uitbarsting van de Thera een geducht chronologisch probleem vormt. Er spelen ruwweg drie dingen. Eén: er is rond 1630 v.Chr. iets gebeurd waardoor veel stof in de atmosfeer kwam. Het lijkt te zijn gedocumenteerd in jaarringen en hoewel daarover discussie is, wordt het bevestigd door Babylonische Venus-observaties. Twee: die vulkaan is op een bepaald moment uitgebarsten, heeft een stad op het eiland verwoest en heeft as en puimsteen uitgebraakt die is gevonden tot in Egypte. Drie: als je afgaat op het aardewerk, is die rommel daar neergekomen na 1540.

Je kunt nu aannemen dat er twee uitbarstingen (eventueel van twee vulkanen) zijn geweest: de eerste rond 1630, gedocumenteerd in de jaarringen en de Venusobservaties, de tweede alleen bekend uit puimsteen in Egypte maar niet in de jaarringen. Dit is niet helemaal uit te sluiten. Je kunt je weersomstandigheden voorstellen – draaiende wind bijvoorbeeld – die ervoor zouden kunnen hebben gezorgd dat het puimsteen in één korte heftige uitbraak naar Egypte werd gelanceerd, terwijl de as daarna neersloeg in de Middellandse Zee en in noordelijk Afrika, een gebied waarvoor we (althans bij mijn weten) geen dendro-curve hebben. Dit mag dan denkbaar zijn, je bent wel bezig hypothese op hypothese te stapelen: eerst postuleer je een tweede uitbarsting, vervolgens postuleer je specifieke weeromstandigheden. Kortom, je verdubbelt het aantal feiten en vergroot het aantal hypothesen. Dat voelt niet lekker. In jargon: je snijdt je aan het Scheermes van Ockham.

Lees verder “MoD | Een inconsistente chronologie (2)”

Archeologisch nieuws (ja, echt!)

De zuidelijke stallen van Megiddo zijn een voorbeeld van een bouwwerk dat eerst ten tijde van Salomo werd gedateerd, maar jonger leek te zijn. Of misschien is het toch weer anders.

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, ben ik momenteel in Leeuwarden duizenden digitale foto’s online aan het plaatsen die mijn zakenpartner, enkele vrienden en ik de afgelopen vijftien jaar hebben gemaakt. Het is allemaal nog even wennen, maar mijn geadopteerde woonplaats is prettig ontspannen en ik werk hier met plezier. Als ik straks wat sneller kan werken en als ik wat geluk heb, dan is over drie maanden zo niet de hele dan toch een fors deel van de verzameling online beschikbaar voor iedereen die er gebruik van wil maken, bijvoorbeeld via de websites van Tresoar, Vici, het Rijksmuseum van Oudheden of Livius. (Hoewel ik daarnaar link, is er nu nog niets te zien van de fotocollectie.)

Omdat ik én met deze lekkere klus bezig ben én nog wat aan het Friese leven moet wennen – waar is in Leeuwarden om tien uur ’s avonds een supermarkt open? – is er weinig tijd om het nieuws te volgen, maar gelukkig attendeerde Kees Huyser van het NIKHEF, die ook de landkaarten maakte voor Het visioen van Constantijn, me op een artikel dat me anders misschien was ontgaan: “Fluctuating radiocarbon offsets observed in the southern Levant and implications for archaeological chronology debates”. Dit lijkt belangrijk nieuws over de archeologie van het Nabije Oosten.

Lees verder “Archeologisch nieuws (ja, echt!)”

Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel

Col du Montgenèvre
Col du Montgenèvre

Een bericht in verschillende media: wetenschappers zouden hebben vastgesteld dat Hannibal de Alpen zou zijn overgestoken over de Col de la Traversette. Dat weten die wetenschappers doordat daarboven een grote hoeveelheid mest is aangetroffen die met de koolstofmethode precies kan worden gedateerd in de tijd van Hannibal. In die mest zijn bovendien sporen gevonden van een microbe die ook voorkomt in paardenmest.

Het persbericht maakte meteen wantrouwend. Het vermeldde immers als oudheidkundig onderzoek de publicaties van Gavin De Beer, die lang geleden weliswaar heeft geconcludeerd dat Hannibal de Col de la Traversette heeft gebruikt, maar wiens onderzoek geldt als achterhaald sinds eind jaren zeventig de hoogte van de antieke sneeuwgrens bekend werd. Als Hannibal opgemelde Alpenpas zou hebben gebruikt, zou hij 800 meter boven de toenmalige sneeuwgrens zijn geweest – en dat is zelfs voor moderne legers moeilijk. Er is daarom sinds de late jaren zeventig geen discussie over dit onderwerp meer geweest, omdat na de ontdekking van de sneeuwgrens de enige denkbare mogelijkheid de Col du Montgenevre was. U leest er hier meer over.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel”

Oude koran, jonge islam

tehran_mus_islamic_art_quran1
Negende-eeuws Koranhanschrift (Museum van islamitische kunst, Teheran)

Arabieren, dat waren die nomaden uit het zuiden. Soms migreerde een stam naar het noorden, en die vestigde zich dan in de grensprovincies van het Romeinse Rijk of in Mesopotamië, waar de Perzen de macht hadden. Voor Romeinen en Perzen waren de Arabische stammen nuttige militaire bondgenoten en dat was dat. Geen Romein of Pers verdiepte zich in de Arabische cultuur, maatschappij of religie. De Arabieren waren marginaal. Althans, zo was het rond 630.

Twintig jaar later strekte het rijk van kalief Othman zich uit van Tunesië tot Afghanistan. Het Perzische Rijk bestond niet langer, het Romeinse was gehalveerd. De Grieks-Romeinse cultuur was ten einde gekomen, de islamitische beschaving ontluikte.

Lees verder “Oude koran, jonge islam”