De ondergang van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

[Laatste deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Met de brand in de tempel van Jeruzalem (plattegrond) was de catastrofe nog niet voorbij. Nadat de legionairs bij de smeulende tempelruïne een offer hadden gebracht aan hun adelaars, vernietigden ze de wijken ten westen en ten zuiden van de tempel, daalden af naar de Benedenstad (de huidige Joodse Wijk), waar Simon bar Giora nog altijd de macht had. Na die te hebben verwoest, trokken de legionairs naar de Bovenstad (de Armeense Wijk) en bouwden een dam naar het paleis waar ooit de Romeinse procurator had gewoond. Dit keer was er minder tegenstand van de uitgeputte verdedigers. Op 8 september was de hele stad, of wat daarvan restte, in Romeinse handen.

De Joodse leiders trachtten te ontkomen door rioleringen en andere onderaardse gangen, maar omdat de uitgangen waren geblokkeerd, moesten ze ook gangen graven, wat niet altijd lukte. De eerste die zich door de honger gedwongen overgaf was Johannes van Gischala. Daarna was het de beurt aan Simon bar Giora en Josephus houdt weer relevante informatie achter:

Lees verder “De ondergang van Jeruzalem”

Het Vierkeizerjaar

Galba (Archeologisch Museum van Korinthe)

[Negende deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Na de verovering van Jotapata, die ik vorige week heb behandeld, trok de Romeinse generaal Vespasianus naar Caesarea, de hoofdstad van Judea en een van de belangrijkste havens in de regio. Daarmee was de aanvoer van graan, dat uit Egypte moest komen, verzekerd. Vervolgens trokken de legioenen op tegen de boerenmilitie van Johannes van Gischala, die eind 67 gedwongen was zijn posities in Galilea op te geven en naar Jeruzalem te trekken. In de eerste helft van het volgende jaar herstelde het Tiende Legioen Fretensis het Romeinse gezag in de vallei van de Jordaan. Het was tijdens deze campagne dat de bewoners van het gebouwencomplex bij Qumran, dat bekend is geworden van de Dode Zee-rollen, werden verdreven.

Nu Vespasianus de kust, Galilea en de Jordaanvallei beheerste, zou hij van drie kanten af naar Jeruzalem kunnen oprukken. Vermoedelijk wilden de leden van de provisionele regering niets liever dan dat, omdat ze dan een overeenkomst met de Romeinen konden sluiten en erop konden wijzen dat niet zij verantwoordelijk waren voor de golf van extremisme. De heersende klasse van Judea zou dan verder regeren en dankzij de Romeinse wapens zou de orde op het platteland worden hersteld. Maar het mocht niet zo zijn.

Lees verder “Het Vierkeizerjaar”

De Joodse Opstand (4)

Romeins portret, mogelijk Josephus (Les Dossiers d’ Archéologie, 2001)

[Vierde deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

De Joden hadden het garnizoen van Jeruzalem uitgemoord en een Romeinse strafexpeditie verslagen. Ze wisten dat er nu geen compromis met Rome meer mogelijk was. Een nieuwe hogepriester creëerde een provisionele regering waarin ook enkele bij het volk populaire leiders waren opgenomen, zoals de al genoemde Simeon ben Gamaliël. Het nieuwe bestuur lijkt vooral de macht voor de traditionele elite te hebben willen behouden en, als ze eenmaal het radicaliserende volk weer tot de orde had geroepen, onderhandelen met Rome.

Daarom zond het nieuwe bewind generaals naar de andere delen van het land, die zowel de verdediging tegen de legioenen moesten organiseren als de eigen bevolking disciplineren. Josephus kreeg daarbij de belangrijkste sector toegewezen: Galilea in het noorden, waar hij als eerste contact zou maken met de Romeinse troepen. Voor zover bekend had hij geen militaire ervaring, maar hij had in 64 Rome bezocht  – heeft hij de stad zien branden?  – en kende de keizerin. Voor het diplomatieke spel dat een generaal moest spelen, kon dit, zoals zal blijken, aanzienlijke voordelen hebben.

Lees verder “De Joodse Opstand (4)”

De Joodse Opstand (3)

Een Romeinse aquilifer met de adelaarstandaard van zijn legioen, opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

[Derde deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Onze voornaamste ooggetuige, Josephus, bevond zich op het moment van de moord op de messias Menachem in de tempel in Jeruzalem, naar eigen zeggen omdat hij was gevlucht voor de hysterische massa’s. Maar de tempel was in deze dagen wel de laatste plek om veiligheid te zoeken. Het is mogelijk dat Josephus een van de stedelingen was die in het gezelschap van Eleazar de Tempelwacht korte metten kwam maken met de plattelandsmessias. Zekerheid valt niet meer te krijgen omdat de historicus, als zijn eigen rol in het geding is, vaak nogal creatief omspringt met de feiten. Het gegeven dat hij korte tijd later generaal was en niet moe wordt de tactloosheid van de Romeinse gouverneur te benadrukken, bewijst echter dat er een moment is geweest waarop Josephus sympathiseerde met de opstand.

In elk geval moest hij, zoals elke rijke Jood, weinig hebben van het messianisme, dat de maatschappij wilde veranderen en dus niet in het belang was van de gevestigde orde. Zoals nog zal blijken, had hij ook een persoonlijke reden om te verbergen dat er een rijke theorievorming over de messias bestond. Het resultaat is in elk geval dat de Joodse historicus zijn lezers in het ongewisse laat over misschien wel de belangrijkste factor bij de escalatie: dat veel Joden in de strijd tegen Rome rekenden op bovennatuurlijke bijstand en geen reden zagen compromissen te zoeken.

Lees verder “De Joodse Opstand (3)”

De Joodse Opstand (2)

Maquette van Jeruzalem (Museumpark Orientalis)

[Tweede deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 n.Chr. Het eerste deel was hier.]

Tot nu toe was het gewapende verzet tegen de Romeinen een plaatselijke aangelegenheid geweest, beperkt tot Jeruzalem, maar de zaak werd gecompliceerd toen de Sicariërs zich in de strijd mengden. Zij vonden hun deels Joodse, deels niet-Joodse aanhang op het platteland en stonden onder leiding van afstammelingen van Judas de Galileeër, die in 6 n.Chr. leiding had gegeven aan het verzet tegen de annexatie. Zijn zonen Jakob en Simon hadden in 47 een soortgelijke opstand met de dood moeten bekopen, en in 66 was een zekere Menachem aan de beurt, een tot dan toe onopvallende schriftgeleerde.

Hij overviel het arsenaal in Masada, bewapende zijn aanhangers met Romeinse wapens en trok naar Jeruzalem, waar hij de laatste Romeinse hulptroepen in het nauw dreef en een klimaat creëerde waarin de hogepriester kon worden gelyncht. Onmiddellijk daarna zou hij het, volgens Josephus, hoog in de bol hebben gekregen. De commandant van de tempelwacht, Eleazar, was woedend en riep de families van de stedelijke elite bij elkaar.

Lees verder “De Joodse Opstand (2)”

Geweld in Judea (3)

Een deel van de Oorlogsrol (© Israel Museum, Jeruzalem)
Een deel van de Oorlogsrol (© Israel Museum, Jeruzalem)

In de twee eerste stukjes heb ik verteld dat geweld in de oude wereld gebruikelijker was dan bij ons en dat het jodendom daarop reageerde met bijvoorbeeld regels die op de sabbat zelfverdediging toestonden. Ook vertelde ik dat in tijden van gewelddadige onderdrukking enkele in de oude wereld niet zo gebruikelijke toekomstverwachtingen ontstonden: er zou een Eindtijd komen waarin een Mensenzoon een oordeel zou uitspreken, de doden zouden herrijzen en er was een messias die Israël zou herstellen. Dit waren ideeën binnen een veel groter spectrum aan denkbeelden en lang niet elke jood dacht er zo over.

Toen de Romeinen kwamen, werden deze toekomstverwachtingen feilloos geactualiseerd. En dat brengt me bij de vierde stelling, die niet per se betrekking heeft op iedere jood, maar wel op het geheel van joodse opvattingen:

4. Op de komst van Rome werd religieus gereageerd

Lees verder “Geweld in Judea (3)”

Sicariërs

Masada

Een tijdje geleden was er een heus wetenschappelijk congres over de historische achtergronden van Monty Pythons Life of Brian. Ik heb de congresbundel niet gelezen, maar het thema is interessant: welke kennis was er in 1979 over Judea, hoe verwerkten de Pythons die in hun film en hoe kijken we nu naar het vroege Judea?

Allerlei scènes zijn goed gekozen. Discussies over sandalen en kalebassen lijken verdacht veel op de toenmalige halachische debatten, terwijl de Pythons het verzet tegen Rome presenteren als hopeloos verdeeld. Daarvoor valt beslist iets te zeggen.

Lees verder “Sicariërs”