Siciliaanse scheepsrampen

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

Een tijdje geleden wijdde ik twee stukjes aan de expeditie van de Romeinse consul Regulus naar Tunesië. Na een vlootoverwinning op de Karthagers stak hij over naar het huidige Kelibia, plunderde onder andere Kerkouane, versloeg zijn tegenstanders, veroverde Tunis en werd uiteindelijk in 255 v.Chr. door de Spartaanse huurling in Karthaagse dienst Xanthippos verslagen. Ik heb er morgen ook nog iets over te vertellen, maar vandaag iets anders.

Storm

Regulus’ expeditieleger werd geëvacueerd door een Romeinse vloot, die echter in de Siciliaanse wateren verging. Slechts tachtig van de 364 schepen zouden de natuurramp hebben doorstaan. In 253 gebeurde dat nog eens: nog een uit Afrika teruggekeerde vloot liep op de klippen. Weer gingen 150 schepen naar de kelder. Vier jaar later, in de vroege zomer van 249, was het opnieuw raak en daarna zagen de Romeinen voor enkele jaren af van vlootexpedities. Als het waar is, moeten tienduizenden mannen zijn verdronken. En vermoedelijk is het waar. De door Titus Livius overgeleverde censuscijfers tonen namelijk dat het aantal geregistreerde burgers, aan het begin van de Eerste Punische Oorlog nog 382.234, in het jaar 253 was teruggelopen tot 297.797. Of dat voor of na de tweede ramp is gemeten, weet ik niet, maar het verlies aan mensenlevens was catastrofaal.

Uiteraard kan het gewoon toeval zijn, drie heftige stormen in zeven jaar. Maar het gaat om wel heel zeldzaam heftige stormen. Het is logisch dat oudheidkundigen zich hebben afgevraagd of er niet toch iets meer aan de hand is geweest en een mogelijke verklaring is dat de enterbruggen (zie plaatje hierboven) de Romeinse schepen topzwaar maakten, zodat ze bij een geringe bries al in de problemen raakten. Dus geen zeldzaam heftige storm. Deze verklaring veronderstelt echter dat de oorlogsbodems, zelfs als er geen vijand in zicht was, voeren met de brug opgetakeld, klaar voor een aanval. In feite zal de enterbrug op het dek hebben gelegen.

Klimaatonderzoek

Ik vraag me zelf af of er niet toch iets met het weer aan de hand kan zijn geweest.

Zoals u weet zijn jaarringen niet alleen handig om houten voorwerpen te dateren, maar helpen ze ook om uitspraken te doen over het klimaat. De dikte van jaarringen helpt om vast te stellen of bomen makkelijk groeiden en stelt onderzoekers dus in staat uitspraken te doen over vochtigheid en temperatuur. Het is ook mogelijk in jaarringen de beryllium-isotoop 10Be te vinden, die een aanwijzing biedt voor de zonneactiviteit. Als deze afneemt, koelt de aarde een beetje af.

Er zijn meer methoden om het antieke klimaat en klimaatverandering te reconstrueren, zoals kijken naar de expansie en terugtrekking van gletsjers, stuifmeelonderzoek om antieke vegetaties te reconstrueren, de bestudering van ijslaagjes (die ook 10Be bevatten) en de isotoop-analyse van stalagmieten. Heel interessant zijn ook kleitabletten die de jaarlijkse opening van kanalen in de Eufraat en Tigris documenteren, en dus aangeven wanneer de sneeuw begon te smelten in Armenië. In de laatste twee decennia is zo steeds meer duidelijkheid ontstaan over het antieke klimaat. Dat onderzoek is nog in volle gang maar het staat vast dat er verschillen waren tussen toen en nu.

Klimaatverandering

Wat we momenteel denken te weten is dat in de derde eeuw v.Chr. een einde was gekomen aan een fase van relatief geringe zonneactiviteit en iets lagere temperaturen. De temperaturen in het Middellandse-Zee-gebied begonnen wat te stijgen en de gletsjers weken terug, terwijl in oostelijk Europa de temperatuur afnam. In Noord-Frankrijk, Midden-Europa en het Iberische Schiereiland werd het wat vochtiger.

Dit patroon is herkenbaar: het suggereert een afname van de Noord-Atlantische Oscillatie, wat een deftige manier is om te zeggen dat het verschil kleiner werd tussen het hogedrukgebied dat meestal boven de Azoren ligt en het lagedrukgebied dat meestal boven IJsland ligt. Dit betekent dat de westenwind die vanaf de Atlantische Oceaan naar Ierland waait, in kracht afneemt. Anders gezegd: de eerste helft van de derde eeuw v.Chr. werd gekenmerkt door wat fluctuaties, die voorafgingen aan de stabiele periode die bekendstaat als het Romeinse Klimaat-optimum.

Verouderde zeemanswijsheden

Het is denkbaar dat de afname van de westenwind een blokkade wegnam, waardoor de zuidenwind wat makkelijker vrij spel kreeg en het inderdaad vaker stormde in de wateren rond Sicilië. Een klimaatverandering die denkbaar is, is echter niet per se bewijsbaar. Dat kan nog eens gebeuren, maar voorlopig is het niet zo ver. We weten echter wél dat het klimaat aan het omslaan was. Dat betekent dat de betrouwbaarheid van beproefde zeemanswijsheden in deze tijd afnam en dat antieke zeelieden minder goed waren toegerust op wat buitengaats kon gebeuren.

Ik heb geen idee of dit klopt. Schiet me maar lek. De reageerpanelen staan ervoor open.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

14 gedachtes over “Siciliaanse scheepsrampen

  1. Jort Maas

    Zeemanswijsheden of niet, onverwachte situaties kunnen op het water altijd voorkomen. Zeelui zijn daar over het algemeen wel op bedacht, alhoewel men zich natuurlijk niet overal op kon voorbereiden. Of het risico groter werd door klimaat? Interessante vraag, klinkt niet onaannemelijk.

    1. Ja, ik denk ook dat het plausibel is dat er een klimaatomslag was. Als er een Romeins Klimaatoptimum was, moet het ook een keer zijn begonnen en dat was de derde eeuw. Mijn aarzeling is vooral dat historici al twee eeuwen bij alles wat ze niet kunnen verklaren het veranderende klimaat inroepen.

      En het kan natuurlijk blind toeval zijn, drie verwoestende stormen in zeven jaar.

      Overigens zou het wegvallen van een blokkade, en meer ruimte voor de zuidenwind, verklaren waarom Cato de Oudere in drie dagen vijgen vanuit Karthago naar Rome wist te krijgen en waarom een oversteek naar het zuiden vaak langer dan verwacht ging.

      1. Jort Maas

        Inderdaad, een enkele ‘case’ is in dit geval niet genoeg om een van beide hypothesen te weerleggen. Misschien als er een waargenomen toename was aan schipbreuk of andere argumenten die je ook als laatste in je vorige bericht noemt. Dat een veranderend klimaat helemaal geen invloed zou hebben is natuurlijk ook moeilijk te verdedigen.

  2. Frans Buijs

    Nog een idee: zou het te maken kunnen hebben met de kwaliteit van de schepen en de zeelui? Als er echt zo veel mannen verdronken, blijven er natuurlijk ook minder ervaren zeelui over. ’t Is maar een losse gedachte.

  3. Adriaan Gaastra

    Bij de invloed van klimaatverandering zou je in dit geval misschien ook moeten kijken of er in deze tijd ook meer koopvaardijschepen zonken en of er vaarroutes verlegd werden. Dit soort informatie zal helaas wel schaars zijn voor deze periode. In de middeleeuwen en in de vroegmoderne tijd voer de koopvaardij meestal volgens regelmatige, vaststaande schema’s, waarop zaken als weersomstandigheden per seizoen, vaste vaarroutes, proviandering (versheid van voedsel), beschikbaarheid van personeel voor bemensing van schepen en beschikbaarheid van handelswaar een grote invloed uitoefenden. Ik kan me voorstellen dat de uitzending van oorlogsvloten gedeeltelijk incident-gestuurd was en dat zulke vloten misschien niet op vaste vaarroutes voeren. Misschien was een goede bemanning voor schepen ook niet altijd voor handen (hierboven al door iemand opgemerkt) als ineens grote aantallen mensen voor heel veel schepen gevraagd. Hetzelfde kan gelden voor de constructie van schepen of de kwaliteit van het bouwmateriaal als er in korte tijd grote hoeveelheden schepen geleverd moesten worden. Dit zijn variabelen waar je ook rekening mee moet houden.

  4. Theo de Graaff

    ‘Een klimaatverandering die denkbaar is, is niet per se bewijsbaar’ zeg je achterin bij verouderende zeemanswijsheden. Maar (de verandering naar) het Romeins Klimaatoptimum is toch bewezen, dat laat je overduideijk zien in dit stukje.
    Ik vind het wel opvallend dat in een tijdsbestek van 7 jaar er zich 3 keer een grote ramp voordoet. Dat van die enterbruggen is natuurlijk pure onzin, dit overkomt zeelui niet. Of benoemden de Romeinen aristocraten/generaals tot admiraals, die van de zee geen verstand hadden? Dat is wel vaker in de krijgsgeschiedenis gebeurd.
    Ik vind die afname van de westenwind niet eens zo gek, want die waaide vanaf de Atlantische ook over Spanje en Frankrijk. Maar als dit de oorzaak zou zijn, dan zou je over een veel langere periode dit soort incidenten moeten hebben bemerkt, tot het weer in de stabielere fase was beland die we het Romeins Klimaatoptimum noemen.

    1. FrankB

      “….. die van de zee geen verstand hadden?”
      Eén keer wil ik best geloven, maar niet drie keer in zeven jaar. Romeinen leerden van hun fouten.

      “….. dan zou je over een veel langere periode …..”
      Ja, zodat we toch weer bij toeval uitkomen. Toevallige weersomstandigheden en beginnende klimaatverandering hoeven elkaar niet uit te sluiten.

  5. Is het bekend of de Karthaagse (of andere) vloten ook ineens meer last van stormen hadden? Als dat het geval was worden klimatologische omstandigheden aannemelijker, maar als dat niet het geval was dan wordt slecht zeemanschap aannemelijker. Mij is altijd geleerd dat de Romeinse vloot in die tijd tamelijk pril was en dat de Romeinse zeelui of commandanten over het algemeen weinig ervaren waren. Hoe zit het eigenlijk met de handels- en visserijvloot van de Romeinen in die tijd? Was er die of vertrouwden ze voornamelijk op niet-Romeinen? Zoals gebruikelijk meer vragen dan antwoorden…

  6. Dirk Zwysen

    Het zou toch wel erg toevallig zijn dat uitzonderlijk grote vloten telkens getroffen worden door uitzonderlijke weersomstandigheden. Als de beschreven expedities inderdaad uitzonderlijk groot waren, dan neig ik eerder naar menselijke fouten: ondermaatse scheepsbouw, onervaren leiders en bemanning…
    Of kwamen zulke omvangrijke vloten vaker voor? Dan is het aannemelijker om bij de rampen extreem slecht weer te veronderstellen.
    Waarschijnlijk hadden ze gewoon allemaal een Diagoras van Melos aan boord, de Griekse Jona.

    1. FrankB

      “Het zou toch wel erg toevallig zijn …..”
      Tja, het is ook wel erg toevallig dat iemand drie keer de hoofdprijs in een loterij wint of zeven keer door de bliksem wordt getroffen. Toch komt zulks voor.

  7. Jacob Krekel

    Er is ook nog de vraag hoe betrouwbaar de cijfers van Livius zijn. Zijn die 382.234 geregistreerde burgers allemaal Romeinse mannen? Dan zou dat een kwart van de Romeinse bevolking zijn, en had Rome in 265 vC al 1,5 mln inwoners, want de bondgenoten werden pas veel later burger. Zelfs als de vrouwen meetelden lijkt me 760000 rijkelijk veel.

  8. Jacob Krekel

    En dan is er nog de kwestie van het bouwen van al die schepen. Dat kun je niet zo maar uit het niets. De hoeveelheid hout en manuren om één schip te bouwen is neit gering, laat staan 360. Ik kan zo gauw niet vinden hoe groot een Romeins oorlogsschip was, maar gezien het aantal mensen dat erop gepast zou moeten hebben was het een behoorlijk schip. Wel vond ik dat in 261 de Senaat opdracht gaf tot de bouw van 100 quinquiremen en 20 biremen. (Goldsworthy, Adrian (2000), The Fall of Carthage: The Punic Wars 265–146 BC,) Waarbij ik aanteken dat honderd een mooi rond streefgetal is, en het dus helemaal niet zeker is dat die honderd er ook kwamen.

  9. Is Caesar ondertussen nog Marseille aan het belegeren? Want hij stampte ook een vloot uit de grond die nog onder discussie ligt. Misschien hadden de Romeinen toch wel ‘lange-termijn-vlootprogramma’s’ en hoefden ze niet steeds ad hoc schepen te bouwen.

    Wat betreft die enterbruggen, ik ga er van uit dat bij naderende storm die dingen snel over boord gaan als ze risico zouden opleveren.

Reacties zijn gesloten.