IJsonderzoek

Ik geloof dat ik al een paar keer heb verwezen naar oudheidkundig klimaatonderzoek naar ijslaagjes, maar ik heb dat ijsonderzoek nog nooit werkelijk uitgelegd. Laten we daar vandaag eens verandering in brengen.

Het principe lijkt op dat van jaarringonderzoek. Elke winter valt er sneeuw en in het hooggebergte en in de poolgebieden blijft die liggen. Het verandert in een ijslaagje, en dat bevroren hemelwater biedt een aanwijzing voor de samenstelling van de atmosfeer. We beschikken bij mijn weten over drie meterslange boorkernen, alle drie uit Groenland. Daarin zijn bijvoorbeeld vulkaanuitbarstingen te herkennen, want zo’n ontploffende berg stuurt een hoop rommel de lucht in en de sulfaten blijven wereldwijd hangen. Ik herinner me de opwinding – ik denk eind jaren tachtig – toen dit onderzoek begon en men de sporen vond van een enorme uitbarsting in 1614 v.Chr., die destijds werd toegeschreven aan de ontploffende Thera. Die uitbarsting is belangrijk voor de chronologie van het Egeïsche Zee-gebied.

Lees verder “IJsonderzoek”

Het Romeins klimaatoptimum

Het Romeins klimaatoptimum maakte de bewoning van de woestijn mogelijk. Dit is het badhuis van Bu Njem. Uit ostraca weten we dat er zelfs genoeg hout was om het warm te stoken.

Al ruim twee jaar schrijf ik elke week een stukje over de laatste druk van het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Dat doe ik niet om de auteurs de levieten te lezen, maar om te kijken of mijn kennis in de pas loopt met recente inzichten. Ik schrijf dan meestal over zaken die de auteurs, een handboek zijnde een handboek, moeten overslaan of vereenvoudigen. Feitelijk verken ik de stof van het werkcollege naast het handboekcollege, waarbij de docenten de complexiteit uitleggen. Soms denk ik echter: dit moet echt anders. Zoals nu. Een van de grote innovaties van de eenentwintigste eeuw ontbreekt: de klimaatwetenschap. Ik lees broksgewijs en kan iets over het hoofd zien, maar het Romeins klimaatoptimum lijkt onvermeld te zijn.

Wetenschapsleer voor eerstejaars

Verplaats u even in de eerstejaarsstudent voor wie het handboek is bedoeld. Die leert bij de colleges wetenschapsleer dat onderzoekers werken met data – denk aan opgravingen, denk aan tekstuitgaven – maar dat patronen niet spontaan zichtbaar worden. Die herken je pas als je een vraag gaat stellen en die vraag is een reactie op de actualiteit. Vandaar het hoge in-de-Oudheid-hadden-ze-ook-gehalte van mijn vak: terwijl de huidige onderzoekers kijken naar ecologische en klimatologische kwesties, keken ze in de jaren negentig naar globalisering en wereldgeschiedenis, was in de jaren tachtig gender een populair onderwerp en was er in de jaren zeventig aandacht voor de sociale en economische verhoudingen. Je vertrekpositie verandert voortdurend. En dus verandert ook de Oudheid voortdurend.

Lees verder “Het Romeins klimaatoptimum”

Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek

De Derde Punische Oorlog werd onvermijdelijk toen Massinissa, de koning van Numidië, te machtig werd en dreigde Karthago in te nemen. Romes beleid was erop gericht in Afrika geen al te machtige staat te laten ontstaan. Om die reden had het Karthago geholpen toen het tijdens de Huurlingenoorlog dreigde te verliezen. Om die reden had het Sardinië aan Karthago ontnomen toen het de Huurlingenoorlog had gewonnen. En om die reden had het Massinissa lange tijd gesteund. Maar in 149 was er geen andere mogelijkheid meer dan voorwaartse verdediging: annexatie.

De vijgen van Cato

Het uitbreken van de Derde Punische Oorlog zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven met de Romeinse politicus Cato de Oudere. Deze zou zijn toespraken steeds hebben beëindigd met de opmerking dat hij voor het overige van mening was dat het beter was als Karthago niet langer bestond. Bij één gelegenheid zou hij tijdens een Senaatsvergadering enkele vijgen hebben getoond die pas drie dagen eerder zouden zijn gekocht op een Afrikaanse markt. Niebuhr, de grondlegger van de Romeinse geschiedenis als wetenschap, schijnt de eerste te zijn geweest die erop attendeerde dat zeilschepen er doorgaans wat langer dan drie dagen over doen om van Tunesië naar Midden-Italië te varen. Mijn leermeester Pieter Willem de Neeve gebruikte het vijgenverhaal als voorbeeld dat je de bronnen niet kritiekloos moet geloven.

Lees verder “Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek”

Siciliaanse scheepsrampen

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)

Een tijdje geleden wijdde ik twee stukjes aan de expeditie van de Romeinse consul Regulus naar Tunesië. Na een vlootoverwinning op de Karthagers stak hij over naar het huidige Kelibia, plunderde onder andere Kerkouane, versloeg zijn tegenstanders, veroverde Tunis en werd uiteindelijk in 255 v.Chr. door de Spartaanse huurling in Karthaagse dienst Xanthippos verslagen. Ik heb er morgen ook nog iets over te vertellen, maar vandaag iets anders.

Storm

Regulus’ expeditieleger werd geëvacueerd door een Romeinse vloot, die echter in de Siciliaanse wateren verging. Slechts tachtig van de 364 schepen zouden de natuurramp hebben doorstaan. In 253 gebeurde dat nog eens: nog een uit Afrika teruggekeerde vloot liep op de klippen. Weer gingen 150 schepen naar de kelder. Vier jaar later, in de vroege zomer van 249, was het opnieuw raak en daarna zagen de Romeinen voor enkele jaren af van vlootexpedities. Als het waar is, moeten tienduizenden mannen zijn verdronken. En vermoedelijk is het waar. De door Titus Livius overgeleverde censuscijfers tonen namelijk dat het aantal geregistreerde burgers, aan het begin van de Eerste Punische Oorlog nog 382.234, in het jaar 253 was teruggelopen tot 297.797. Of dat voor of na de tweede ramp is gemeten, weet ik niet, maar het verlies aan mensenlevens was catastrofaal.

Lees verder “Siciliaanse scheepsrampen”