Libanees dagboek: Byblos

De antieke haven van Byblos, of beter, het gebied er vlak voor. De eigenlijke aanlegplaats lag rechts maar is verzand.

De tweede dag in Libanon volgde op de tweede nacht in dat land – en wat heb ik slecht geslapen. De oorzaak daarvan was de generator naast onze kamer. Slecht uitgerust begonnen we aan de dag, maar dat mocht de pret niet drukken van het weerzien met Françoise en Elie, over wie ik al eens eerder heb geschreven. Er viel een hoop bij te praten. De rit naar Jbeil, het antieke Byblos, vloog voorbij.

Byblos

Waarom Byblos? Ik schreef al dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de antieke havenstad organiseert. Er waren al eerder exposities over bijvoorbeeld Petra, Karthago en Nineveh. Je zou Dorestad, dat onderdeel is van de vaste collectie, kunnen toevoegen aan dit rijtje. Byblos illustreert hierbij hoe lastig het concept stad is, want het gaat om een haven met tempels en een paleis. We kennen ook de koninklijke graven en de graven van de aristocratische families. De huizen van de gewone mensen zijn echter slecht bekend, terwijl er vissers, boeren, houthakkers en stuwadoors moeten zijn geweest.

Het bijzondere van Byblos is echter niet alleen dat het een bult vol monumentale architectuur is geweest. Dit was ’s werelds eerste internationale haven. De voorloper van Rotterdam en Antwerpen.

Als stad ontstaan in de tweede helft van het vierde millennium v.Chr., begon Byblos in de drieëndertigste eeuw cederhout te exporteren naar Egypte. Byblos kon dit doen omdat het met de rivier de Adonis beschikte over een manier om boomstammen naar de kust te brengen. Er was bovendien een geschikte haven. Archeologen hebben er lang naar gezocht maar de aanlegplaats onlangs geïdentificeerd.

Cederhout – en dus: het bewijs voor internationale handel – is in Egypte voor het eerst gevonden in het graf van Schorpioen I in Abydos. Dit was een koning uit de “nulde dynastie”, d.w.z. de eerste heersers in het Nijldal, regerend in de Naqada-periode. Zo groot was de impact van de overzeese handel op de Egyptische cultuur, dat zeewaardige schepen nog eeuwenlang Byblosschepen zouden heten. Ook als ze voeren op de Rode Zee.

De tempel van de Dame van Byblos

Gedurende de Vroege en Midden-Bronstijd was de relatie tussen Egypte en Byblos uniek. De havenstad werd schatrijk. Andere steden volgden het voorbeeld: overal ontstond koopvaardijvaart. De groeiende concurrentie schaadde de welvaart van Byblos nauwelijks, want het totale handelsvolume groeide. Uniek was de havenstad echter niet meer. Ze zou zichzelf later, in de hellenistische of de Romeinse tijd, opnieuw uitvinden als bedevaartsoord.

Filmpjes

We hebben een groot deel van de dag besteed aan het maken van korte filmpjes. Ik zal ze bij gelegenheid online plaatsen. Verwacht geen Hollywood, want dat is het natuurlijk niet als je met een telefoon en een microfoon je filmpjes maakt, maar ik denk dat ze aardig genoeg zijn.

Toen we klaar waren en vanuit het Kruisvaarderskasteel het opgravingsterrein verlieten, liepen we de archeologe tegen het lijf die de haven heeft weten te identificeren. We hebben even gesproken en zijn toen snel gaan lunchen bij het strand. Het was opnieuw gezellig, maar we hadden meer te doen, dus we zagen af van een digestieve kop koffie. Dat zou een grote fout blijken te zijn.

Het laatste deel van de Romeinse pelgrimsstraat, met een fontein en achteraan een Kruisvaarderskasteel

We maakten nog een filmpje van de Romeinse pelgrimsstraat – nog altijd de weg waarover je Jbeil binnenrijdt – en bekeken de haven. Filmen bij de Nahr al-Kalb bleek onmogelijk, en daarmee zat het werk erop.

Beiroet

Terug in Beiroet bezochten we de plek van de ontploffing, nu anderhalf jaar geleden. Ik heb daar vlakbij in een hotel geslapen en ook weleens in een restaurant geluncht, maar kon de plek niet terugvinden. De silo in kwestie staat er nog, en overal hangen bordjes met foto’s van de mensen die hier om het leven zijn gekomen.

De plaats van de ontploffing met een monument

Françoise wilde de dag niet negatief eindigen en nam ons mee naar het Sursock-paleis, waar een kleine schilderijententoonstelling was. Echt veel tijd hadden we er niet voor en door de avondspits reden we terug richting hotel. Mijn vriendin en ik deden inkopen en bekenden elkaar, terugwandelend naar het hotel, dat we berstende koppijn hadden. Dat komt ervan als je de hele dag geen koffie drinkt. Gelukkig kun je overal neerstrijken voor een bakje pleur, zodat ik dit schrijf met aanzienlijk minder hoofdpijn.

Dit was voor mij een werkdag, maar ik geloof niet dat het verboden is plezier in je werk te hebben.

[Morgen meer. Full disclosure: het Rijksmuseum van Oudheden heeft me een tegemoetkoming gegeven in de reiskosten voor mijn bezoek aan Libanon.]

4 gedachtes over “Libanees dagboek: Byblos

  1. Saskia Sluiter

    Bij deze zee zou het hart van Jacob Krekel een sprongetje hebben gemaakt…
    (Waren de Grieken en Romeinen kleurenblind?)

  2. Frans Buijs

    Ik hou van beschaving
    Ik wil een keurig nette verslaving
    Dus doet u mij… Eén kopje koffie

  3. Ben Spaans

    En met de ernstigste economische crisis sinds 1850 (wereldwijd) nog steeds gewoon een avondspits…🤔

Reacties zijn gesloten.