De Oude Man van Masyaf

Ik blogde gisteravond over de Oude Man van de Berg en vertelde dat die Hassan-i Sabah heette, rond 1100 in Alamut in Noordwest-Iran zijn hoofdkwartier had en leiding gaf aan een islamitische sekte. In de twaalfde eeuw kreeg die een tweede basis in Masyaf in het westen van Syrië. Deze groep mensen wordt weleens nizarische ismaïli’s genoemd en ook wel Assassijnen. De leider hier heette Abu Mohammed.

Moord

In 1152 liet hij graaf Raymond II van Tripoli, de zoon van de Pons van Tripoli over wie ik al eens blogde, uit de weg ruimen. Bisschop Willem van Tyrus, de auteur van een belangrijke bron over de Kruisvaardersstaten, vertelt:

Terwijl de graaf nu de stadspoort binnenging en in zijn geheel niks boosaardigs vreesde, kwam hij bij de ingang van de poort, tussen de muur en de borstwering, doorboord door de zwaarden van de Assassijnen, op een vreselijke manier om het leven. Samen met hem kwam ook een bekende en nobele man om het leven, Radulfus van Merle, en een soldaat, die beiden toevallig zich aan de graaf als metgezel hadden aangeboden op die reis. (Geschiedenis van de landen overzee 17.19; vert. Frank Bosman)

Wat het motief is geweest van deze actie, is niet met zekerheid bekend, maar niets weerhoudt ons ervan te speculeren. Raymond II had, na een aanvankelijk succesvolle regering, de verdediging van zijn graafschap moeten uitbesteden. De Hospitaalridders hadden bijvoorbeeld de Krak des Chevaliers gekregen en de Tempeliers de havenstad Tartus. Het is mogelijk dat Abu Mohammed daarop zelf een oogje heeft gehad om via de zee contact te maken met ismaïli’s in Egypte. In elk geval voelden de Tempeliers zich na de moord op graaf Raymond vrij wraak te nemen. Ze trokken de bergen over naar Syrië, versloegen de Assassijnen en legden hun een schatting op.

Rashid ad-Din Sinan

Ik citeerde zojuist uit het onlangs verschenen boek De oude man van Masyaf van Frank G. Bosman. Hij heeft alle westerse teksten over de nizarische ismaïli’s in het Nederlands vertaald en becommentarieerd. Het is een feest om te lezen, vooral omdat er zoveel legendevorming en verwarring is. Zo wordt ook de opvolger van Abu Mohammed, de in 1164 aangekomen Irakees Rashid ad-Din Sinan, aangeduid als de Oude Man van de Berg.

Sinan zocht naar samenwerking met koning Amalrik I van Jeruzalem. Logisch, want hij kon niet vertrouwen op de soennitische moslims in de omgeving. Zeker niet omdat een jonge leider, Saladin, steeds invloedrijker werd en berucht was om zijn afkeer van alles wat sji’itisch was. De onderhandelingen waren zeer succesvol – totdat de Tempeliers er lucht van kregen dat een van de bepalingen was dat de Assassijnen hun schatting niet meer hoefden te betalen. In 1173 doodden de Tempeliers de Assassijnse onderhandelaar.

Dit was voor de Kruisvaarders het begin van het einde. De koning van Jeruzalem was woedend op de Tempeliers, maar toen hij korte tijd later overleed, was er alleen een minderjarige opvolger, Boudewijn IV de Melaatse. De regent was Raymond III van Tripoli, die nog een rekening had te vereffenen met de moordenaars van zijn vader. Hij verbond zich met Saladin. De Kruisvaarders verloren een bondgenoot en de verdeeldheid die nu was ontstaan, duurde voort tot de nederlaag bij Hattin.

Bekering

Ik heb Bosmans boek over de legendevorming rond de Assassijnen met buitengewoon veel plezier gelezen. Omdat het gaat over het ontstaan van die legendes, waarvan Marco Polo zo’n curieus voorbeeld is, reflecteert Bosman in de eerste helft van het boek voortdurend op wat er feitelijk aan de hand kan zijn geweest. (In de tweede helft gaat het over latere beeldvorming, culminerend in Angels and Demons van Dan Brown en Assassin’s Creed.)

Op één punt had ik meer willen weten dan Bosman toelicht. In het kader van de onderhandelingen tussen Rashid ad-Din Sinan en koning Amalrik zouden de Assassijnen hebben toegezegd zich te bekeren tot het christendom. Althans, volgens de christelijke auteurs Walter Map en Willem van Tyrus. Bosman legt een verband met het in deze jaren onder ismaïli’s populaire idee dat de Eindtijd was aangebroken en dat allerlei islamitische regels konden worden opgeschort. Willem van Tyrus vermeldt dat de Assassijnen varkensvlees waren gaan eten en wijn dronken. Die opschorting zouden de christenen hebben uitgelegd als eerste stap richting kerstening.

Misschien is er meer aan de hand. In de Middeleeuwen – en ook nog later – hebben moslims zich regelmatig laten dopen. Dat wil niet zeggen dat ze zich bekeerden; het was gewoon een gangbaar ritueel om je te beschermen tegen kwade geesten. Dat was eeuwenlang goed gegaan, waarom zou je het niet doen? Ik zou me een scenario kunnen voorstellen waarin Rashid ad-Din Sinan het doopsel accepteerde omdat hij wist dat hij daarmee vrienden maakte. En als ik mag goropiseren: de woorden nizariyya (nizari’s) en nasara (nazarenen, christenen) lijken wel enigszins op elkaar.

Misverstanden en speculaties

Kortom, er was ruimte voor misverstanden. De christenen zullen, zoals Bosman schrijft, zeker niet hebben begrepen wat het opschorten van de islamitische regels betekende; er waren misschien meer mogelijkheden om elkaar niet te begrijpen. En er is nog een mogelijkheid: dat het gewoon waar is en dat de Assassijnen zich werkelijk wilden bekeren tot het christendom.

Bosman waagt zich wijselijk niet aan speculaties. Hij beperkt zich tot het ontstaan en de ontwikkeling van de Assassijnse legende. De oude man van Masyaf is een fascinerend boek.

Deel dit:

6 gedachtes over “De Oude Man van Masyaf

      1. Frans Buijs

        Dat is een ouwetje. Maar ik geloof inderdaad dat Arabische historici hun eigen kijk op de kruistochten hebben waar we hier in Europa maar weinig van mee krijgen. Misschien iets voor een volgende blog?

          1. Frans Buijs

            Dat laat in ieder geval zien dat hoe het westen denkt over het oosten en hoe het oosten denkt over het westen volkomen door elkaar loopt.

Reacties zijn gesloten.