Cornelis de Bruijn (9) Perzië

Sjah Soltan Hoseyn, tijdens wiens bewind Cornelis de Bruijn Isfahan bezocht

Dit is het negende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Sjah Soltan Hoseyn

Perzië was niet meer wat het was geweest toen Cornelis de Bruijn op 21 juli 1703 aankwam in Derbent. Een eeuw lang was het een supermacht geweest en had het zijn grenzen uitgebreid tot voorbij de Kaukasus, tot aan het Aralmeer en tot in Afghanistan. De koningen waren aanhangers van de sji’itische islam, maar waren over het algemeen tolerant en hadden veel gedaan om de handel te bevorderen en de landbouw te ontwikkelen. Europese kooplieden waren een vertrouwd gezicht in de Perzische hoofdstad Isfahan.

In 1694 was echter Sjah Soltan Hoseyn aan de macht gekomen, een diep religieus man die ooit zijn paleis liet afbranden omdat het vuur evident de wil was van God. De Bruijn, die zich doorgaans onthoudt van al te harde kritiek, vermeldt dat de Perzen klaagden over de onpraktische houding van hun koning.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (9) Perzië”

Op weg naar de Chouf

Op weg naar de Chouf

Een van de allermooiste boeken over het moderne Midden-Oosten is From the Holy Mountain van William Dalrymple. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Het gaat over hoe het christendom verdwijnt uit de regio waar het ooit is ontstaan. Maar Dalrymple heeft meer te vertellen. Bijvoorbeeld over zijn reis naar de Chouf, het zuidelijk deel van het Libanongebergte, waar de druzen wonen. Onderweg kwam hij door het sjiitische deel van Beiroet en maakte hij zich vrolijk over de Hezbollah-propaganda.

***

De weg naar de Chouf liep door de smerige zuidelijke buitenwijken van Beiroet. Dertig jaar geleden grensde deze weg aan Ouzayeh Beach, het Ipanema van het toenmalige Libanon, de favoriete uitgaansgelegenheid van tout Beiroet. Nu is het Hezbollah-gebied en een uitgestrekte sloppenwijk van schrootmetalen hutten. De strook tussen de weg en het inmiddels bijna onzichtbare strand is bezaaid met zulke hutjes, met goedkope restaurants en met vervallen bakkerijen.

Lees verder “Op weg naar de Chouf”

Sidon en Tyrus in 1047

Sidon, Vrijdagsmoskee

Zoals ik al eens vertelde, kwam de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. Ik vertelde al over zijn bezoek aan Tripoli en Beiroet. Vandaag gaan we verder naar het zuiden.

Sidon

Van Beiroet gingen we verder naar de stad Sidon, eveneens aan zee. Ze verbouwen daar veel suikerriet. De stad heeft een goed gebouwde stenen stadsmuur met vier poorten. Er is een mooie Vrijdagsmoskee, zeer aangenaam gelegen. Het interieur is helemaal bedekt met matten met allerlei gekleurde motieven.

Lees verder “Sidon en Tyrus in 1047”

Tripoli in 1047

De laat-middeleeuwse fontein in de Vrijdagsmoskee van Tripoli

Nasir Khusrau, die eigenlijk Abu Mu’in Hamid al-Din Nasir ibn Khusrau ibn Harith al-Qubadiyani al-Marvazi heette en leefde van 1004 tot ca. 1080, was een Perzische dichter en filosoof. Hij was ook een ismaïli, wat betekent dat hij behoorde tot een destijds belangrijke sjiitische groep. Ik blogde daar al eens eerder over. In 1046, vertrok Nasir Khusrau vanuit zijn geboortestad, ergens in het noorden van het huidige Afghanistan, voor een reis naar Mekka. Hij ging verder naar Egypte, waar destijds een ismaïlisch kalifaat bestond, de Fatimiden. In Nasir Khusraus Safarname, “het boek der reizen”, doet hij verslag van zijn zevenjarige tocht.

In 1047 trok hij door wat nu Libanon heet. Zijn beschrijving is niet alleen waardevol omdat de auteur, net als zijn oudere tijdgenoot Ferdowsi, een van degenen was die het Perzisch als spreektaal propageerde, maar ook omdat hij vertelt hoe het Nabije Oosten er kort voor de Kruistochten uitzag. Zo beschrijft hij de stad Tripoli, die jarenlang werd belegerd door Raymond van Saint-Gilles en pas in 1109 werd ingenomen. De beschrijving van de stadsmuren en de ribats (een soort klooster-kastelen) maakt wel duidelijk waarom.

Lees verder “Tripoli in 1047”

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

Tunesië onder de Aghlabiden

Moskee van Kairouan

In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.

Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.

Lees verder “Tunesië onder de Aghlabiden”

Musa as-Sadr

Musa as-Sadr in Tyrus

Ik vertelde eergisteren over de familie As-Sadr, die in de sji’itische wereld een vooraanstaande rol speelt: vermogend, geleerd, open voor de moderne wereld en voldoende gekeerd tegen illegale machthebbers om enkele dodelijke slachtoffers in de gelederen te hebben. Het meest opvallend is de executie van broer en zus Muhammad Baqir en Amina in 1980. Twee jaar eerder was het de beurt geweest van hun familielid Musa as-Sadr.

Geboren in 1928 en opgeleid in Qom en Najaf, kwam Musa as-Sadr in 1959 aan in de Libanese havenstad Tyrus, waar hij in de moskee een functie had als imam, voorganger. Een geschoold man met internationale contacten in een deel van de sji’itische wereld dat we mogen typeren als achtergebleven. Zuidelijk Libanon had nauwelijks meegeprofiteerd van de economische groei van de rest van het land. Als Beiroet in de jaren zestig het Parijs van het Midden-Oosten was, waren de sji’itische gebieden de banlieu. De zuidelijke sji’ieten waren vaak ook niet goed geschoold. Het was in dit achterstandsgebied dat Musa aankwam. En deze geestelijke was niet bereid tot inschikkelijkheid.

Lees verder “Musa as-Sadr”

De familie As-Sadr

De familie As-Sadr: links Musa, rechts Moqtada

In het zuiden van Nederland en in België staan kruisbeelden op de plattelandskruisingen. Ga je naar steden als Maastricht, Luik of Antwerpen, dan zijn er Mariabeelden. Het landschap is gekerstend. Het Midden-Oosten is niet anders. Waar christenen wonen, zie je afbeeldingen van de heiligen, en waar moslims wonen, zie je de afbeeldingen van inspirerende geestelijken. De grens tussen heiligen, geestelijken en politiek leiders is overigens vloeiend.

In Libanon zie je bijvoorbeeld vaak het portret van Musa as-Sadr, die in de jaren zeventig de sji’itische bevolkingsgroep organiseerde. Dat was nodig. Het bestel werd beheerst door soennieten en christenen, terwijl de sji’ieten in het zuiden van het land klem zaten tussen Israël en de Palestijnen, die in Libanon bases hadden. Israël en de Palestijnen beschoten elkaar, de sji’ieten zaten er tussenin en Musa as-Sadr overtuigde ze ervan niet te zwelgen in zelfmedelijden. Later meer over hem. Nu eerst zijn familie.

Lees verder “De familie As-Sadr”

De Oude Man van Masyaf

Ik blogde gisteravond over de Oude Man van de Berg en vertelde dat die Hassan-i Sabbah heette, rond 1100 in Alamut in Noordwest-Iran zijn hoofdkwartier had en leiding gaf aan een islamitische sekte. In de twaalfde eeuw kreeg die een tweede basis in Masyaf in het westen van Syrië. Deze groep mensen wordt weleens nizarische ismaïli’s genoemd en ook wel Assassijnen. De leider hier heette Abu Mohammed.

Moord

In 1152 liet hij graaf Raymond II van Tripoli, de zoon van de Pons van Tripoli over wie ik al eens blogde, uit de weg ruimen. Bisschop Willem van Tyrus, de auteur van een belangrijke bron over de Kruisvaardersstaten, vertelt:

Lees verder “De Oude Man van Masyaf”