
Ik heb wel vaker geschreven over Nikolaas, de bisschop van de Lycische havenstad Myra die overmorgen ongeveer 1681 jaar geleden is overleden. Die datum, zes december dus, is eigenlijk het enige dat we met zekerheid weten, al zal het jaar 342 niet ver bezijden de waarheid zijn. Aannemend dat hij een jaar of vijftig, zestig is geworden, zal hij herinneringen hebben gehad aan de christenvervolging van Diocletianus. Wellicht is hij in 325 aanwezig geweest op het Concilie van Nikaia. Daar is een beroemde legende over – de pastorale pets die hij een andersdenkende zou hebben gegeven – maar dat verhaal is betrekkelijk jong.
Dat was, in volgorde van afnemende waarschijnlijkheid, alle historische informatie over Nikolaas van Myra. We kunnen nog toevoegen dat in de zesde eeuw zijn graf even buiten de stad werd aangewezen; daarvandaan is het gebeente later overgebracht naar Bari. Je leest weleens dat een koolstofdatering zou hebben bewezen dat dit materiaal uit de vierde eeuw stamde, en uitgesloten is dat niet, maar het is bij mijn weten nooit in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Tot slot: in de eerste helft van de vierde eeuw is in de haven van Myra een kerk gebouwd. Misschien was Nikolaas betrokken, misschien niet.
De Nikolaas van Myra van Aart Blom
Het beste boek over de historische kern van de Nikolaaslegende is dat van Aart Blom, Nikolaas van Myra en zijn tijd (1998). Het is vooral zo interessant omdat hij zo methodisch te werk gaat en precies uitlegt hoe hij weet wat hij weet. Ik pak er enkele punten uit.
Eén: de bron. Blom baseert zich op de oudst-bekende tekst, een rond 700 geschreven hagiografie van de hand van een geestelijke die bekendstaat als Michaël de Archimandriet. Logisch. Hoe jonger het materiaal, hoe meer kans op vertekening. Dat wil echter niet zeggen dat de oudste bron onverkort bruikbaar is. Michaëls Leven, werken en wonderen van onze heilige vader Nikolaas, aartsbisschop van Myra in Lycië vermeldt al allerlei wonderen, wat natuurlijk enige afbreuk doet aan de geloofwaardigheid. Het betekent dat we moeten zoeken naar criteria om in Michaëls aanbod waar, halfwaar en onwaar te scheiden. Het lijkt wel op het onderzoek naar de historische Jezus.

Twee: de traditie. Het staat vast dat verhalen over Nikolaas mondeling zijn doorgegeven. Het bewijs is dat een anekdote die we uit de derde eeuw na Chr. kennen over de Cappadocische wonderdoener Apollonios van Tyana, namelijk die over de drie meisjes zonder bruidsschat, ook is overgeleverd over de bisschop van Myra. Uit de constatering dat er sprake is van (gedeeltelijk) mondelinge overlevering, volgt dat we jongere bronnen dan Michaëls heiligenleven niet zomaar mogen negeren, De anekdote over de herderlijke opdoffer valt niet zonder meer als onhistorisch te negeren.
Blom is op dit punt voorzichtig. Ikzelf wil niet uitsluiten dat het verhaal zó bekend was dat het eigenlijk niet opgeschreven hoefde worden. Michaël kan het verhaal hebben gekend maar hebben onderdrukt. En als het eventueel opgeschreven is geweest, moet zo’n tekst maar net gekopieerd zijn. Sinds 2022 zijn er berekeningen, waarover ik het nog eens zal hebben, van het aandeel van de in de Late Oudheid circulerende geschreven teksten dat bewaard is gebleven. Dat is heel klein, maximaal vijf procent. Waarbij overigens regionale verschillen zijn die nu net voor het huidige Turkije nog niet zijn gedocumenteerd. In elk geval: op dit punt is methodische vooruitgang.
Drie: de bron-overlevering. De afspraken over de twee naturen van Christus, zoals gemaakt in het Concilie van Nikaia werden in de halve eeuw die erop volgde, niet al te strikt nageleefd. Wellicht werd het zelfs als vergissing beschouwd dit goddelijke zaken in de formules van de menselijke taal uit te drukken. In elk geval had de vergadering lange tijd niet de bijna onaantastbare status die ze later kreeg en de deelnemerslijst is niet bewaard. Pas later, toen de tweenaturenleer in 381 door het Concilie van Constantinopel was bekrachtigd, werd de lijst gereconstrueerd. Daarvan hebben we elf kopieën in diverse talen; Nikolaas staat vermeld in drie handschriften in drie talen, waaronder een van de beste kopieën. Dit kan betekenen dat acht lijsten de bisschop van Myra hebben vergeten of dat drie kopiisten op drie plekken de man hebben toegevoegd. Blom neigt naar het tweede maar sluit het eerste niet uit.

Kortom, Blom is heel terughoudend over de mogelijkheid te komen tot conclusies. En toch. Er is nog een benadering: de Sitz im Leben. Blom gaat na welke stukjes informatie passen in de historische context. Dat Nikolaas enkele ten onrechte ter dood veroordeelden redt door zich te mengen in een rechtszaak, hoeft niet per se waar te zijn, maar in de vierde eeuw hadden bisschoppen wel de bevoegdheid zoiets te doen. Ook had Myra een tempel voor Artemis, zelfs als Nikolaas daarmee geen ruzie had, en verder hebben de graanschuren bestaan die zijn verondersteld in een verhaal over een hongersnood.
Conclusie
Het lijkt erop dat in elk geval de topografische informatie in Michaëls verhaal betrouwbaar is. Het Leven, werken en wonderen van onze heilige vader Nikolaas, aartsbisschop van Myra in Lycië gaat terug op een bron die is geschreven door iemand die bekend was met de topografie van de oude havenstad. Hoeveel er verder van waar is, wie weet wat we ooit nog zullen vernemen?

Tot slot: er is meer over de historische Nikolaas hier. Verder attendeer ik op een mooie legende. Voor de betekenis van het feest: kijk eens daar. Een middeleeuwse heilige droeg een waarde uit, en ik weiger te geloven dat “het is goed te geven aan mensen die niets terug kunnen geven” geen betekenis meer heeft. In die zin geloof ik nog altijd in Sinterklaas. Verder is er de Nieuwe Catechismus van Sinterklaas die mijn goede vriend Richard ooit opstelde. Zeer aanbevolen. Tot slot hoop ik dat de Sint uw huis niet stilletjes voorbij rijdt en dat u woensdagmorgen iets moois in uw schoen zult vinden.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. En dat kun je uitleggen. Zoals Aart Blom dus doet. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]
Zelfde tijdvak
Eutropius (1): Ten oorlogseptember 22, 2019
De vroege kerkaugustus 1, 2014
De kat en haar naammaart 11, 2024

Amen
De koolstofdatering is door Oxford University gedaan. Hier is het persbericht:
https://www.ox.ac.uk/news/2017-12-05-could-ancient-bones-suggest-santa-was-real
Even buiten de orde: ik heb Oudheidkunde is een wetenschap…… uit, en ik kan het iedereen van harte aanraden. Zoals bovenstaand stukje duidelijk maakt is 6 december de dag van Sint Nicolaas, dus het kan nog. Ook voor trouwe lezers van de Mainzer Beobachter is er heel wat dat we niet eerder (zo) gelezen hebben, al is de hoofdlijn van het betoog natuurlijk bekend. Wat mij het meest opviel is hoe de oudheidkunde niet alleen een interessante en leuke hobby is, maar ook diverse resultaten heeft opgeleverd die maatschappelijk dan wel/en wetenschappelijk van belang zijn. Ik verklap hier niet welke.
Zo, dat heb je snel gedaan. Maar ik ben dan ook nog twee andere boeken erbij aan het lezen.
Ja, inderdaad, tijdens de oorlog in Nagorno-Karabach in 2020 werd het klooster beschadigd door Azerbeidzjaanse bombardementen. Na de oorlog zouden er restauratiewerkzaamheden zijn uitgevoerd om het klooster weer in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. In 2021 werd het Dadivank-klooster opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van UNESCO. Het klooster zou ook toeristische aantrekkingskracht hebben. Zou de afbeelding de oorlog overleefd hebben?
Ik vraag het me af. Ik ben niet optimistisch want het lag niet ver van een grote weg, die de aandacht van de Azeri’s wel zal hebben.
Eigenlijk is Sinterklaas al vermoord in Nederland…🙁