De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Lees verder “De familie van Jezus”

Titus Livius (1): biografie

Zomaar een jonge Romein, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Ooit, lang geleden, nog in de vorige eeuw, had ik een website over de Oudheid, die hing onder een Planet-account en een URL had die eindigde op /~lende045. Dat was onhandig en ik besloot een domeinnaam te registreren. Een vernoeming naar de geboren verhalenverteller Herodotos leek me wel wat. Herodotus.com dus. Maar die naam was al vergeven. Livius.com dan, vernoemd naar die andere geboren verteller van historische verhalen? Die naam was al in handen van een Roemeense tandarts. En dus koos ik voor Livius.org. Achteraf bedacht ik: ik had ook Herodotus.org kunnen kiezen. Of een variant met Herodotos.

Wie was Livius, behalve een geboren verteller van historische verhalen? Omdat ik op vakantie ben, heb ik zeven stukken voor u klaargezet over de Romeinse auteur. Belangrijk om te onthouden: hij is geen historicus in de normale zin des woords, dus iemand die aan de hand van een genuanceerd causaliteitsbegrip probeert het verleden te verklaren. (Verklaren is wat het verslag maakt tot meer dan een opsomming; het genuanceerde causaliteitsbegrip is een voorwaarde voor hedendaagse wetenschappelijkheid.) Eerder was Livius een voorloper van de geschiedvorsing, zoals de alchimist voorafgaat aan de chemicus en de astroloog an de astronoom.

Lees verder “Titus Livius (1): biografie”

De verdwijning van het Gallisch

Een in Griekse letters geschreven Gallische inscriptie uit Alesia

De Romeinen kwamen, zagen en overwonnen nogal eens, maar de overwinning had vele vormen. Rond 146 v.Chr. lijfden ze bijvoorbeeld Griekenland in, waar de taal van de overwonnen bleef bestaan. Syrië volgde in 64 v.Chr. en Egypte in 31 v.Chr., en ook daar overleefden de oorspronkelijke talen. Aramees wordt nog steeds gesproken, al is het marginaal, en het Koptisch bleef als schrijftaal bestaan tot de dertiende eeuw en als spreektaal tot in de zeventiende.

Elders bereidde de Romeinse overwinning echter de overheersing voor van het Latijn, zoals in de Keltische gewesten. De gestage verdwijning van het Gallisch is goed te volgen. Aan inscripties zie je dat de oude tweestammige namen plaats maken voor tria nomina. Dat proces was nog niet voltooid toen dat Romeinse namensysteem in onbruik raakte, maar dan herken je de verdwijning van het Gallisch aan bijvoorbeeld vertalingen. Zo vermeldt een inscriptie uit Trier dat een Artula, Gallisch voor “kleine berin”, een dochter Ursula had, wat in het Latijn hetzelfde betekent.noot EDCS-10600882. Hier werd een Keltische persoonsnaam aangepast aan het inmiddels dominante Latijn. De overgang duurde een paar eeuwen, maar het resultaat is daar: zowel Spanjaarden als Fransen spreken een romaanse taal.

Lees verder “De verdwijning van het Gallisch”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

Jona en de pompoen

Jona onder de wonderboom (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Het bijbelse verhaal van Jona en de walvis was al heel populair onder de eerste christenen. Het is een zeer beeldend verhaal, dat samenhangt met de idee van de wedergeboorte, een belangrijk christelijk thema. Aangezien veel christenen uit eenvoudige milieus kwamen, konden zij niet lezen, en kenden zij de bijbel alleen mondeling of van afbeeldingen. Mozaïeken, sarcofagen en muurschilderingen beelden vaak het verhaal uit van Jona die door een grote vis werd opgeslokt en uitgespuwd. Af en toe wordt hij echter ook zittend of liggend onder een prieel afgebeeld. Dit deel van het verhaal is minder bekend en heeft betrekking op de volgende bijbelverzen:

Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. Nu liet de HEER God een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de boom. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de boom door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.noot Jona 4.5-7; NBV21.

Lees verder “Jona en de pompoen”

C14 | Constantinopel

De stedenmaagd van Constantinopel (Bodemuseum, Berlijn)

[Veertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijns vicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.

Een extra residentie

Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.

Lees verder “C14 | Constantinopel”

Seneca en Paulus

Paulus (Crypta Balbi, Rome)

De filosoof Seneca (ca. 1-65 na Chr.) en de apostel Paulus (ca. 10- ca. 64 na Chr.) leefden in dezelfde tijd en waren volgens de overlevering ook tegelijkertijd in Rome. Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Paulus in het jaar 58 gevangengenomen en naar Rome gebracht, waar hij in het jaar 59 aankwam. In Rome zou hij, volgens Handelingen 28.30, enkele jaren vrij hebben rondgetrokken en gepredikt. Hiermee eindigt het boek Handelingen. Volgens de overlevering zou Paulus uiterlijk tijdens Nero’s christenvervolging (64) zijn gestorven. Seneca was de leraar van keizer Nero en stierf ook onder zijn bewind. Wat zou natuurlijker zijn dan dat deze twee grote mannen elkaar ontmoetten en brieven uitwisselden?

Briefwisseling

Inderdaad bestaat er een kleine correspondentie tussen de twee, die ook in veel handschriften van Seneca bewaard is gebleven. Lange tijd werd aangenomen dat deze brieven echt waren en dat Seneca dus in direct contact stond met het christendom. Zijn stoïcijnse filosofie leek ook goed te passen bij de christelijke levensvisie. De inhoud van deze brieven is echter zeer mager; het zijn niet meer dan vriendschapsverklaringen. Je zou eigenlijk meer verwachten, als deze twee mannen ideeën uitwisselen. Van beiden zijn immers veel substantiëlere brieven bewaard gebleven.

Lees verder “Seneca en Paulus”

Beschermde grafrovers

Het graf met de wolfskop (© foto B.S.Szmoniewski)

In 2022 ontdekte archeologe Valentina Voinea in het dorp Cheia in de Roemeense regio Dobruja (tussen de Donau en de Zwarte Zee) een Romeinse grafheuvel. Gedateerd rond 150 na Chr. en met een doorsnee van wel vijfenzeventig meter, bestond de inhoud uit twee graven. De overledenen waren waarschijnlijk Romeinen die tijdens de Romeinse kolonisatie van deze regio naar dit gebied waren gekomen.

Het eerste graf

Beide graven zijn interessant. Het ene bestond uit een houten kist met daarin het lichaam van de overledene en grafgiften. Het lichaam was, zoals in de regio gebruikelijk, ter plaatse verbrand, zoals blijkt uit de sterke verbranding van de muren en de bodem van de put. Vervolgens werd de put bedekt met houten planken en gedempt.

Lees verder “Beschermde grafrovers”

Israël en de Palestijnse gebieden (3)

De Ari Synagoge in Safed is een van bijzonderste plaatsen in Israël

In mijn twee vorige stukjes over de archeologie van Israël en de Palestijnse gebieden heb ik eerst de IJzertijd behandeld en daarna de Romeinse tijd. Voor ik afrond met het hedendaagse Jeruzalem, wil ik het nog hebben over de religieuze sites uit de tussenliggende eeuwen. Rabbijns jodendom en christendom zijn allebei ontstaan in deze regio. Vanaf de vierde eeuw hebben zij allerlei pelgrimsmonumenten ingericht. In feite nieuwbouw, bedoeld voor de toeristen uit die tijd.

Betlehem

In de eerste plaats Betlehem, waar ik zelf nooit ben geweest, maar waar ik graag eens heen zou willen omdat daar de Geboortekerk is. Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, liet deze basiliek bouwen op de plek waar al een kerkje was. Onder deze kerk zijn grotten, en een daarvan schijnt te gelden als de plaats waar Jezus van Nazaret is geboren. In een andere grot heeft, nadat de grote basiliek was gebouwd, de kerkvader Hieronymus geleefd. Dus onder de grond, als ik het goed begrijp. Het oorspronkelijke apsismozaïek van de basiliek toonde het christogram dat Constantijn liet vereren. Dat mozaïek is er niet langer; de basiliek is in de zesde eeuw afgebrand en herbouwd. Maar ik ken deze plek dus niet persoonlijk.

Lees verder “Israël en de Palestijnse gebieden (3)”

Reptilis: kruipend beest

Een hagedis is een reptiel

Volgens de etymologiebank is een reptiel een “kruipend dier”. Het woord komt van het Latijnse reptilis, dat op zijn beurt afgeleid is van het Latijnse werkwoord repere, “kruipen”. Dat klinkt allemaal heel toepasselijk. We vinden echter geen bewijs voor het bestaan van dit woord in het klassieke Latijn. Het komt dan ook niet voor in woordenboeken van het klassieke Latijn. Hoe kan dat?

Vetus Latina en Vulgaat

We vinden het woord reptilis voor het eerst in vertalingen van de joodse Bijbel, dus pas in de Late Oudheid. De joodse Bijbel is grotendeels in het Hebreeuws geschreven. Al in de Oudheid kenden niet alle joden Hebreeuws meer, daarom ontstond er vanaf de derde eeuw v.Chr. een vertaling in het Grieks, de zogenaamde Septuaginta. Met de komst van het christendom ontstond er behoefte aan een Latijnse vertaling van de Bijbel, en dat gebeurde vanuit het Grieks, de lingua franca van die tijd. Deze vertaling vanuit de Griekse Septuagint wordt de Vetus Latina genoemd.

Lees verder “Reptilis: kruipend beest”