De Sinterklaas van Marcus Vankan

Er is, zo leren we uit de Catechismus van Sint-Nikolaas, slechts één Sinterklaas, maar in meerdere personen. Zelf ontdekte ik deze geloofswaarheid toen ik de hoogwaardige bisschop van Myra, die zojuist nog een bezoek had gebracht aan onze lagere school, op een schimmel door de straat zag rijden, op weg naar de even verderop gelegen kleuterschool. En deze Sinterklaas zag er heel anders uit. Omdat de verderfelijke ketterij der hulpsinterklazen rond 1972 nog niet was geformuleerd, kon dit slechts leiden tot mijn geloofsafval.

Tot zover het contemporaine aspect der meervuldigheid. Dat deze ene heilige in meerdere personen verschijnt, is ook het thema van een leuk boek dat ik onlangs las: Heilige Nicolaas, bruggenbouwer tussen Oost en West, van Marcus Vankan. Hij is priester, en dat is bij dit onderwerp een pre. Een heilige representeert immers een waarde en Sint-Nikolaas draagt uit dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Daarom geeft Sinterklaas cadeautjes aan kinderen maar is het een feest voor volwassenen. Zoals ik al eerder schreef, weiger ik te geloven dat die waarde in onze neoliberale wereld achterhaald zou zijn.

De historische Nikolaas van Myra

Hoewel Vankans boek meer gaat over de verering van Sint-Nikolaas dan over het aardse bestaan van de bisschop uit Myra, gaat hij ook in op de historische kern van de traditie. Die gaat terug op een vijfde-eeuwse tekst die bekendstaat als Praxis de Stratelatis. Daarin staat het verhaal over de drie officieren die, vals beschuldigd van corruptie, dankzij een interventie van Nikolaas van Myra worden gered.

Een juridische dwaling dreigt maar Sint-Nikolaas grijpt in (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Vankans pastorale belangstelling is in het historische hoofdstuk merkbaar. Als hij de legende behandelt dat Nikolaas van Myra optrad tegen de vereerders van Artemis, actualiseert hij het met een opmerking dat mensen verleid kunnen worden tot een pad dat afwijkt van de liefde en dat dan jaloersheid en egocentrisme op de loer liggen, maar dat Sint-Nikolaas de mensen een spiegel voorhoudt door te verwijzen naar de boodschap van Christus. Als oudheidkundige vraag ik me af waarom de Oudheid geactualiseerd moet worden, maar een priester mag zoiets natuurlijk schrijven.

Advies voor de herdruk

Ik heb iets meer moeite met Vankans goedgelovigheid als het gaat om het zogenaamde manna-wonder: het gebeente van Sint-Nikolaas scheidt soms wat vocht af. Daarvoor zou geen natuurwetenschappelijke verklaring bestaan. Dat zal best waar wezen, maar dat is mede doordat het onderzoek dateert uit de jaren vijftig. In hetzelfde historische hoofdstuk noemt Vankan een koolstofdatering uit 1957 die het gebeente van Sint-Nikolaas plaatste in de vierde eeuw – wat past bij wat bekend is uit de historische bronnen. Ook deze conclusie kan best waar zijn, maar ik hoop dat Vankan bij een herdruk wil toevoegen dat onderzoekers in 1957 nog niet wisten dat een datering moest worden gekalibreerd en dat ook aan isotoopfractionering niet werd gedacht.

Sta me nog één punt van kritiek toe. Een indrukwekkend persoon trekt verhalen aan, verhalen die al langer circuleren. Zo werkt mondelinge literatuur. Toen Nikolaas van Myra eenmaal een rol speelde in de volkscultuur, trok hij dus verhalen aan die eigenlijk over iemand anders gingen. Het verhaal van de drie dochters, dat we ook kennen over Apollonios van Tyana, is daarvan een loepzuiver voorbeeld. Vankan zou in een herdruk, die zijn boek zeker verdient, die parallel kunnen toevoegen.

De drie dochters (Groeningemuseum, Brugge)

De traditie

Zoals gezegd: de historische bisschop van Myra is niet Vankans eigenlijke onderwerp. Zijn boek gaat over de verering van de heilige, en heilig word je pas na je dood. Het aardse bestaan van Nikolaas van Myra is dus niet Vankans thema. Hij neemt ons mee langs zeventien eeuwen devotie – en dat is een heerlijke verzameling. We lezen over de verering in het Byzantijnse Rijk, over de rol van keizerin Theophanu bij de verspreiding naar het westen, en de rol van de benedictijnen. Dit laatste was voor mij helemaal nieuw.

Uiteraard is er een hoofdstuk over de translatie van de relieken van Myra naar Bari. En uiteraard is dat feitelijk een verhaal over roof. Deze roof – want ik vind “translatie” echt een te mooi eufemisme – zorgde ervoor dat de heilige in oost én west wordt vereerd. Dat is, in de wereld der roomse en orthodoxe heiligen, niet zo heel gebruikelijk. Ik ben althans niet op de hoogte dat maronitische heiligen als Sint-Charbel in Nederland worden vereerd, en dan zijn de maronieten nog in volle gemeenschap met de kerk van Rome.

De middeleeuwse traditie komt aan bod. Ik zal bij de Sinterklaasintocht aanstaande zondag wel even met mijn vriend S. (“bijna vijf”) over de Dam wandelen en kijken naar het beeldschone gevelsteentje van een baardloze Sinterklaas met naast hem de drie jongelingen in een pekelton. Ik zal S. het bijbehorende gruwelverhaal maar niet vertellen, hoe interessant Vankans deconstructie van die legende ook is.

Sinterklaas: gevelsteen uit Amsterdam (Dam 2)

Sinterklaas, Wodan en Krampus

Het boek gaat natuurlijk niet alleen over Nederland en Vlaanderen; het plaatst de heilige stevig in zijn Europese context. Het interessantste deel gaat over de maskerades rond het feest. Denk aan de wat geheimzinnige gebruiken die op de Waddeneilanden bestaan. Denk ook aan theorieën over heidense invloeden: Wodan met zijn twee zwarte raven rijdt weliswaar op een paard over de wolken, maar dat wil niet zeggen dat de Germaanse god dezelfde is als Sinterklaas die over de besneeuwde daken rijdt, vergezeld van Zwarte Pieten. Vankan rekent vakbekwaam af met die theorie (die ik tot mijn spijt ook weleens heb naverteld). Zwarte Piet wordt al even vakbekwaam geplaatst in de traditie van verslagen duivels en demonen – denk aan de Oostenrijkse Krampus.

Het punt is natuurlijk dat tradities voortdurend in beweging zijn. Ook al is de Sinterklaastraditie verankerd in een historische persoon, de uitleg varieert. En dingen die ooit acceptabel waren, zijn dat soms niet langer. Een ingezonden stuk in de Volkskrant, een paar dagen geleden, legde de vinger op een zere plek die in elk geval ik nog niet had ervaren als zere plek: dat je als ouders enerzijds je kinderen voorhoudt dat ze eerlijk moeten zijn, en dat je vervolgens een komedie opvoert rond Sinterklaas.

Nikolaas van Myra (Dadivank-klooster, Nagorno-Karabach)

Al zeventien eeuwen lang was er slechts één heilige, maar in meerdere personen. Alles is voortdurend in verandering en over alles is gediscussieerd. Omdat de belangrijkste discussies in onze tijd online plaatsvinden, zou ik hopen dat het mooie boek van Vankan, dat ik u echt aanraad, nog eens een online-versie krijgt. Een linkje naar de Nieuwe Catechismus van Sint-Nicolaas zou dan niet mogen ontbreken.

PS

Het is goed om te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Als u iets kunt missen, kijk dan eens bij de Stichting Leergeld.

Deel dit:

18 gedachtes over “De Sinterklaas van Marcus Vankan

      1. Ik zou het woord liefdevol niet meteen voor mijn eigen recensies willen benutten, maar de kritiek die ik geef, is bedoeld voor een herdruk; ik zie het als opbouwend, als een bijdrage om iets dat mooi is nog mooier te maken. De drie kanttekeningen vormen zeker niet het zwaartepunt van de bespreking.

  1. Rob Duijf

    ‘…dat je als ouders enerzijds je kinderen voorhoudt dat ze eerlijk moeten zijn, en dat je vervolgens een komedie opvoert rond Sinterklaas.’

    Ik weet nog goed hoe belazerd ik me voelde toen de waarheid omtrent Sint en Piet mij werd onthuld en hoe vermakelijk iedereen moest lachen om mijn naïeve geloof in de goedheiligman en zijn zwarte helper. Dat geloof en de angst voor straf – geen cadeautjes of misschien wel in de zak worden gestopt – werd vooral misbruikt om me mijn bord met overgare spruitjes leeg te laten eten.

    Journalist, schrijver en documentairemaker Arnold-Jan Scheer (Amsterdam, 12 juli 1947) doet al sinds 1984 onderzoek naar Sinterklaasfeesten in Europa. Afgezien van de overlevering van de historische Nicolaas van Myra stelt Scheer op grond van zijn onderzoek naar de wortels van het sinterklaasfeest dat de archetypen van Sint en Piet beiden syncretische figuren zijn, ouder dan het christendom. In 2016 maakte hij er de internationale documentaire ‘Wild Geraas’ over, waarin hij Sint en Piet in een breder perspectief plaatst, in 2018 gevolgd door ‘Mijn ontmoetingen met de duivel’. (Engels: ‘Pagan Europe. My Encounters with the devil’, 2019).

    In de lezing ‘Een onafhankelijk onderzoek naar een oeroude Europese rite’ (2016) vertelt hij over het geheim van de zwarte Sinterklazen.

    DVD bestellen of online bekijken (Aanrader!): http://www.wildgeraasdefilm.nl
    Het boek Zwarte Sinterklazen via: info@papierentijger.org

    1. Vankan haalt Scheers Zwarte Sinterklazen aan.

      Overigens vind ik het uitlachen van kinderen zoiets als docenten die grappen maken over hun studenten. Zoiets doe je niet.

      Een mevrouw die ik al te lang niet heb gesproken, was, toen ze hoorde dat Sinterklaas niet bestond, totaal niet geschokt. Het wonder dat iedereen cadeautjes kreeg, bleef immers gewoon bestaan.

      1. Rob Duijf

        Nee, dat doe je niet. Zo kun je niet alleen individuen, maar hele bevolkingsgroepen kwetsen. Ik kan er inmiddels zelf om te lachen, omdat ik het psychologische mechanisme erachter heb leren begrijpen, maar toen deed het pijn en het schokte mijn vertrouwen. Ondanks de cadeautjes.

    2. FrankB

      “Dat geloof en de angst voor straf”
      Het is de ellende van tradities dat ze misbruikt kunnen worden voor van alles en nog wat. Hoewel ik evenmin een echt prettige jeugd heb gehad is dít, evenals overgare spruitjes (ze moeten “knap” zeggen als je ze doorbijt), mij bespaard gebleven.

  2. FrankB

    “zere plek: dat je als ouders enerzijds je kinderen voorhoudt dat ze eerlijk moeten zijn, en dat je vervolgens een komedie opvoert rond Sinterklaas.”
    Non-probleem. Het wordt pas een zere plek als kinderen het verschil leren tussen fantasie en werkelijkheid. En dat doen ze precies op de leeftijd van hun geloofsafval.
    Over dit onderwerp is heel veel te vinden op internet. Een tamelijk willekeurige keuze:

    https://wowopvoedcoaching.nl/kennisbank/sociaal-emotionele-ontwikkeling/fantasie-en-werkelijkheid/

    Ik was al langer bekend met het bezwaar “liegen tegen kinderen”. Het is een product van typisch Nederlands-calvinistische rechtlijnigheid. Het “compleet onduidelijke doel” ervan heb je zelf al geformuleerd: “dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven.” Daar valt over te discussiëren en er zijn ook wel andere doelen te bedenken, inclusief economische (“de omzet van winkels maximaliseren”), maar dat is een tikje off-topic.
    Uit eigen, rechtstreekse waarneming weet ik dat er minder goede doelen te bedenken zijn dan Stichting Leergeld. Ik ken wel een paar kinderen die er enorm door geholpen zijn.

  3. Ben Spaans

    Dat God niet bestaat vertellen aan kinderen durven (durfden) ouders dan weer niet aan…🙄🤔

    De Volkskrant maakt het er ook niet beter op voor zichzelf met het plaatsen van zulke stukken….
    (Midden jaren tachtig zag ik een keer een middagpraatshow een item over volwassenen die nog altijd getraumatiseerd waren door het moment dat ze verteld werd dat Sinterklaas niet bestond….nam de redactie het zelf serieus…?)

      1. Ben Spaans

        Als iets er niet was, kan het dan dood gaan, behalve in de pathiek van een enkele filosoof uit de negentiende eeuw…🙄

        Het lijkt erop dat het vermeende toebrengen van trauma’s door kinderen eerst wijs te maken dat Sinterklaas bestaat en daarna te vertellen dat het niet zo is hier wel erg serieus genomen wordt. Ironie? Bij sommigen? Zijn er zulke watjes hier?
        Als dat dan zo erg zou zijn, laat staan wat je mensen zou kunnen aandoen door ze op te zadelen met…🤔

        1. Dirk Zwysen

          Niet voor iedereen is geloof iets waar hij mee opgezadeld is. Voor de ene een leugen waar hij zich moeizaam aan onttrekt, voor de ander een waarheid die zijn leven bepaalt, voor nog een ander een mysterie dat geen definitieve uitspraken verdraagt.

          Je kan je wat Sinterklaas beteeft focussen op eventueel verdriet bij kinderen als ze de waarheid ontdekken. Dat gaat voorbij en de meesten hebben daar weinig tot geen last van. Je kan ook kijken naar de jarenlange magie waar ze van genieten. Fijne herinneringen in plaats van mentaal trauma. Mijn vrouw heeft ooit geopperd dat de Sint niet meer zou komen als onze kinderen groter werden of het huis uit zouden zijn. Onzin, natuurlijk.

          Het is goed dat de Sint niet te streng meer is, maar de door onze burgemeester voorgestelde dwaasheid had wel 10 minuutjes in de zak of een tik met de roe verdiend.

          https://vrtnws.be/p.9BGV7ZpeOoR

  4. Rob Duijf

    Ik kan me heel goed voorstellen dat er volwassenen zijn die in in hun kinderjaren getraumatiseerd zijn geraakt toen ze werd verteld dat Sinterklaas niet bestond. ‘Getraumatiseerd’ klinkt misschien heel dramatisch in jouw oren, maar we hebben het hier over een psychologische kwetsuur. Kinderen moeten kunnen opgroeien in veiligheid, niet alleen fysiek, maar ook innerlijk. Ze moeten kunnen vertrouwen op hun omgeving. Dat leer je ze niet door ze eerst iets te laten geloven en dan de peilers er onderuit te halen, maar door eerlijk te zijn.

    ‘Dat God niet bestaat vertellen aan kinderen durven (durfden) ouders dan weer niet aan…’

    Waarom niet? Ik weet niet of er zoiets als ‘God’ bestaat. Ik weet wel dat er een essentieel verschil is tussen de werkelijkheid en de verbeelding/verwoording van de werkelijkheid. Als we niet in staat zijn onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fictie raken we in de problemen. We hebben die problemen geïntegreerd in ons dagelijkse leven: we geloven in van alles en nog wat, maar de werkelijkheid ontgaat ons. Met alle gevolgen van dien.

    1. Ben Spaans

      Ik ken ook iemand die toen hij hoorde dat Sinterklaas niet bestond meteen ook klaar was met het bestaan van God. Boem klaar. (Katwiijkse achtergrond).
      Jaloersmakend.

  5. Pingback: Archaeology 2024-11-16 – Ingram Braun

Reacties zijn gesloten.